Op 25 maart 2026 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie aan die de trans-Atlantische slavenhandel formeel erkent als een misdaad tegen de menselijkheid. De resolutie, die met meerderheid van stemmen werd aangenomen, roept op tot herstel en reparatie en wordt internationaal gezien als een mijlpaal in het groeiende mondiale debat over koloniale schuld.
Vanuit Suriname klinkt voorzichtige waardering — maar ook een dringende aanvulling. Sharmaine Artist en Uriël Sabajo, beiden lid van de Nationale Reparatie Commissie Suriname – Nederland, stellen in een gezamenlijk statement dat de resolutie een noodzakelijke maar onvolledige stap is. Naar hun oordeel begint het verhaal van koloniaal onrecht eerder dan de slavernij — en moet het herstel daar ook beginnen.
Een fundament dat ontbreekt
In het internationale herstelverhaal wordt volgens Artist en Sabajo structureel voorbijgegaan aan de genocide op inheemse volkeren en de grootschalige landonteigening die het gehele Amerikaanse continent trof. Die geschiedenis, zo benadrukken zij, is het beginpunt van hetzelfde koloniale systeem dat later de trans-Atlantische mensenhandel mogelijk maakte.
“Herstel is pas herstel als het volledig is,” schrijven zij. “Het eerste hoofdstuk kan niet worden overgeslagen.”
Dat eerste hoofdstuk omvat de systematische ontwrichting van oorspronkelijke gemeenschappen, de vernietiging van politieke en sociale structuren, en de poging hele beschavingen uit te wissen — allemaal voordat de koloniale economieën in de Amerika’s hun volle omvang bereikten. Wie dit reduceert tot een voetnoot, zo luidt de stellingname, ondermijnt de integriteit van elk herstelproces dat erop volgt.
Het inheemse verhaal is geen aanvulling achteraf. Het is een fundamenteel onderdeel van dezelfde historische keten.”
CARICOM en de bredere context
Suriname heeft zich aangesloten bij het 10-Punten Plan van CARICOM, het Caribische samenwerkingsverband dat al jaren pleit voor gestructureerde reparatie van de slavernijgeschiedenis. Artist en Sabajo verwelkomen dat kader, maar pleiten voor verdieping en verbreding ervan. De regionale dimensie van het hersteldebat moet ook de inheemse genocide expliciet omvatten, als wezenlijk onderdeel.
De juridische grondslag voor die eis is niet nieuw. In 2013 stelden de staatshoofden van CARICOM tijdens hun 34e top in Port of Spain vast dat zowel de erfenis van de inheemse genocide als die van de Afrikaanse slavernij misdaden tegen de menselijkheid vormen en herstelrecht vereisen. Die uitspraak staat. Wat ontbreekt, aldus de Commissieleden, is uitvoering.
De aanneming van de VN-resolutie door een meerderheid laat onverlet dat een aantal staten zich van stemming onthield. Artist en Sabajo zijn duidelijk over de betekenis daarvan: verantwoordelijkheid wordt niet opgeheven door onthouding, en rechtvaardigheid wordt niet bepaald door stemverhoudingen alleen.
Suriname als actuele casus
De spanning tussen landrechten en economische ontwikkeling is in Suriname geen abstracte kwestie. De discussie over landtoewijzing aan de Mennonieten-gemeenschap heeft recent opnieuw blootgelegd hoe gevoelig en onopgelost de relatie tussen de Surinaamse staat en haar inheemse volkeren nog steeds is. Tegelijkertijd staat het land voor toenemende druk op natuur en leefgebieden, vervuiling die al als nationaal risico is bestempeld, en ontwikkelingsambities die soms sneller gaan dan beschermend beleid.
President Santokhi kondigde publiekelijk aan dat er geen grootschalige kaalkap van oerbos zal plaatsvinden ten behoeve van monocultuurlandbouw. Artist en Sabajo zien dat als een positief signaal, maar benadrukken dat uitspraken moeten worden omgezet in structurele bescherming. Suriname wordt internationaal erkend als één van de rijkste natuurgebieden ter wereld. Die status, zo stellen zij, verplicht tot meer dan exploitatie.
“Wat is ontwikkeling als de oorsprong ervan niet wordt gerespecteerd?”
Implementatie als de werkelijke toets
De juridische kaders voor de bescherming van inheemse rechten bestaan al lang: de VN-Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren (UNDRIP), internationale verdragen, en vonnissen van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. In Suriname wachten meerdere van die vonnissen nog op volledige implementatie in nationale wetgeving.
Artist en Sabajo pleiten voor een derde inheems decennium dat die naam waardig is — één waarin rechten die juridisch al zijn vastgelegd daadwerkelijk worden verankerd, waarin land en territorium worden beschermd, en waarin inheemse gemeenschappen structureel worden betrokken bij besluitvorming over hun eigen leefgebied.
Daarnaast wijzen zij op de eigen verantwoordelijkheid van de Surinaamse overheid voor wat zij zelfreparatie noemen: het herbenoemen van plaatsen naar hun oorspronkelijke namen, en het actief beschermen van het grondgebied tegen partijen die een bedreiging vormen voor de natuur en soevereiniteit van het land.
Dit artikel is gebaseerd op een gezamenlijk statement van Sharmaine Artist, Uriël Sabajo en Tadzio Sarijoen, uitgebracht namens de Nationale Reparatie Commissie Suriname – Nederland, naar aanleiding van de VN-resolutie van 25 maart 2026.
