Zet in op ons rijk inherent afro talent

Mijn drang tot holistisch helikopterperspectief maakt dat ik al enige tijd met een vraag rondloop. Twee evenementen die ik afgelopen weekend bijwoonde duwden hem in overdrive: zorgen we er genoeg voor dat onze jongeren in de toekomst zullen kunnen floreren met hun natuurlijke, uit hun cultuur geboren talenten? Scheppen we daarvoor de nodige voorwaarden? Of kijken we weer lijdzaam toe terwijl anderen die mogelijkheden creëren waarmee ze rijk worden van het talent waarmee de zwarte gemeenschap zich al eeuwenlang overeind houdt?

Het was professor Carl Steinmetz die vrijdagavond als eerste in woorden uitdrukte wat ik voel. Ik mocht bij de bijeenkomst “Stop Achterstelling in het Onderwijs en Arbeidsmarkt” in Pakhuis De Zwijger, enkele ervaringen met Onderwijsongelijkheid delen. 

Een oogopenende avond die als officiële aftrap geldt voor het Burgerinitiatief 'Onderwijs en Arbeidsmarkt Waarheid en Verzoeningscommissie'. Trots dat ik daaraan mocht bijdragen. “Mijn gemeenschap lijdt onder onderwijsongelijkheid, maar in the long run lijdt heel Nederland eronder,” legde ik aan iemand uit waarom ik er was.

Tijdens mijn presentatie citeerde ik uit een rapport dat ik vorig jaar las: “In de grote steden is 35 procent van de kinderen van niet-westerse afkomst. En in 2030 zal de autochtone bevolking van Amsterdam maar 44 procent van de totale bevolking zijn. Als we dat in overweging nemen dan zeg ik dat er dringend moet worden nagedacht over een aanpassing van het onderwijssysteem, om tegemoet te komen aan de realiteit van nu en de toekomst.” 

Ik vrees echt dat veel potentie verloren gaat en dat de hele gemeenschap achterloopt; als we zo doorgaan en niet inzetten op de talenten van onze jongeren, stort over enkele jaren alles in.

En Carl was het met me eens. "Als het onderwijs en de arbeidsmarkt in Amsterdam niet beter gaan presteren voor (klein)kinderen van immigranten, vluchtelingen en expats, neemt de kans toe dat binnen 20 jaar de Amsterdamse arbeidsmarkt krimpt," zei hij.

Ik had meteen na mijn bijdrage willen vertrekken naar een ander evenement waar ik beloofd had te zullen zijn, maar ik ging meteen rechtovereind zitten toen hij dat zei. “Die snapt het,” dacht ik. Ik bleef er tot het einde. 

En zaterdagavond, tijdens het netwerk event van Black Dutch Entrepreneurs “A strategic window of opportunity” gebeurde het nogmaals. Een interessante bijeenkomst in Oscam met boeiende verhalen over zwart zakendoen  -door Brian Ceder, Linda Nooitmeer, Michael Kembel,  John Sandiford en Calvin Brooks met Ife Badejo en Jorien Wuite uit Sint Maarten, - aan elkaar gepraat door Evita Tjon A Ten. Maar het was een meneer Brunings die ineens uit het publiek ter overweging gaf dat de zwarte gemeenschap haar jongeren de tools moet aanreiken om in de zakenwereld te excelleren.

 

Ik stapte op hem af en schudde hem enthousiast de hand. “Dat wat jij zei is het hele punt,” zei ik hem. “Maar met een nuance. We moeten onze jongeren klaarstomen om in de toekomst  gebruik te maken van de talenten die ze hebben omdat ze zwarte jongeren zijn.”

“Ach sortu nuance?” vroeg hij. “We zeggen precies hetzelfde!” Hij gaf me grijnzend een klap op mijn schouder. 


Ik vergelijk het met de muziekindustrie, waarvan de populaire stromen al tientallen jaren beïnvloed, gedomineerd en zelfs aangewakkerd worden door zwarte legendes, terwijl zwarte mensen het ondertussen niet echt zijn die als muziek executives achter hen schitteren.

Toen ik jong was waren er volwassenen uit de generatie vóór de mijne die niks wilden horen van Bob Marley. Nou je moest hen eens horen klagen over rap muziek!

En zo gaat het telkens. We creëren iets geweldigs, het wordt jarenlang -soms ook door onszelf- voor ghetto uitgemaakt totdat het door anderen als nieuw en trendy wordt ge-columbust en daarna kunnen wij het van hen gaan kopen. Moet ik voorbeelden noemen? Of kom je zelf op muziekstijlen als blues, jazz en rap, houtskooltandpasta en corn rows? Graffiti? Break dance?  

En zo zijn er tal van andere creatieve industrieën waarin wij en onze kinderen uitblinken, maar waarin wij niet de executives zijn. Zetten we daarop in?

Blijven we klagen over onze jongeren die masters zijn in het maken van beats of stimuleren we hen om daar een muziek producers/management -carrière uit te brouwen? Laten we hun talent iedere generatie maar weer over aan kans terwijl ze zich in een keurslijf hijzen dat hen niet past? 

Het Nederlandse onderwijssysteem loopt leidt onze kinderen op om werknemers te zijn in veelal stagnante industrieën die niet alleen niet door ons worden beheerd, maar die ook worden ingehaald door de tijd en de realiteit. Hoeveel voormalige reuzen van ketens worden niet bedreigd door het internet? Blijven we onze kinderen opleiden om daarvoor te gaan werken?

Begrijp me niet verkeerd: ja we zijn ook genieën op de geijkte vlakken, maar -om het nog even over onderwijsongelijkheid en verkeerde advisering te hebben- ik maak heel veel zwarte jongeren mee die opleidingen volgen die niet bij hen passen. Die veel beter zouden gedijen in een opleiding waar hun creativiteit, hun interesse in sport, hun kennis van hun eigen cultuur, beter tot uiting komt. Die zich daardoor met tegenzin door de opleiding sleuren en niet echt een stage en soms werkplek kunnen vinden waar ze gelukkig zijn. En ondertussen stiekem een rijk inherent afro talent hebben dat niet tot bloei komt. 

Soms belanden ze via allerlei omwegen toch nog in het juiste vakgebied, maar zou het niet van inzicht getuigen als wij nu de investeringen gingen plegen in de industrieën van de toekomst waarin onze kinderen aan de bak kunnen? Industrien die nu als ghetto worden aangemerkt, maar -als we de geschiedenis erop naslaan- straks door anderen zullen worden gedomineerd.

De overheid gaat het niet voor ons doen. Die verwachten nog steeds dat onze door hun afro cultuur beïnvloede kinderen alleen over Europese kunst, en literatuur leren. Laten we het aan hen over? Of kijken wij nu naar onze jeugd en brengen wij de dingen in stelling zodat wat zij nu creëren en later tot inkomsten kan leiden, ook echt voor hun inkomsten gaat genereren. Of staan we hen in de weg?

We zijn trendsetters; we kunnen ook trend-keepers zijn. En trend managers.