Aboikoni: ‘Onze opdracht is de kunst van voortbestaan’

8 min leestijd

Hoofdkapitein van de Saamaka in Nederland vraagt op Marrondag in Tilburg om grondenrechten, moreel leiderschap van kerken en zelfkritiek van het traditioneel gezag

‘Herdenken alleen is niet genoeg.” Dat was de boodschap van Sylvester Aboikoni, hoofdkapitein van de Saamaka in Nederland, tijdens de viering van de Dag van de Marrons in Tilburg. In een toespraak onder de titel ‘De kunst van overleven’ sprak hij over grondenrechten, de rol van de kerk en de druk op het eigen leiderschap.

“Onze voorouders beheersten de kunst van overleven. Onze opdracht is de kunst van voortbestaan.”

Aboikoni begon bij 10 oktober 1760, de dag waarop de koloniale overheid het eerste vredesverdrag sloot met de Okanisi. De vrijheid die daarmee werd erkend, was volgens hem geen geschenk. “Onze voorouders hadden haar bevochten.”

De Marroncultuur wordt vaak omschreven als een van de best bewaarde Afrikaanse culturen buiten Afrika. Daar mag de gemeenschap trots op zijn, zei Aboikoni, maar hij waarschuwde voor stilstand. “Onze cultuur is geen museumstuk. Zij is gevormd door Afrika, slavernij en verzet, door oorlogen, vredesverdragen en migratie, en wordt vandaag opnieuw gevormd: in Paramaribo, Frans-Guyana en Nederland.”

Dat een volk blijft bestaan, betekent niet dat zijn cultuur dat ook doet. Een taal, kennis, tradities, een bos, een dorp: het kan allemaal verdwijnen, en uiteindelijk ook het besef van wie je bent. Overleven is voor Aboikoni daarom niet alles houden zoals het was. Het is weten “wat wij moeten bewaren, wat wij mogen veranderen en wat wij nooit mogen verliezen”.

Migratie heeft de Marrongemeenschap diep veranderd. Marrons wonen allang niet meer alleen in het Surinaamse binnenland; de gemeenschap heeft de kenmerken van een diaspora gekregen. Veel marrons blijven verbonden met hun familiegebied en het dorp van herkomst. De vraag is hoe die band standhoudt.

“Hoe zorgen wij ervoor dat een kind dat in Nederland wordt geboren nog weet waar zijn of haar familie vandaan komt?” Dat de talen gesproken blijven, de verhalen verteld, en dat jongeren begrijpen wat rituelen en gezagsstructuren betekenen?

Kiezen hoeven die jongeren niet, zei Aboikoni. Ze kunnen Marron zijn én Nederlander, Surinamer, Fransman of wereldburger. De opdracht van de ouderen is ervoor te zorgen dat zij stevig genoeg in hun eigen geschiedenis staan om zich vrij in de wereld te bewegen.

Overleven gaat ook letterlijk over de leefomgeving. De natuurlijke rijkdommen van het binnenland zouden een zegen moeten zijn voor wie er al generaties woont. Te vaak zijn ze een bron van druk en conflict geworden.

Goudwinning brengt economische kansen, erkende Aboikoni, maar ook vervuild water, aangetast oerwoud, ontbossing en druk op traditionele woon- en leefgebieden. Daarbovenop komt een kwestie die volgens hem “al veel te lang speelt”: de wettelijke erkenning en bescherming van de collectieve grondenrechten van inheemse en tribale volken.

“Wie geen zekerheid heeft over zijn grond, heeft ook onvoldoende zekerheid over zijn toekomst.”

Het bos is voor marrons meer dan bomen. Het is geschiedenis, apotheek, voedselbron en een plaats van spiritualiteit, de omgeving waarin kennis van generatie op generatie is overgedragen. Verdwijnt het bos, dan verdwijnt een deel van het culturele geheugen.

Ook onderwijs en voedselzekerheid rekende Aboikoni tot de kunst van overleven. Kinderen verdienen goed onderwijs, of ze nu in Paramaribo, het binnenland of Nederland wonen. “Maar onderwijs mag niet betekenen dat een kind eerst moet vergeten wie hij is om succesvol te kunnen worden.”

Een gemeenschap die voor haar basisbehoeften steeds afhankelijker wordt van anderen, wordt kwetsbaar. Traditionele kennis over landbouw, vissen, jagen en duurzaam gebruik van het bos is daarom niet alleen kennis uit het verleden. Het kan ook kennis voor de toekomst zijn.

Aboikoni ging een gevoelig onderwerp niet uit de weg: de rol van de kerk. Het Christendom heeft een belangrijke plaats gekregen binnen delen van de marrongemeenschappen, en marronleiders hebben geen principiële aversie tegen kerken. Zijn grootvader, wijlen granman Agbago Aboikoni, heeft kerken nooit verboden, ondanks de “complexe en soms discutabele rol” van religieuze instituties in de geschiedenis.

Juist daarom verwacht hij van kerken historisch bewustzijn, maatschappelijk engagement en moreel leiderschap. Ze moeten kritisch kijken naar hun eigen verhouding tot slavernij, kolonialisme, racisme en de onderdrukking van Afrikaanse religies en culturen.

Erkenning en excuses kunnen betekenisvol zijn. “Maar erkenning alleen is niet genoeg. De vraag is wat daarna gebeurt.” Aboikoni wil dat kerken bijdragen aan dialoog, heling en herstel. “Niet door onze cultuur opnieuw te vertellen wat zij moet zijn, maar door haar waardigheid te erkennen.”

Leiderschap onder druk

De kritische blik richtte hij ook op zichzelf en zijn collega’s. Het traditioneel leiderschap staat onder druk, noemde hij “misschien wel een van onze belangrijkste uitdagingen”. De diaspora groeit, economische belangen worden groter en politieke belangen dringen de gemeenschappen binnen. Ook de politiek in Suriname heeft invloed op het traditioneel gezag.

“Leiderschap kan niet alleen bestaan uit titels, tradities en ceremonies. Leiderschap is verantwoordelijkheid.” Een leider moet volgens Aboikoni kunnen zeggen dat wat hij beheert niet van hem persoonlijk is: hij heeft het ontvangen van zijn voorgangers en moet het sterker doorgeven. Dat geldt voor het gezag, de cultuur en de grond.

Het slot van de toespraak was gericht aan de jongeren. “Jullie zijn niet alleen de toekomst van de marrongemeenschap. Jullie zijn er vandaag al onderdeel van.”

Zijn advies: leer de verhalen van ouders en grootouders, leer de talen, ga naar de dorpen. En wees tegelijk nieuwsgierig naar de wereld. Studeer, word arts, jurist, ondernemer of politicus, maak muziek en kunst, schrijf de verhalen op en onderzoek de geschiedenis.

“Cultuur overleeft niet doordat wij haar achter glas bewaren. Cultuur overleeft doordat een nieuwe generatie haar opnieuw betekenis geeft.”

De voorouders lieten volgens Aboikoni niet alleen een cultuur na, maar een levenshouding: dat vrijheid verdedigd moet worden, dat gemeenschap kracht geeft en dat aanpassing niet hetzelfde is als overgave. Wie dat voortzet, zorgt ervoor dat nakomelingen over honderd jaar niet alleen vertellen wie de marrons wáren.

“Maar met trots kunnen zeggen: wij zijn er nog. Wij weten wie wij zijn. Wij weten waar wij vandaan komen. En wij bepalen zelf waar wij naartoe gaan.”

Deel dit artikel