Door Jose Tojo
Geachte redactie van AfroMagazine,
Met belangstelling heb ik de uitgebreide beschouwing van de heer Andre Mosis gelezen over ons bezoek aan minister-president Rob Jetten.
Beste hr Mosis,
Ik waardeer de manier waarop u aandacht vraagt voor vertegenwoordiging, onze geschiedenis en de onderlinge verhoudingen binnen de Marrongemeenschappen.
Toch wil ik vanuit mijn positie als cultuurdrager en iemand die zich al jarenlang inzet voor het overdragen van onze geschiedenis en cultuur, enkele gedachten met u delen.
U stelt terecht de vraag wie namens de Marrons mag spreken. Maar ik denk dat we ook een andere belangrijke vraag moeten stellen: moeten we altijd namens alle Marrons spreken om aandacht te mogen vragen voor onze gezamenlijke geschiedenis?
Als cultuurdrager voel ik mij verantwoordelijk om de verhalen, de strijd en de verworvenheden van onze voorouders door te geven. Die verantwoordelijkheid komt niet alleen voort uit een officiële benoeming, maar ook uit de kennis die onze voorouders ons hebben nagelaten en de jarenlange inzet om die kennis levend te houden.
Natuurlijk maakt dat mij niet automatisch tot vertegenwoordiger van alle zes Marrongemeenschappen. Maar het geeft mij wel een stem en een verantwoordelijkheid om onze geschiedenis zichtbaar te maken.
Onze voorouders hebben niet gewacht tot iemand hun toestemming gaf om voor hun vrijheid te strijden. Zij hebben hun vrijheid bevochten, gemeenschappen opgebouwd en het koloniale gezag gedwongen hun zelfstandige positie te erkennen.
Juist die geschiedenis verdient vandaag de dag meer aandacht.
Wat mij in de discussie rondom dit bezoek opvalt, is dat er veel aandacht uitgaat naar de vraag wie aan tafel zat, terwijl de vraag wat er aan die tafel besproken werd minstens zo belangrijk is.
Hebben we onze geschiedenis voldoende onder de aandacht gebracht? Wordt de bijzondere strijd van onze voorouders erkend? En hoe zorgen we ervoor dat toekomstige generaties deze geschiedenis kennen?
Dat zijn voor mij de wezenlijke vragen.
Ik ben het met u eens dat Marrons en andere AfroSurinamers elkaar beter moeten leren begrijpen. Maar wederzijds begrip begint ook bij het erkennen dat onze voorouders verschillende wegen naar vrijheid hebben bewandeld. Die verschillen mogen we benoemen zonder de ene geschiedenis boven de andere te plaatsen.
Ook moeten we ervoor waken dat wij als Marrons onze energie vooral besteden aan de vraag wie wel of niet mag spreken, terwijl de grotere uitdaging is hoe wij gezamenlijk onze geschiedenis, cultuur en belangen sterker kunnen positioneren.
De traditionele gezagsdragers verdienen ons respect. Tegelijkertijd hebben cultuurdragers, onderzoekers, jongeren en maatschappelijke organisaties ieder een eigen rol in het bewaren en uitdragen van ons erfgoed.
Niet iedereen hoeft dezelfde verantwoordelijkheid te dragen om toch een waardevolle bijdrage te leveren.
Vertegenwoordiging vraagt om een mandaat, maar het uitdragen van onze geschiedenis vraagt om kennis, verantwoordelijkheid en betrokkenheid.
Laten we daarom kritisch blijven, maar elkaar ook de ruimte geven om deuren te openen die voor onze voorouders eeuwenlang gesloten waren.
Want uiteindelijk gaat het niet om wie er op de foto staat, maar om wat wij vandaag doen met de vrijheid waarvoor onze voorouders hebben gestreden.
Informatie zorgt voor acceptatie. Delen is helen.
P.S. Ik vind de kop “Vijf Marrons bezoeken minister-president Rob Jetten” vreemd.
Soso Lobi,
Jose Tojo
Ik leef mijn Marron Cultuur