Puberhosting

"Heb je je ID bij je. Wat doe je wanneer je wordt aangesproken door de politie", vraag ik mijn zoon voordat hij de deur uitgaat. Ik sta op scherp. Mijn bewustzijn is wakker door iets dat ik heb gezien of gelezen in de media, in het filmhuis, in de zaterdagbijlage of in AFRO Magazine.

Deze keer is het een poster van de film Rotjochies over ontspoorde jongeren die op het Franse platteland afkicken van hun gedrag. Ik vraag me dan af: “Wat voor jongeren zijn dit. Wat gaat er in de hoofden van deze jonge mannen om. Wie zijn de vrienden van mijn zoon. Wat voor vriend is hij zelf." Ik lees voor twee, mijn zoon is superdyslect; hij heeft een hekel aan lezen en in ons gezin is er geen zwarte papa die the Talk doet. Wel een sensitieve opvoedmama! "Hard wegrennen, mam!”, lacht hij als antwoord op mijn vraag.

We wonen in een witte Vinex wijk waar de politieagenten mijn zeventienjarige jongen nog net niet bij zijn voornaam aanspreken. Mijn zoon houdt van zwarte kleding en hoodies en is getrouwd met een zwart tasje dat hij diagonaal over zijn lijf draagt.

Hij weet hoe hij opvoedmama wakker moet maken. "Nee, serieus! Ik weet dat ik met twee woorden moet praten. En rustig moet blijven en vragen wat er aan de hand is. Ik wil gewoon naar huis en niet mee naar het bureau," zegt hij. Zijn donkere ogen priemen in de mijne en hij legt zijn warme handen op mijn schouders.

"Ik weet wat er met zwarte jongens in the USA gebeurt. En ik heb echt wel wat geleerd van de films en theatervoorstellingen waar we samen naar toe gaan," meldt mijn zoon terwijl hij zijn capuchon over zijn hoofd doet. "Waarom bedek je je mooie gezicht?”, mopper ik. "Voor de kou, mam," grinnikt hij.  Ik maak een tyuri voor ‘m.

Ik doe aan puberhosting. Op mijn boodschappenlijstje staat standaard limonade, chips en waterijsjes. Het tostiapparaat maakt overuren. In onze tuin staat een grote asbak. Met dank aan oma hebben we een Play Station in de woonkamer. Wanneer zoonlief appt of hij met zijn vrienden mag binnenkomen, antwoord ik "Ja!". Hij vraagt het netjes van tevoren en geeft ook het aantal bezoekers door. Dat is de afspraak.

Ik maak contact en scan de nieuwe binnenkomers. Ik vraag later bij welke groep ze horen, scooterboys, Halt-gasten, wijkjongeren of bekenden van school? In mijn hoofd maak ik een mindmap met rode vlaggen en safe-houses en geef me over aan mijn controlemechanisme. Ik heb geleerd om ontspannen mee te neuriën met rappers die ons huis binnen knallen.

Een nieuwe mati is daar verbaasd over. “Ik dacht dat je een strenge Surinaamse moeder had? Ze is best aardig," hoor ik de mati vanuit de keuken reageren. Ik hoor hoe mijn zoon de controller van de Play Station een duw geeft en verklaart: "Ze is niet altijd lief, hóór!" Ik moet erom glimlachen.