Wakanda!

Soré  Brama had tijdens het interview met Mwazulu zondag niet veel gezegd. Hij had me een elleboogboks gegeven, maar koos er verder voor om vriendelijk maar stoïcijns naast me te zitten terwijl ik in gesprek was met de charismatische Congolees die zich onbevreesd liet filmen toen hij een historisch stuk ging terugpakken uit het Afrika Museum. Soré was er ook bij geweest en was samen met Mwazulu gearresteerd. Onbevreesd.

Soré is geen grote imposante vent, maar ik had meteen respect voor hem. Dat stille doet het hem altijd voor mij. Ik nam aan dat hij niet zo’n veelprater maar een doener is en gaf hem z’n space. Ik vergat bijna dat hij naast me zat op de bank. Zo stil was hij.

Mwazulu, de leider, vertelde ondertussen uitgebreid over het koninkrijk in het toenmalige Zaïre dat zijn betovergrootvader gediend had. Hoe diens waardevolle ceremoniële spullen van zijn lijf waren gerukt door Portugezen en Nederlanders die het koninkrijk waren ingedrongen. Dat hij daarom de wereld rondreist om Afrikaanse schatten die achteloos zijn tentoongesteld in musea, terug te pakken. “Het is mijn plicht,” drong Mwazulu bij me aan.

Hoe heet het koninkrijk dan,” vroeg ik.

En Soré antwoordde uit het niets

Wakanda!”

Zijn plotselinge gebrom veraste me, maar ik vond z’n antwoord zo hilarisch dat het zeker een halve minuut duurde voordat ik mijn lach kon intomen.

Hij grijnsde ondeugend erbij en ging terug naar de stilte in zijn telefoon. Hij zei tijdens het hele interview verder niks; ook niet toen het over hem ging. Toen ik vertrok gaf hij me weer een elleboogboks. Zijn blik was weer stoïcijns, serieus. En ik vroeg me even af hoe we dat altijd doen. Naadloos flipfloppen tussen stoïsch gedrag en een klinkende mop, alsof de dingen die we mee moeten maken om ons leven te kunnen leiden, de normaalste dingen op aarde zijn.

“Gaat het wel goed met je?” had ik hem willen vragen. Want hij had net ’s werelds bullshit doorstaan. Hij kon grappen, maar toch. Maar ik kwam er niet aan toe.

Maandag stelden zowel mijn stagiaire en mijn nicht mij die vraag wel. “Gaat het wel goed met je?” Ze maakten zich druk om me, want ze waren stille getuigen geweest van bullshit die zwarte mannen ten deel valt.


(En [hier … ] wilde ik als voorbeeld van die bullshit, een heel verhaal vertellen over diezelfde zondagmiddag, toen boze witte mannetjes struikelden over hun veel te korte lontjes waarvan iedereen hen heeft overtuigd dat het allesbevredigende boa’s zijn. (Ze werden nog bozer toen ik hen zo noemde). Omdat er een artikel is geschreven waarin ik zwarte mensen oproep om meer bij zwarte ondernemers te kopen -buy black- en ik aangaf dat ik meer van mezelf houd dan van andere mensen.

[hier … ] wilde ik toen alles kopiëren dat ze over me zeiden, maar ik ga m’n website niet bezoedelen met hun bullshit. Wil je het zien, bezoek dan de LinkedIn-pagina van Gilbert.)


“Hoe hou je al die bullshit vol? Waar haal je die rust vandaan om het je niet te laten raken?” vroegen mijn nicht en mijn stagiaire me dus beiden toen ze die bullshit wel zagen. Ik haalde mijn schouders op.

Wat ik net als Soré snap, is dat bullshit van je afglijdt net water op tayerblad, wanneer je zeker bent van jezelf en weet dat je aan de juiste kant van de geschiedenis staat. Dan kijk je net als Soré stoïcijns de wereld in en reageer je droog wanneer men vraagt waar je koninkrijk is.

Dus ik antwoordde

Wakanda!”