Door Uriël Sabajo
Er hing iets in de lucht tijdens de Third CARICOM Regional Conference on Reparations. Natuurlijk waren er toespraken, documenten en de vertrouwde woorden over slavernij en kolonialisme. Maar daaronder leefde iets veel interessanters: ongeduld.
Na jaren praten over erkenning lijkt de reparatiebeweging toe aan de ongemakkelijke volgende vraag. Wat gaan we nu daadwerkelijk doen?

Barbados ambassadeur bij CARICOM, David Commissiong, verwoordde hoe sterk het denken sinds 2013 is veranderd. Reparatory justice gaat allang niet meer uitsluitend over financiële compensatie. Het raakt gezondheid, onderwijs, cultuur, economische ontwikkeling en herstel van gemeenschappen.
“We have no desire to bankrupt anybody, but we have a desire for justice.”
Premier Mia Mottley vatte het kernachtig samen
Daarmee verschuift de discussie van de rekening naar de vraag hoe rechtvaardigheid er in de praktijk uitziet. Het herziene CARICOM Ten-Point Plan weerspiegelt die verandering. Opvallend is de plaats van de oorspronkelijke volken. Het Caribische verhaal begint immers niet met de plantage of de komst van de eerste tot slaaf gemaakte Afrikanen.
Er waren al volken, territoria, talen, kennis en samenlevingen voordat Europa arriveerde. Genocide en onteigening van Inheemse volken horen daarom bij hetzelfde grotere gesprek over kolonialisme en herstel. Voor Suriname betekent dit dat reparatory justice zowel de erfenis van Afrikaanse slavernij als de pre-existente rechten van Inheemse volken onder ogen moet zien. Het ene verhaal hoeft het andere niet kleiner te maken.
Maar Barbados wilde verder dan geschiedenisles. Conference Chairman Rodney Grant sprak over een action-oriented outcome document. Sir Hilary Beckles wees op het internationale momentum. Zodra iedereen het eens is dat herstel noodzakelijk is, wordt de volgende vraag onvermijdelijk: wie gaat het werk doen? Daar wordt de diaspora interessant.
In Nederland bevindt zich een enorm reservoir aan Surinamers met kennis, ervaring en internationale netwerken. Het Diaspora Instituut Nederland (DIN) kan daar een brug slaan. Niet als organisatie die vanaf de zijlijn nog een symposium organiseert, maar als plaats waar ideeën mensen ontmoeten en projecten kunnen worden.
“DIN verbindt hoop aan ideeën en mensen aan projecten.”
In Barbados kreeg die zin ineens een andere lading. Juist nu ontstaat bovendien een bijzondere kans. Suriname neemt volgend jaar het voorzitterschap van CARICOM over. Daarmee krijgt het land niet alleen de voorzittershamer, maar ook de mogelijkheid het momentum van Barbados verder te brengen.
Reparatory justice kan tijdens dat voorzitterschap worden verbonden met concrete samenwerking tussen Suriname, de regio en de diaspora. Daarbij is kennis onmisbaar. Vanuit de Surinamistiek in Leiden kan historische en culturele kennis worden ingebracht over koloniale structuren, archieven, talen en de manier waarop geschiedenis vandaag doorwerkt.
Ook Schrijversgroep ’77 hoort aan deze tafel. Politiek kan wetten veranderen en geld kan projecten financieren, maar schrijvers bewaken het geheugen van een samenleving. Reparatory justice zonder eigen verhalen dreigt uiteindelijk opnieuw een verhaal te worden dat anderen over ons schrijven.
Daar ligt misschien de mooiste mogelijkheid voor DIN: werelden verbinden. De onderzoeker met de gemeenschap. De schrijver met de historicus. De diaspora met Suriname. Inheemse en Afro-Surinaamse gemeenschappen daarbij niet behandelen als onderzoeksobjecten, maar als mede-eigenaren van het gesprek over herstel. Na Barbados voelt reparations daarom anders. Minder als een dossier dat na een conferentie wordt opgeborgen en meer als iets dat eindelijk wil bewegen. CARICOM kan de richting aangeven, maar gerechtigheid moet uiteindelijk ergens landen. Barbados heeft de diaspora wakker gemaakt.
Misschien zelfs een beetje opgewonden.
Mooi.
Met het CARICOM-voorzitterschap in aantocht krijgt Suriname de kans om van die energie beweging te maken.
Uriël Sabajo is lid van het Diaspora Instituut Nederland DIN verbindt!