Poepmagneet

Het lijkt soms alsof ik idioterie aantrek van mensen die onder rotsen wonen. Ik sloot het jaar maar net af met een  en vandaag had ik weer beet. Ben ik een poepmagneet of zo?


Ik zag hem al glunderend opkijken toen hij me binnen zag lopen. Zo van “heeejjj, daar heb je één. En ik ken hem niet.”

Ik had een dagje Antwerpen gepakt voor een meeting en was op de terugweg gestopt in een Mac Donalds langs de snelweg, weer in zo'n regio waar mensen wonen die Timbs dragen met joggingbroeken. Ik heb een grondige hekel aan de Mac, maar ik reed al een uur, had nog een uur te gaan en moest dringend plassen.

Hij was netjes gekleed. Geen Timbs, geen joggingbroek, maar donkerblauwe slacks en daarboven een lichtblauw blauw overhemd dat vanmorgen glad gestreken was door iemand die goed voor hem zorgt. Een dikkertje dap, haren gekamd; geen type dat gisteren ontvlucht is uit een gesticht. 

Ja, mijn oog is getraind om dat in een seconde vast te stellen ...

Hij bleef toch maar staren en glimlachen naar me. Ik fronste terug, zo van “what the fuck bruh. You don’t know me and I don’t know you”, keek weg, bestelde een portie chicken fritters -het enige dat ik kan hebben van de Mac-. Ik zou verder geen aandacht aan hem besteden.

Maar ik had zijn aandacht te pakken joh!

Toen zijn bestelling werd omgeroepen liep hij zodanig in een bocht naar de toonbank, dat hij langs me heen moest. En dat deed hij blij, met een grote glimlach. Op de terugweg stopte hij voor me met zijn dienblad in zijn handen. “Dag meneer,” zei hij. Ik bromde terug “dag meneer!”

Hij zei nog iets maar ik hoorde het niet helemaal, want ik was gefascineerd door wat er in zijn mond gebeurde. Had hij nou werkelijk geen tanden daarbinnen? Ik weet het nog steeds niet zeker.

Ik zei “Pardon? Directeur waarvan?” Hij antwoordde met diezelfde vriendelijke glimlach “Ik ben directeur van Johnson & Johnson. Het cosmetica bedrijf.”

Ik keek argwanend naar zijn 3 euro Mac Donalds avondeten op zijn dienblad, maar ok, als Big Mac vretende Donald Trump President van Amerika kan worden, kan de directeur van Johnson & Johnson toch ook hier dineren?

Ik probeerde te ontcijferen of het embleem op zijn lichtblauwe hemd van Johnson & Johnson was, maar mijn ogen faalden me in het romantische schemerduister in de Mac.

Het waren zijn tanden die doorslaggevend werden voor me; "Johnson & Johnson zou je naar een betere tandarts hebben gestuurd", besloot ik.

Ik keek weer weg, een subtiele hint naar hem dat voor mij ons gesprek beëindigd was.

Niet voor hem. Hij bleef glimlachen. “We hebben duizenden werknemers. Wat een grote stoere vent ben jij. Ik ben altijd op zoek naar een goede security guard.”

Daar gaan we weer dacht ik.

“Daar weet ik niks van af,” zei ik verveeld en ik gaf hem mijn smerige van kop-tot-teen look, compleet met mijn befaamde duivelse grijns.

Ik had besloten dat hij zwakbegaafd was, dat hij zichzelf gewoon niet kon helpen en dat ik er maar medelijden mee moest hebben. Zo'n type waar je niet kwaad op mag worden.

Maar hij had besloten me niet te snappen. “Oh maakt niet uit als je er niks van af weet. We letten bij ons bedrijf niet zo op de papieren en opleidingen. We willen gewoon goede mensen hebben.”

Ik besloot het te beëindigen. “Hey rot nou op. Ik heb een baan en ik heb mijn eigen bedrijf.”

Hij zei nog iets anders onverstaanbaars.

Ik deed toen alsof mijn nummer werd omgeroepen en begon een gesprek met de dame achter de toonbank. “Oh sorry, ik dacht dat ik nummer 77 was …”

Toen ik met mijn bestelling terug naar de auto liep, zag ik hem nog steeds glimlachend naar me kijken, terwijl hij zijn eten in zijn gezicht aan het stoppen was.

Creepy yu!!

Wat heb ik toch met dit soort idioten? Of hebben zij wat met mij?

Jaren geleden was er ook zo één die ik tegenkwam op een feestje in een boerendorp. waar ik opviel als die eenzame mooie creatieve donkere vlek op een spierwitte koe. Wie draagt nou overalls naar een feestje, maar enfin.

Nadat hij me de hele avond had staan aanstaren en met opzet tegen me aanbotste als hij langsliep, begon ik hem in gedachten maar “Boer Jan” te noemen. Toen hij het niet meer kon inhouden knoopte hij maar een gesprek aan. “Ik ken iedereen hier, maar ik ken jou niet,” begon hij heel luid over de muziek heen.

Ik dacht say it don''t spray it en deed een stap naar achteren terwijl ik speekselspetters van mijn gezicht veegde. Hij stapte toch weer in mijn private space. "Ik wil je graag een keer bij me thuis uitnodigen. Mijn vrouw speelt de gitaar, kan jij op de trommel. Die heb je toch wel?" 

Mijn ogen rollen sindsdien in hun kassen.

Maar dat was meer dan tien jaren geleden. Dat ik vandaag, in 2019 weer zo’n stereotyperende, in Sjors en Sjimmie sprookjes gelovende en Lambik adorerende, stereotyperende idioot zou tegenkomen, had ik niet gedacht.

Maar ja, ik had besloten in die regio te stoppen waar die mensen wonen die joggingbroeken met Timbs dragen; of overalls naar feestjes.

Mijn fout!