Het geld is er. De vraag is: wie weet ervan?

5 min leestijd

Door Laetitia Kensmil

Er gaat al jaren een gezegde rond in zwarte gemeenschappen. Meestal fluisterend, soms met een lach: als je iets voor zwarte mensen wil verbergen, stop het dan in een boek. Het klinkt als een grap, maar het schuurt. Want het zegt iets over wie toegang heeft tot kennis en wie niet.

Een paar weken geleden las ik een burgerinitiatief. Halverwege kwam ik een term tegen die blijkbaar al jaren bestaat: SROI, Social Return on Investment. Een systeem waarbij bij grote opdrachten en aanbestedingen geld wordt vrijgemaakt om maatschappelijke waarde te creëren. Denk aan werkplekken, projecten, kansen voor mensen die vaak buiten de boot vallen.
En toen drong het tot me door: dit bestaat al vijftien tot twintig jaar. En ik had er nog nooit van gehoord.

Dat is opmerkelijk. Ik werk in de gemeenschap. Ik praat dagelijks met mensen over kansen, werk, trajecten, participatie. Ik zit aan tafels waar dit soort dingen besproken zouden moeten worden. En toch was dit volledig langs me heen gegaan.
Dus stel ik mezelf en anderen een vraag: als dit al zo lang bestaat, wat gaat er dan nog meer aan ons voorbij?

Niet op de lijst
SROI is bedoeld voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor mensen die door systemen worden uitgesloten of overgeslagen. Maar nazaten van tot slaaf gemaakten staan niet als aparte groep op de zogeheten SROI-tabellen. Dat betekent dat projecten die draaien op onze geschiedenis, onze verhalen en onze gemeenschappen niet automatisch ook middelen naar die gemeenschappen laten terugvloeien.

Het geld wordt wel gegenereerd.
Maar het is niet vanzelfsprekend dat het bij ons terechtkomt.
Niet omdat iemand dat expliciet tegenhoudt, maar omdat het systeem ons niet als categorie herkent. En wat niet erkend wordt in een systeem, krijgt zelden middelen.
Een museum en de gemeenschap
In Amsterdam wordt gewerkt aan het Nationaal Slavernijmuseum. Een plek die belangrijk is. Nodig ook. Maar terwijl er gebouwd wordt aan erkenning, moeten we ook kijken naar wat er praktisch gebeurt. Wie profiteert er van de middelen die rond zo’n project circuleren? Wie weet überhaupt dat die middelen bestaan?

Het wringt als er in naam van een geschiedenis gebouwd wordt, terwijl de gemeenschap die met die geschiedenis leeft niet weet welke kansen er zijn. Erkenning in symbolen is belangrijk. Maar erkenning zonder toegang tot middelen verandert weinig aan de dagelijkse realiteit.
Kennis is macht, ook bij ons
Wat me misschien nog wel het meest raakte: sommige mensen wisten wél van SROI. Ze gebruikten het. Ze haalden er projecten en kansen uit. Maar het bleef vaak binnen kleine netwerken. Dat is begrijpelijk. In een systeem waar weinig is, leer je beschermen wat je hebt. Informatie wordt dan kapitaal.

Maar het zorgt ook voor iets pijnlijks. Dat kennis soms ook binnen de gemeenschap ongelijk verdeeld blijft. Niet uit slechte intentie, maar uit schaarste. En zo kan een instrument dat bedoeld is om ongelijkheid te verkleinen toch opnieuw ongelijkheid reproduceren.
Wat blijft nog meer verborgen?
Sinds ik dit weet, laat het me niet los. Als dit al twintig jaar bestaat zonder dat veel mensen ervan weten, hoeveel andere regelingen bestaan er dan nog die ons nooit bereiken? Hoeveel fondsen, rechten, verplichtingen en potjes blijven in beleidstaal hangen terwijl ze bedoeld zijn voor echte mensen?
Uitsluiting is vaak niet spectaculair. Het gebeurt stil. Via formulieren, jargon, netwerken. Via wat nooit wordt uitgelegd.

Samen betekent ook delen
We hebben het vaak over samen veranderen. Over gemeenschap. Over solidariteit. Maar samen betekent ook dat we kennis delen. Dat we niet alleen wachten tot systemen naar ons toe komen, maar ook onderling doorgeven wat we weten.
Kennis is geen taartpunt die kleiner wordt als je hem deelt.

Kennis wordt groter als hij rondgaat.
Als middelen bestaan om gemeenschappen te versterken, dan moeten die middelen ook zichtbaar en begrijpelijk zijn voor die gemeenschappen. Anders blijft het bij mooie woorden en beleidsdocumenten.
Dat oude gezegde over het boek hoeft geen waarheid te blijven. Maar dan moeten we wel stoppen met fluisteren en beginnen met delen. Hardop. Met elkaar. Want erkenning is meer dan herinnering.

Het is ook toegang.

Deel dit artikel