Zoete koek

Wist je dat in 1862, toen de mogelijke emancipatie van tot slaaf gemaakten ter tafel kwam in de Nederlandse Tweede Kamer, de Nederlandse regering de totslaafgemaakten wilde laten meebetalen aan hun vrijlating?

De schatkist was leeg en er was geen geld om de slavenhouders te compenseren voor het verlies van hun mensen "eigendom" wanneer de nieuwe wet der opheffing van de slavernij aangenomen zou worden.

Er wordt na lange debatten die zelfs tot het aftreden leiden van bewindslieden die voor afschaffing waren, uiteindelijk een compromis bereikt, waarin de gestolen Afikanen in Suriname gedurende nog tien jaar na 1863 verplicht moesten werken op de plantages.

Men was bang dat de totslaafgemaakten na de bevrijding onmiddellijk de bossen in zouden trekken en de plantages leeg zouden achterlaten. "De ‘n.g.rs’ hebben de neiging ‘de ledigheid en het boschleven’ te verkiezen ‘boven den arbeid en de beschaving’," werd er geargumenteerd. Echt waar!

De emancipatie zou dan het einde van de plantage-economie betekenen. Daarom kwam dus het staatstoezicht dat zwarte Surinamers nog tien jaren lang in een semi slavernij zou houden.

Maar wist je dat het aanvankelijke plan voor het staatstoezicht was dat het veel langer had moeten duren dan tien jaar? En dat er ook hele discussies werden gevoerd over het mager loontje dat de mensen in hun nieuwe vrijheid mochten tegemoetzien.

Dat de slaveneigenaars uiteindelijk 300 gulden per vrijgemaakt mens kregen, was geen punt.

Er werd ook geen seconde verloren aan de vraag of de geroofde, berooide, verkrachte, onderdrukte, gemarginaliseerde Afrikanen gecompenseerd moesten worden voor de honderden jaren aan gratis noeste arbeid waarmee ze hadden bijgedragen aan de rijkdom van Nederland.

Ik wist het wel. Daarom slik ik weinig. En spuugt mijn pen veel. Ik ben hier voor het mijne en dat van de mijnen. Dit is geen 1862; ik eis mijn plek in de discussie over mij op. Stap uit mijn weg als je nog denkt dat ik niet weet wat me toe komt.

En breek me de bek niet open over de rol van kerk in de aanloop op 1 juli 1863. Omdat men bang was van opstanden van zwarte mensen die wraak wilden had de regering de hulp van missionanarissen ingeroepen; die zwartjes moesten met spoed worden bekeerd.

Preken leren over hoe je je naaste moest liefhebben en moet vergeven ook al had hij je het ergste kwaad aangedaan dat je je kon voorstellen.

De koningvererende hymnes die de mensen moeten leren en die ze uit volle borst zongen in de grote stadskerk. Uit de Mama Kerki klonk het ‘Gi Koning Willem bigi nem, Des konings naam zij hooggeacht’.

Ze waren er in drommen verzameld. Honderden net-vrije zwarte mensen; zoveel waren ze er dat ze niet pasten in dat koloniaal gebouw dat onderdeel was geweest van hun onderdrukking, waar ze dank mochten zeggen voor het feit dat hun onderdrukker (die in de minderheid was) hen niet meer zou onderdrukken.

Nederland is er op gewiekste manier in geslaagd de feiten van haar misdaden weg te poetsen. Een gat in de geschiedenis te creëren waardoor mensen gingen vergeten en leugens over zichzelf als zoete koek gingen slikken.

Het grappige is, als ik naar Suriname vandaag kijk, zie ik hetzelfde zich herhalen ... maar dan in de politiek.