Een brede coalitie van organisaties, met Zwart Manifest voorop, stuurt vandaag een brandbrief aan premier Rob Jetten. De boodschap: drie jaar na de excuses voor het slavernijverleden is er volgens de ondertekenaars nog te weinig veranderd. Met Keti Koti in aantocht eisen zij concrete stappen

De brief is opgesteld door Zwart Manifest, in samenspraak met het Landelijk Platform Slavernijverleden, de Coalitie voor een waardige 1 juli herdenking, Comité 30 juni-1 juli Amsterdam en Comité 30 juni-1 juli Flevoland. Ook Dagmar Oudshoorn, oud-voorzitter van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, steunt de oproep.
Daarmee bundelt de brief de stem van vrijwel het hele veld van organisaties dat zich al jaren inzet voor erkenning van het Nederlandse slavernijverleden, een mate van eensgezindheid die het gewicht van de boodschap onderstreept.
Zes jaar na BLM, drie jaar na de excuses
Het is zes jaar na de Black Lives Matter demonstraties die in 2020 ook Nederland op straat brachten, vijf jaar na het verschijnen van het Zwart Manifest, en drie jaar na de officiële excuses van de Nederlandse staat voor het slavernijverleden, uitgesproken in 2022.
De ondertekenaars erkennen dat er sindsdien stappen zijn gezet: groeiend historisch besef, meer aandacht voor het bestrijden van racisme, en uiteindelijk de politieke moed om excuses te maken. Maar, zo stelt de brief, die excuses waren het resultaat van maatschappelijke druk en politieke moed, en nu is het tijd om woorden om te zetten in daden en werk te maken van herstelrechtvaardigheid: het erkennen, adresseren en herstellen van historisch onrecht.
De brief plaatst de huidige eisen nadrukkelijk in historisch perspectief. Op 1 juli 1863, Keti Koti, de dag van de gebroken ketenen, werd de slavernij in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk officieel afgeschaft. Maar die vrijheid kwam met een addertje onder het gras: tot slaaf gemaakten werden nog tien jaar onder staatstoezicht gedwongen door te werken, tot 1873. Plantage-eigenaren kregen in die periode een vorm van omgekeerde herstelbetalingen, terwijl de nazaten zelf niets ontvingen.
Volgens de opstellers van de brief werken de gevolgen van dat systeem tot op de dag van vandaag door, in onderwijs, huisvesting, werk, gezondheid, veiligheid en institutioneel racisme. Dat is, zo luidt de redenering, precies waarom symbolische erkenning niet volstaat.

Zes concrete eisen
De coalitie formuleert een reeks minimale eisen aan het kabinet Jetten:
- Keti Koti als vrije dag binnen de Rijksoverheid, in te voeren vanaf 2027 en op te nemen in de cao Rijk. Als eerste stap zou 1 juli vergadervrij moeten worden voor de Tweede Kamer, zodat volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren ruimte krijgen voor herdenking, educatie en gesprek.
- Erkenning van 1 juli als officiële nationale herdenking, naast de andere nationale herdenkingen die Nederland kent.
- Structurele aanwezigheid van de regering bij herdenkingen in het hele Koninkrijk, niet alleen in Amsterdam, maar ook op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten.
- Een nationale Route naar Herstel, vormgegeven samen met nazaten en betrokken gemeenschappen, met structurele middelen voor een herstelagenda en een herstelfonds. Amsterdam fungeert hierbij als voorbeeld: de stad liet volgens de brief al zien dat erkenning kan worden vertaald naar concrete stappen.
- Excuses aan het Caribisch deel van het Koninkrijk voor het niet naleven van de verplichting om deze landen te consulteren over de VN-resolutie.
- Wettelijke verankering van de aanbevelingen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, en van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, met voldoende middelen en capaciteit.
“Niet over ons, niet voor ons, maar mét ons,” vat de coalitie haar uitgangspunt samen.
Schouder aan Schouder
Het thema van de Nationale Herdenking 2026 is Schouder aan Schouder. Dat betekent volgens hen niet alleen het uitspreken van erkenning, maar ook zichtbaar verantwoordelijkheid nemen voor een gedeelde geschiedenis en de gevolgen daarvan in het heden.
De coalitie nodigt premier Jetten ook uit voor een gesprek, en vraagt hem om de gelegenheid van 1 juli te benutten om niet alleen stil te staan bij erkenning, maar ook concrete vervolgstappen aan te kondigen richting een nationale Route naar Herstel.
Tegelijk klinkt er een duidelijke waarschuwing door. Mochten concrete vervolgstappen op de brandbrief uitblijven, dan roept de coalitie iedereen op om op 1 juli zichtbaar op te komen voor een nationale Route naar Herstel en voor de omzetting van erkenning in concrete maatregelen. 1 juli verdient geen vrijblijvende woorden, maar een overheid die verantwoordelijkheid neemt en deze vertaalt naar actie, aldus de brief.
Premier Jetten spreekt op 1 juli in Amsterdam tijdens de Nationale Herdenking. Daar zal blijken of zijn woorden het antwoord bevatten waar de coalitie al jaren op wacht, of dat de straat opnieuw het laatste woord krijgt.
De volledige brandbrief is te lezen via Zwart Manifest