Wij zijn beter dan dit

Er zijn van die momenten in de journalistiek waar ik me voor schaam. De openlijke aanval in de Telegraaf op 13 november, op zwarte Piet activisten Mitchell Esajas en Jerry Afriyie steekt daar bovenuit; net als dat pulserende gevoel in je vinger meteen nadat er met volle kracht een hamer op beukt. Zo voelde dit. Dat mijn vak als wapen was aangewend tegen mensen die gebruikmaken van hun recht tot demonstreren, deed hels pijn.  


Eén ding moet eerst uit de weg: alles dat over zwarte Piet geschreven of gezegd kan worden, is al geschreven en gezegd. Het behoeft geen uitleg meer dat er mensen zijn die klagen dat ze pijn en vernedering voelen bij deze blackface karikatuur. Alleen vereist het kennelijk bij sommige mensen nog enige uitleg, dat in een normale gemeenschap normale mensen meteen stoppen met datgene waarvan aan hen gezegd wordt dat het pijn doet en vernedert. Maar dat is een andere discussie … over racisme. Over principes. En marginalisatie. En macht.

Dat de pro-Piet demonstranten zich dit jaar gesterkt zouden voelen was te verwachten. De rechter had immers bepaald dat Zwarte Piet mocht en De Telegraaf had een hele spread gewijd aan een artikel dat de anti-Piet activisten afschilderde als gevaarlijke linkse radicalen die Nederlandse iconen wilden neerhalen.


Het kwam tot rellen tijdens het kinderfeest, waarbij de vreedzame activisten bekogeld werden met eieren en bierblikjes, er racistische leuzen naar hen gejoeld werden en mensen onbeschaamd de Hitlergroet deden terwijl ze “sieg-heil” riepen. Dat was waar ik verwachtte dat ‘s lands zichzelf-respecterende journalisten over zouden schrijven. En waarvan ik dacht dat de opiniestukken bol zouden staan. Want uit welk tijdperk dat nooit meer mag terugkomen komt dit walgelijk gedrag nou ook alweer?

Maar na jaren van verhit debat bleef het in de pers ook dit jaar bij artikelen die de kern van het debat niet raken. Een maat van me noemt dit fenomeen het Je zou bijna denken dat (sommige) media openlijk een zijde hebben gekozen en zichzelf lenen om de pijn en vernedering die mensen zeggen te voelen, te helpen verergeren en verdoezelen.

Journalisten, talkshow presentatoren en complete mediahuizen hebben (in het verleden) laconiek hun schouders opgehaald en de spot gedreven met anti-Zwarte Piet activisten, met complete veronachtzaming voor het feit dat ze daarmee hun (lezers)publiek ervan overtuigden dat minderhedengemeenschappen niet het recht hebben om aan Nederlandse tradities te komen. Dit soort praktijken van de media leert het publiek dat de gevoelens van een relatief klein deel van de bevolking niet tellen.

De dubbele pagina in De Telegraaf is daar een goed voorbeeld van.

Of de uitzending enkele weken geleden van “RTL Late Night”, waarin anti-zwarte Piet activist Jerry Afriyie vanuit een plek in het publiek werd geïnterviewd omdat Jenny Douwes weigerde om met hem aan tafel te praten over de rechtszaak tegen de blokkeerfriezen. Het programma creëerde een back-of-the-bus situatie vanwaarin er meer begrip was voor een verdachte dan voor iemand wiens recht tot demonstreren ze had afgepakt.

En bijvoorbeeld toen de Volkskrant in november 2017 bij haar verslag van de blokkade van de Zwarte Piet activisten in Friesland kopte: “Dokkum blijft zeurpieten-vrij”. Het klonk alsof de krant de stad feliciteerde met de gevaarlijke illegale snelwegversperring waarmee er een overwinning behaald was tegen het demonstratierecht en vrijheid van meningsuiting. Voor een toeschouwer die tegen racisme is, lijkt het alsof de krant een dansje deed omdat de blokkeerfriezen anti-racisme demonstranten een halt hadden toegebracht.

Mediahuizen die zich lenen voor dit soort praktijken, broeden marginalisatie, haat, intolerantie en onenigheid. En discriminatie, in dit geval op basis van huidskleur, ras en vermeende minderwaardigheid.

De media moet deze rol nooit vervullen. Journalistieke onwetendheid en blijk van gebrek aan waardering voor andere culturen, tradities en geloofsovertuigingen, kunnen leiden tot stereotyperingen die racisme kunnen aanwakkeren. Journalisten moeten zich bewust zijn van de impact die hun woorden en beelden kunnen hebben. Mediabazen moeten discriminatie in journalistiek tegengaan en garanderen dat hun platformen niet misbruikt worden om gevaarlijke populistische ideologieën en propaganda aan te wakkeren. Die macht om een platform aan de juiste kant van de geschiedenis te houden, heeft een mediabaas.

Immers, de Raad voor de Journalistiek – de onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media -schrijft voor dat ‘de journalist niet aanzet tot discriminatie of racisme. Hij waakt erover dat de formulering van zijn berichtgeving niet stigmatiserend is, onder meer wanneer hij elementen vermeldt zoals etnische afkomst, nationaliteit, religie, levensbeschouwing, seksuele geaardheid of gender.’

Dit stuk schrijf ik naar aanleiding van gesprekken die ik de afgelopen week gevoerd heb over deze kwesties met collega-journalisten binnen de van de Britse Unie van Journalisten NUJ, en de Caribische Vereniging van Mediawerkers ACM die ik beide vertegenwoordig. En beide reageerden met afschuw op mijn

“We moeten afstand nemen van deze afschuwelijke praktijken. Onze unie en onze zusterorganisatie de NvJ moeten voorop staan en tegenwicht bieden samen met de mensen die actievoeren tegen racisme. Politici, de nieuwsmedia en de ruimdenkende organisaties in de civil society moeten worden betrokken hierin,” reageerde BMC-voorzitter Marc Wadsworth.

Hij refereerde naar de richtlijnen van de NUJ voor het verslag doen van rassenkwesties.

  • Leden hebben een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat racisme niet wordt geuit in de media
  • (want) racistische attitudes zijn een gevaar voor de democratie, een vrije pers en raciale gelijkheid
  • Publicaties en mediaorganisaties zullen geen materiaal ontwikkelen en faciliteren dat racisme stimuleert
  • Leden hebben het recht om dienst weigeren op basis van hun geweten, wanneer hun werkgevers een platform bieden voor racistische propaganda
  • Redacteuren moeten garanderen dat verslaggeving gerelateerd aan rassenkwesties, geplaatst worden in een gebalanceerde sociale en ethische context
  • Journalisten hoeven geen verslag te doen van racistische organisaties en hun activiteiten.

Het is ontmoedigend om in 2018 nog aandacht te moeten vragen voor deze simpele basisprincipes van de journalistiek, maar het moet tegelijkertijd meer dan ooit, nu daar onze ethische regels onder vuur zijn. Het is van essentieel belang dat we het belangrijkste principe van de journalistiek -objectiviteit- hoog in ons vaandel dragen en de drang tot subjectiviteit, die vaak gedreven wordt door commercieel gewin, weerstaan.

Wij zijn beter dan dit.

“Ik onderschrijf dit volledig,” reageerde Wesley Gibbings, voormalig voorzitter van de ACM.