De nieuwjaarsreceptie van het NiNSee

Er heerst iets van kracht, overwinning en dominantie in een optreden van een winti priesteres op een plek die vroeger de religieuze gewoontes van tot slaaf gemaakten verbood. De statige Marian Markelo in de Muiderkerk in Amsterdam afgelopen vrijdag met de voorouders in gesprek zien gaan, was machtig. Gekleed in een lang wit gewaad met donkerblauwe adinkra motieven en op haar hoofd een hoofddoek als kroon, sprak ze een gebed uit waarin ze “zij die ons zijn voorgegaan” smeekte om “ons allen” te behoeden. Ondertussen sprenkelde ze volgens traditie water op grond. Aan het eind bleef iedereen nog even stil, onzeker want klap je voor een gebed? De echo van Markelo’s stem was daardoor een paar secondes lang het enige dat nog weergalmde door de sombere kerk. En toen barstte het applaus los, luid. De nieuwjaarsreceptie van het NiNSee begon met een hoogtepunt.


De uitnodiging voor de receptie zei dat het bestuur van het NiNSee graag samen met de gemeenschap wilde terugblikken op 2018 en vooruitkijken. “2019 is voor het NiNsee, in vele opzichten, een spannend jaar. Het is, onder andere, het jaar waarin een verkenning voor een slavernijmuseum gaat plaatsvinden.”

Voorzitter Linda Nooitmeer kondigde tijdens aan dat het thema van het werkplan 2019 is: “De kracht van de voorouders. De tot slaaf gemaakten, onze voorouders, geplukt uit verschillende delen van het Afrikaanse continent, die de erbarmelijke reis naar het Caribisch gebied overleefd hebben en vierhonderd jaar slavernij hebben getrotseerd. En door wiens volharding ik, wij, u, nazaten hier vandaag staan.”

Ze zei dat ze trots was op het NiNSee en prees daarbij directeur Urwin Vyent. “We bereiken met vereende krachten veel,” zei ze en noemde ook specifiek de verkenning van het Museum Slavernijverleden waar het instituut aan gaat meewerken. “Toen ik vernam dat het NiNsee mede verkozen was voor de museale verkenning moest ik denken aan de vrouwen van stichting Sophiedela. …  Deze vrouwen boden op 3 juli 1998 een petitie aan het Kabinet Kok waarin zij de wens tot een slavernijmonument en een instituut ten behoeve van het trans-Atlantisch slavernijverleden uitten. Met de stopzetting van de structurele rijkssubsidie leek het museum naar de achtergrond verdwenen. Nu, vijf jaar na de doorstart staat het NiNsee kaarsrecht en lijkt het erop dat de het NiNsee toch invulling kan geven aan de ontwikkeling van een museale voorziening dat ook een museum zou kunnen worden. Met Urwin Vyent aan het roer weet het bestuur dat het gedachtegoed van deze vrouwen in ere zal worden gehouden.”

Vyent, die vanaf hij vorig jaar directeur werd, predikt, plaatste de verkenning voor het museum ook in dat licht. “Dit is een grote stap. Ik nodig u daarom alvast uit voor de opening van het nieuwe slavernij museum,” grapte hij bij de start van

Hij benadrukte dat het niet alleen gaat om een mooi gebouw of mooie plek in Nederland, maar vooral om de grote stap te zetten in de lange weg omhoog in het Nederlands bewustzijn van het slavernij- en koloniaal verleden. “Centraal daarin is het beter zichtbaar en begrijpen maken van hoe dat verleden aan beide kanten doorwerkt; bij de afro gemeenschap en bij witte Nederlanders. En als het zichtbaar is moeten we er met z’n allen wat mee doen. Kennis van geschiedenis brengt verantwoordelijkheid,” zei hij.

Vyent sneed ook het onderwerp van 'witte onschuld' aan, om te komen bij 'witte verlegenheid'. “Er zijn kinderen met immigrantenafkomst die stelselmatig met onder-advisering te maken krijgen, ook wanneer ze vwo-niveau halen. De uitleg die daarvoor is gegeven door leerkrachten is dat ze onder-adviseren omdat ouders uit de immigrantengemeenschap vaak niet in staat blijken hun kinderen te begeleiden die op vwo-niveau studeren. Ze deden het misschien met de beste bedoelingen om mislukkingen en frustraties bij het kind te voorkomen,” vertelde hij.

“Wat stoort is dat het is al die tijd in stilte is gedaan zonder dat men het probleem op tafel legde en zonder echte oplossingen te vinden. Dit is misschien ingegeven door angst om als arrogant te worden gezien of als racist te worden uitgemaakt. Nou, wij weten dat er ouders in de afro gemeenschap zijn die moeite hebben omdat ze zelf niet op vwo-niveau gestudeerd hebben, maar we hebben er toch met z’n allen alleen maar profijt van als het gewoon op tafel wordt gelegd? De afro gemeenschap is een zelfkritische gemeenschap; we kunnen er best wel tegen als er eerlijk en oprecht wordt gewezen op iets dat we kunnen verbeteren. Als een leerkracht gewoon zou zeggen ‘goed nieuws uw kind kan naar vwo, maar daar is er begeleiding bij nodig en daar wil ik graag met u over praten’, dan hadden we er wat mee gedaan. Dat het niet gebeurt duidt op verlegenheid.”

“Dit soort verlegenheid speelt ook op andere maatschappelijke terreinen. Maar laten we de balans vinden en niet alleen witte onschuld en witte verlegenheid doorbreken, maar ook de rol die wij er zelf ook in spelen. We moeten ervoor waken dat de 10 procent aan dingen waar we het niet over eens zijn onze relatie niet tot in eeuwigheid schaadt. (Want) voor een groot deel zijn we het met elkaar eens. Daarmee moeten wij proberen te overwinnen.”

Vyent kondigde aan dat daar de debatten en lezingen die het NiNSee dit jaar organiseert, over zullen gaan.


Overige sprekers tijdens de nieuwjaarsreceptie waren Hugo Fernandes Mendes en Roberto Refos. Fernandes Mendes die gedurende 10 jaar als directeur coördinatie Integratiebeleid Minderheden betrokken was bij de oprichting van het NiNsee, gaf een historische terugblik op het NiNsee.

Refos, trekker van het comité 30 juni/1 juli Groningen, vertelde over de activiteiten van zijn comité.