“Een volk dat zijn verhaal niet kent, laat zich vertellen wie het is.” Met die boodschap sprak Charles Albertis Woodley, oud-gezaghebber en vakbondsleider van All for 1 Union, op 24 juni tijdens de internationale conferentie “Right of Return and Self-Determination: Double Standards and Selective Approaches” in Washington D.C.
In de Kennedy Caucus Room van het Russell Senate Office Building, georganiseerd door de Baku Initiative Group, hield hij een indringende toespraak over de verzwegen geschiedenis van Sint Eustatius en de gevolgen daarvan voor identiteit en zelfbestuur.
Woodley vertelde hoe hij als kind niet begreep wat het betekende om onder koloniaal bestuur te leven, tot een simpele vraag van zijn jeugdvriend, de huidige premier van Saint Kitts en Nevis Terrance Drew, hem aan het denken zette: “Hoe zijn die schepen van ons geworden?” Pas jaren later, tijdens een Emancipatiedag-viering in 2016, ontdekte hij dat er in 1848 een opstand had plaatsgevonden op Statia, een gebeurtenis die nooit onderwijs had gehaald. Vrije en tot slaaf gemaakte Afrikanen eisten toen vrijheid, meer rantsoen en meer vrije uren. De opstand werd hardhandig neergeslagen en de leiders, onder wie Thomas Dupersoy, werden verbannen naar Curaçao.
Die ontdekking bracht Woodley bij het verhaal van zijn eigen familie. “Als kind hoorde ik mijn vader vaak zeggen: ‘Ik kom uit het Congo-ras.’ Voor velen om hem heen klonk dat als een rare uitspraak, maar mijn vader wist waar hij vandaan kwam,” vertelde Woodley. Het was, in een tijd waarin die kennis zelden werd doorgegeven, zijn manier om een band met zijn afkomst vast te houden. Later begreep hij waarom: de mensen uit het noorden van het eiland, bekend als de Congolezen, stonden bekend om hun onbuigzame waardigheid en weigerden plantage-eigenaren met “meester” aan te spreken.
Woodley koppelde deze geschiedenis aan zijn eigen ervaring als gezaghebber tijdens de ontbinding van het eilandsbestuur door Nederland in 2018, een moment dat hij beschrijft als een pijnlijk voorbeeld van machtsongelijkheid tussen kleine Caribische gebieden en hun moederlanden. Onder verwijzing naar de VN-beginselen over zelfbeschikking en dekolonisatie, waaronder resolutie 1514 en 1541, stelde hij dat de casus Statia niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van een breder internationaal vraagstuk.
Zijn boodschap aan de jeugd is helder: hun geschiedenis hoort thuis in het lesprogramma. Wie zijn verhaal kent, staat steviger in zijn identiteit.
De volledige speech van Charles Woodley is hier te lezen