“Het ergste wat je kan doen is er niet zijn voor jezelf,” zeg ik altijd aan studenten. “Een half uur na jouw docent aankomen op school, betekent dat je docent er een half uur is voor jou, terwijl jij er niet bent voor jezelf.”
Ik geef deze speech tientallen keren ieder jaar. Aan kinderen met mijn huidskleur; die op mij lijken. Kinderen die mijn kinderen hadden kunnen zijn. Die ik ook zo zie.
Die speech lijkt nooit aan te komen.
Laatst weer eentje die voor leerondersteuning kwam. Ik zag hem binnenlopen om 10.30u, terwijl hij er om 10.00u moest zijn. Laat dus.
Toen ik een uur later langs zijn klas liep was hij er niet. En zijn docent had hem de hele ochtend al niet gezien; ik zoeken, maar hij was nergens te vinden. Om 12.30u wanneer ik hem tijdens de pauze eindelijk in zijn kraag vat, biecht hij op dat hij in het toilet was gaan zitten vanaf 10.30u, gewoon omdat hij geen zin had om te leren.
“Help me dit snappen. Je neemt geld van je alleenstaande moeder voor het OV, vertrekt van huis, komt naar school en gaat dan in het stinkende toilet zitten? Je verkwist niet alleen geld van je moeder; je verkwist ook nog tijd van mij en van je docent. Maar bovenal verkwist jij je eigen tijd. En dat is de ergste tijd die je kan verkwisten. Je loopt bewust achteruit. En achteruitgang is eigenlijk onnatuurlijk voor een mens.”
Zat hij me schaapachtig aan te kijken.
Laatst ook eentje die kwaad werd en aan mij zei dat ik er niet was voor hem, omdat ik hem wegstuurde voor te vaak te laat komen. Een andere die boos naar me knorde “dit hoef ik niet te pikken” omdat een docent haar zei dat ze niet de extra mijl ging voor zichzelf, ook wanneer de docent wel de extra mijl ging voor haar.
Het is zo krom.
Maar kan je het hun kwalijk nemen? Van wie leren ze het?
Wij hebben het als Zwarte gemeenschap norm gemaakt om niet te komen opdagen voor onszelf.
Bij mij in de organisatie hebben we meer dan 100 leerlingen – de meesten zijn door twee ouders gemaakt- maar het hoogste aantal ouders dat we ooit over de vloer kregen tijdens ouderparticipatiedagen, is 17. Nooit meer dan dat.
We dagen niet op voor onszelf.
Dat zagen we ook weer tijdens de gemeenteraadsverkiezingen vorige week. In Amsterdam was de opkomst in Zuidoost structureel lager dan in andere stadsdelen. Het resultaat: winst voor de partijen die ons niet gezind zijn en de minste Zwarte vertegenwoordiging op de niveaus waar er besluiten (over ons) worden genomen. Ik zag ergens dat het aantal Zwarte vrouwen in de stadsdeelraad van Zuidoost alsmaar afneemt. Dat is toch onnatuurlijk?
Wij zijn het probleem. We stemmen niet.
En mensen stemmen niet tégen de status quo. Omdat we de oorzaken van politieke desinteresse negeren en we de problemen niet fixen die mensen ertoe drijven om niet te gaan stemmen, blijven mensen denken dat ze daar goed aan doen.
Het klinkt paradoxaal, maar dat is hem gewoon. Vroeger was politiek gewoon wit en ging het niet over ons. Stemmen was niet voor Zwarte Nederlanders die generaties lang hebben geleerd dat de politiek een witte bedoening was die over hen besliste, niet mét hen.
“Je bent hier te gast. We leven in deze mensen hun land. Het is een wittemensenwereld,” kan ik me nog herinneren dat mensen zeiden vroeger. Wij leerden dat wij niet mochten meedoen en die indruk is nooit rechtgezet. Nederland heeft het nooit actief gecorrigeerd. Vraag jij je af waarom?
Dus stemmen we niet of geven we onze stem aan partijen die niet het beste met ons voor hebben.
“Wilders zegt goede dingen,” zei iemand in Amsterdam Zuidoost die op mij lijkt aan mij bij de voorlaatste verkiezingen. I kid you not!
Olie op het vuur gooien is erger dan symptoombestrijding.
De uitdaging zit hem deels in politiek bewustzijn, maar nog meer in het doelgericht kweken, het vormen van onze eigen leiders.
Leiderschap is bij ons altijd een toevalligheid. Uitzonderlijke leiders zijn er altijd geweest.
Maar wie staat er voor onze leiders? Leiden we hen op zodat ze met het intellect van een Obama, de flair en gratie van een MLK en de onbevreesdheid van een Malcolm de uitdagingen aankunnen?
En wie staat er achter onze leiders? Er zijn mensen uit onze gemeenschappen die opstaan, die geloofwaardig zijn, die vertegenwoordigen en ook het werk willen doen, maar ze staan er grotendeels alleen voor. We vinden altijd wel iets om over hen te zeuren en tegen hen te zijn. “Kamala had Zwarte mannen opgesloten toen ze Officier van Justitie was.” Dezelfde spijkers op laag water vonden we hier ook.
En zo verschijnen we niet voor onszelf. We gaan liever elkaar dwars zitten in plaats van samen op te trekken. Die neiging is groot.
En toch is dat nog slechts het symptoom. Het echte probleem is het gebrek aan georganiseerde, langdurige gemeenschapsopbouw die politieke participatie vanzelfsprekend maakt. De vraag is dus waarom verschijnen we niet voor onszelf?
Nou, om dezelfde reden waarom onze kinderen niet verschijnen voor zichzelf. Het lijkt niet om ons te gaan, net zo min als school niet over hen lijkt te gaan.
Wat er ontbreekt is strategie waarmee wij doelgericht kunnen indringen en van binnenuit dingen gaan veranderen, in ons belang. Ja dat geldt voor ons in de politiek, maar ook voor onze kinderen op school. Beiden bieden een kans op een betere toekomst, maar dat vereist verschijnen. Een plan.
“F*** you!”, zag ik iemand schrijven onder de post van een Zwarte politicus die meedeed aan de verkiezingen. “F*** you! Ook met jou gaat er niks veranderen.”
Het ding is, als je “F*** you” zegt aan iemand die voor jou wil vechten dan zeg je eigenlijk op de lange duur “F*** me” aan jezelf. Niet?
Want die shit waar we in baggeren omdat we maar niet in staat zijn leiders vormen en te introduceren die strategisch, chirurgisch en gedurfd het werk doen voor ons …..
Kijk maar in de VS met die oranje pedofiele megalomaan en hoe hij de hele wereld meeneemt in z’n shit. Zie maar hier waar een partij die ons hier weg wil hebben, moeiteloos de grootste wordt …
… die shit wordt alsmaar groter en groter.
En stank van shit ruik je op den duur niet meer wanneer je er de hele tijd door wordt omringt.
Dan stem je ervoor.
Ah, kijk, nu snap ik opeens waarom die jongen liever twee uren lang in het stinkende toilet ging zitten dan aan zijn schoolwerk te werken. Die shit is normaal geworden. Hij zoekt hem op.
“F*** me,” dus.
“F*** us…”

