Bonaire krijgt gelijk: eiland onvoldoende beschermd tegen de gevolgen van klimaatverandering

5 min leestijd

De Rechtbank Den Haag heeft op 28 januari 2026 geoordeeld dat de Nederlandse Staat zijn inwoners op het Caribische eiland Bonaire onvoldoende beschermt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit is niet alleen een juridische klap voor klimaatbeleid, maar een expliciete veroordeling van ongelijkwaardige staatszorg binnen één koninkrijk.

De uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2026:1344 benadrukt dat het huidige beleid zowel op mitigatie (uitstootreductie) als adaptatie (bescherming tegen klimaatimpact) tekortschiet en daarmee het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) schendt.

De rechtzaak tegen de Nederlandse staat was gestart in januari 2024  door acht inwoners van Bonaire en Greenpeace. Zij eisten meer bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering en een versnelling in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Met hun rechtszaak tegen de Nederlandse Staat vroegen zij op krachtige wijze aandacht voor klimaatverandering en koloniale ongelijkheid. In september 2024 besloot de rechtbank in Den Haag dat Greenpeace deze zaak mag voeren namens het algemeen belang van Bonaire. In januari 2025 werden de inwoners van het eiland, samen met Greenpeace uitgeroepen tot winnaar van de Issue Award 2025. De prijs werd officieel overhandigd tijdens het Issuecongres op 23 januari.

Beleid versus risico

Bonaire’s geografische en economische kwetsbaarheden – van lage kusten en mangrove habitats tot een toerisme-afhankelijke economie – maken het eiland bijzonder gevoelig voor zeespiegelstijging, hittegolven en extreme regenval. Klimaatmodellen voorspellen dat delen van het eiland uiteindelijk onder water kunnen komen te staan en dat gezondheid, cultuur en infrastructuur significant risico lopen.

De rechtbank constateert dat de Nederlandse Klimaatwet geen bindende emissiereductiedoelen bevat die in lijn zijn met de internationale doelstelling om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, en dat zelfs de beoogde 55 % reductie tegen 2030 onduidelijk is en niet alle emissies (zoals lucht- en zeevaart) omvat. Cruciaaler nog: er ontbreekt een concreet en tijdig adaptatieplan voor Bonaire, ondanks al tientallen jaren bekend risico.

Discriminatie binnen het Koninkrijk

Wat deze uitspraak structureel maakt, is de juridische erkenning van ongelijke behandeling. De staat heeft niet tijdig passende maatregelen genomen voor Bonaire, terwijl klimaatbeleid voor Europees Nederland meer systematisch en vroeger werd aangepakt. Volgens de rechter is er geen objectieve of redelijke rechtvaardiging voor dit verschil, waardoor sprake is van discriminatie op grond van de toepasselijke EVRM-artikelen.

De rechter schrijft expliciet dat het niet genoeg is om simpelweg te stellen dat klimaatverandering een globaal probleem is, zonder nationale verantwoordelijkheid te erkennen; een staat moet binnen zijn bevoegdheid tijdig passende maatregelen nemen om zijn inwoners te beschermen.

Dwingende maatregelen verplicht

De rechtbank legt strikte verplichtingen op: Binnen 18 maanden moet de Staat bindende tussentijdse reductiedoelen vastleggen in nationale regelgeving die gelden voor de gehele economie, afgestemd op internationale klimaatverplichtingen. Voor 2030 moet een uitgewerkt en implementeerbaar adaptatieplan voor Bonaire gereed zijn.

Deze eisen vormen een directe uitdaging voor beleidsmakers en politiek bestuur in Den Haag, vooral gezien de recente onderhandelingen rond nieuwe regeringscoalities met klimaatgerichte ambities én sceptici.

Impact en precedent

De uitspraak bouwt voort op eerdere Nederlandse klimaatrechtspraak – denk aan de Urgenda-zaak van 2019 – en plaatst klimaatadaptatie juridisch gelijkwaardig naast mitigatie. Maar deze case tilt het debat een stap verder: het riep klimaatbeleid op tot een mensenrechtenkader dat niet alleen over emissies gaat, maar over gelijkwaardige bescherming van staatsburgers waar ook ter wereld zij wonen.

Internationaal interpreteert men de uitspraak als een precedent: rijke landen worden steeds vaker juridisch verantwoordelijk gehouden voor zowel hun bijdrage aan klimaatverandering als voor het beschermen van kwetsbare gemeenschappen binnen hun politieke reikwijdte.

Confronterend

Deze uitspraak confronteert de Nederlandse overheid met de realiteit van haar koloniaal verleden: klimaatbeleid moet juridisch robuust, sociaal rechtvaardig én internationaal verenigbaar zijn. Ze zijn een wake-upcall voor beleidsarchitectuur die niet alleen reductie nastreeft, maar adaptatie verankert als recht en als maatstaf van staatszorg, ongeacht post-koloniale grenzen binnen hetzelfde staatsverband. De implicaties reiken verder dan Bonaire.

Deel dit artikel