Zwarte minister-president

Ik ben een mens van kleur, geboren in een volkomen witte wereld. Mijn vader is de enige Afro-man die ik als kind heb meegemaakt, maar hij was zo snel vertrokken, dat ik mij zijn cultuur, zijn eten, zijn manier van denken en al helemaal zijn taal niet eigen heb kunnen maken. Na het vertrek van mijn Surinaamse  vader werd mijn wereld wit als een eeuwigdurende sneeuwstorm. 

En het viel mij op, dat men meestal welwillend op mij reageerde en mij vriendelijk bejegende, maar ik werd ook gezien als een dier dat  kunstjes kon. 

Voor zoonlief eens een brief geschreven en bij de juf van groep acht in het postvakje gelegd. Ze vond het een mooie, duidelijke brief, vertelde ze mij tijdens het daaropvolgende tien minuten gesprek. 

'Heb je dat helemaal zélf geschreven?' Vroeg zij opeens. 

Er is een negatief beeld ontstaan, over mensen van kleur. En uiteraard moet dat veranderen. Maar hoe?

Daar zit ik nog steeds mee. We knabbelen niet alleen van de verkeerde kant aan de koek, wij lijken nog altijd genoegen te nemen met een paar toegeschoven kruimels. Wij moeten zelf maar eens bakken.

En dan eindelijk, met mijn sterkste bril op mijn neus en het volume op onaanvaardbaar hard, zal ik naar mijn beeldscherm kijken. Met tranen van ontroering in mijn ogen, mijn trillende hand stevig omklemd door die van mijn kleinkind, zal ik de inauguratie van de allereerste zwarte minister- president van Nederland mogen aanschouwen. 

Zul je zien. Staat de minister- president, na zijn voorgelezen speech, het gejuich en applaus van het volk in ontvangst te nemen. Klimt er een witte journalist het podium op, duwt hem een microfoon onder zijn neus en vraagt: 'Heeft u dat helemaal zélf geschreven?'