Mitchell Esajas, medeoprichter van The Black Archives en New Urban Collective, levert het koninklijke lintje in dat hij in 2023 kreeg. Aanleiding is het onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in het koloniale verleden. De reactie van koning Willem-Alexander op de uitkomsten vindt hij niet krachtig genoeg.
Esajas maakte zijn besluit vrijdag 2 oktober bekend, de dag waarop het onderzoek in Leiden werd gepresenteerd. Hij was op dat moment in Kormantse in Ghana, een plaats die nauw verbonden is met de trans-Atlantische slavenhandel.
“Een onderzoek is geen herstel”
Mitchell Esajas
Esajas schrijft in zijn verklaring geen ridder in de Orde van Oranje-Nassau te hoeven zijn. De koning roept hij op zich in te zetten voor een Nationale Route naar Herstel.
De conclusies verrassen hem naar eigen zeggen niet. Het onderzoek laat volgens hem zien dat het koningshuis op meerdere manieren van slavernij en kolonialisme heeft geprofiteerd. Woorden over verzoening en verbinding zijn volgens hem “niet genoeg zolang economische en raciale ongelijkheid blijft bestaan”.
Esajas vindt het wel te prijzen dat de koning het onderzoek heeft laten doen. Hij benadrukt dat het er mede is gekomen door jarenlange strijd van zwarte gemeenschappen. Over het lintje had hij vanaf het begin dubbele gevoelens, schrijft hij. Hij hield het omdat hij het zag als erkenning en waardering voor een collectieve strijd. Nu wil hij het niet meer dragen.
‘Symbolisch mooi, maar niet krachtig genoeg’
Esajas las de conclusies terwijl hij in Kormantse naar het jaarlijkse culturele festival liep. Hij is in Ghana voor een podcast over de historische band tussen Nederland, Suriname en Ghana. Het dorp ligt naast Fort Amsterdam, dat Michiel de Ruyter in 1665 veroverde en dat daarna in handen kwam van de West-Indische Compagnie (WIC).
Het onderzoek bevestigt volgens hem wat velen al wisten. De onderzoekers stellen dat de Oranjes weinig rechtstreeks aan de slavernij verdienden. Esajas wijst erop dat koninklijke bestuurders wel leiding gaven aan de compagnieën die de slavenhandel mogelijk maakten, en zich er nooit tegen verzetten.
Over de reactie is hij kritisch.
“Ik vind de verklaring van de koning symbolisch mooi maar nog niet krachtig genoeg”, schrijft hij. De koning nam het initiatief volgens hem onder druk van zwarte gemeenschappen die al decennia strijden voor erkenning, excuses en herstel.
Mitchell Esajas
Esajas ziet een trend van excuses, onderzoeken en zalvende woorden, zonder structurele verandering. In onderwijs, arbeidsmarkt en zorg werkt het slavernijverleden volgens hem door als anti-zwart en institutioneel racisme. Men lijkt “een punt achter de komma” te willen zetten, schrijft hij, “maar hier kunnen we geen genoegen mee nemen”.
Daarom maakt hij nu “een principiële keuze”.
“Ik hoef geen ‘ridder in de orde van Oranje-Nassau’ te zijn. Ik doe afstand van mijn lintje.”
MIitchell Esajas
Nationale Route naar Herstel
Esajas vraagt de koning zich hard te maken voor een Nationale Route naar Herstel, zoals het collectief Zwart Manifest bepleit. Daarin staat niet alleen erkenning centraal, maar ook de aanpak van de structurele gevolgen van slavernij en kolonialisme. Nazaten en hun gemeenschappen moeten zelf zeggenschap krijgen over de vorm van herstel.
Het gaat hem niet om een eenmalige financiële transactie. Hij pleit voor investeringen in onderwijs, infrastructuur en mentale gezondheid, in Nederland, Suriname, de Caribische eilanden en ook in Ghana. De kinderen in Kormantse moeten volgens hem eerlijke kansen krijgen.
“De koning van Nederland heeft voor mij geen hogere status dan de chief van Kormantse”, schrijft Esajas. Hij wil in gesprek met koning Willem-Alexander, premier Jetten en Zwart Manifest. Ook nodigt hij de koning uit om met de inwoners en de chief van Kormantse en de president van Ghana te praten over het slavernijverleden en herstel.
Zijn verklaring sluit aan bij een toespraak van de Ghanese president John Mahama bij de Verenigde Naties, die hij aanhaalt. Zelf vat hij het zo samen: “Niemand is vrij, tot wij allen vrij zijn.”
In het onderzoek vond Esajas een directe verwijzing naar de plek waar hij was. In Oranje en de koloniën van Gert Oostindie staat een afbeelding van een gouden ‘octrooidoosje’ met daarop het fort Cormantijn. Stadhouder Willem IV kreeg het in 1749 bij zijn benoeming tot opperbewindhebber van de WIC.
Het onderzoek
Het Huis Oranje-Nassau was eeuwenlang “met overtuiging en zonder wezenlijke bedenkingen” betrokken bij het Nederlandse kolonialisme. Dat is de hoofdconclusie van het onafhankelijke onderzoek van de Universiteit Leiden, geleid door historicus Gert Oostindie.
Koning Willem-Alexander nam eind 2022 zelf het initiatief en betaalde het onderzoek. Zo’n zestig onderzoekers werkten eraan mee. Het resultaat is vijf boeken over de periode van 1600 tot nu.
De belangrijkste bevindingen:
- De Oranjes steunden het kolonialisme openlijk, maar bepaalden het beleid zelden. Alleen koning Willem I zette zelf de koers uit.
- Het vorstenhuis verdiende omgerekend bijna 576 miljoen euro aan het koloniale systeem. Het grootste deel kwam uit voormalig Nederlands-Indië.
- Stadhouders en koningen verzetten zich niet tegen slavenhandel en slavernij. Koloniale oorlogen en het neerslaan van opstanden keurden zij goed.
- Pas vanaf koningin Juliana werd ongemak over dit verleden zichtbaar.
Volgens Oostindie is het huis daarmee zonder twijfel medeverantwoordelijk. De koning noemde de uitkomsten bij de presentatie “schrijnend en confronterend”. Hij zei het verleden niet te kunnen veranderen en ziet het onderzoek als aansporing, niet als afronding.
Omstreden lintje
Esajas werd op 26 april 2023 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Femke Halsema reikte de onderscheiding uit in het Concertgebouw in Amsterdam. Hij kreeg haar voor zijn inzet voor diversiteit en inclusie en tegen discriminatie en racisme, onder meer met The Black Archives, New Urban Collective en Kick Out Zwarte Piet.
De benoeming leidde destijds tot felle reacties. Drie gedecoreerden stuurden uit protest hun eigen lintje terug en Esajas ontving zeker honderd racistische berichten. Hij zei toen al gemengde gevoelens te hebben over het koningshuis, maar aanvaardde het lintje als waardering voor het werk van de organisaties.