Het Herdenkingscomité Slavernijverleden is zeer geraakt door de erkenning door de Verenigde Naties van de trans-Atlantische slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit.
Voorzitter Astrid Elburg stelt in een statement afgelopen weekend, dat voor nazaten en getroffen gemeenschappen de resolutie een historische werkelijkheid bevestigt die generaties lang is gedragen, uitgesproken en doorgegeven.
“De resolutie maakt duidelijk dat het slavernijverleden niet achter ons ligt. De erkenning van deze geschiedenis gaat gepaard met historisch besef, morele duidelijkheid en concrete stappen richting herstel. Dat Nederland zich bij deze resolutie heeft onthouden van stemming, is veelzeggend op een moment waarop de internationale gemeenschap de ernst van deze geschiedenis uitspreekt. Dit vraagt om moed en niet om terughoudendheid.”
— Astrid Elburg, voorzitter Herdenkingscomité Slavernijverleden
Voor het Herdenkingscomité Slavernijverleden is deze resolutie een oproep om verdere stappen te zetten: in erkenning, in historisch besef en in de richting van herstel. Herstel vraagt om ruimte voor waarheid, voor waardigheid en voor de stemmen van gemeenschappen die decennialang zijn gemarginaliseerd.
“Wij blijven ons inzetten voor een herinneringscultuur die niet alleen herdenkt, maar ook beweegt in de richting van rechtvaardigheid en een toekomst waarin herstel van waardigheid wordt gerealiseerd, ook voor de volgende generaties.”

