Ze keren zich in hun graven

Walter J. Scott was wat je een "cool ass white dude" zou noemen. Woke AF en zijn tijd ver vooruit.

Militair zijn zat hem in het bloed. Zijn vader had gediend in een regiment van de Noordelijken dat tegen de Zuidelijken vocht, die vonden dat slavernij moest worden beëindigd. Vader Scotts beste maat uit de oorlog was Abraham, een zwarte man, eens tot slaaf gemaakt, zichzelf vrijgevochten uit het Noorden en toen gevlucht naar het zuiden en daarna de civil war ingegaan om te vechten voor de zuidelijken, omdat hij vond dat het moest.

Na de oorlog gingen ze naast elkaar wonen in het platteland van Pennsylvania en een keer per jaar trokken ze samen naar het Gettysburg civil war monument om de dag te herdenken dat ze elkaar ontmoetten. Beiden waren zwaargewond achtergelaten op de battlefield en zouden het alleen overleven als ze elkaar hielpen.


“Work together and live; fight each other and die”.


Ze kozen ervoor om te overleven. Het uitje naar Gettysburg deden hun families samen. Een moment van eenheid en saamhorigheid om samen dat moment te herdenken dat de wreedheid van de oorlog hen had samengebracht. Dat iedere persoon in hun families alleen bestond omdat hun vaders solidariteit hadden kunnen vinden op een battlefield waar ze betaald werden om elkaar af te maken.  

Toen in Europa de oorlog uitbrak omdat vrijheid er in gedrang kwam, tekenden Walter en Lincoln Abraham (ja echt), de oudste zoon van zijn vaders vriend meteen. Het moest gewoon. Die vrijheid waar ze wisten dat hun vaders in geloofden, die moest de wereld door verdedigd worden. Ze waren bereid hun leven voor te geven.

Ze zouden nooit meer terugkeren naar Pennsylvania.

Ik kwam hen vandaag tegen.

En ik wilde hen vragen over de vrijheid waar ze voor hadden gevochten. Wat Lincolns vader dreef om na de slavernij zijn leven op het spel te zetten voor de toekomst van een land dat hem tot eigendom rekende van iemand anders. Waarom ze naar Frankrijk getrokken waren terwijl Europa hen niks aanging.

Ik had tientallen vragen. Maar ik kon ze niet stellen want Walter en Harold zijn dit jaar 101 jaar dood. Beiden stierven in juni 1918 tijdens het Aisne-Marne Offensief.

De Amerikanen hadden in 1917 besloten zich te mengen in WWI en in juni 1918 toen de Duitsers door de Franse linie heen braken, waren Walter en Lincoln tussen de 310.000 Amerikaanse troepen die 20 dagen lang de Duitsers bevochten en teruggedrongen; deze overwinning zou de  geschiedenis ingaan als het moment waarop de Amerikanen bewezen een geduchte krijgsmacht te zijn. Alleen zouden Walter en Lincoln dit niet meemaken.

Ze liggen niet ver van elkaar begraven op het Aisne-Marne American Cemetery in Belleau, Frankrijk, samen met meer dan 3,000 strijdmakkers die toen het leven verloren. Duizenden simpele graven markeren de plek waar deze moedige mannen samen met duizenden Europeanen het ultieme offer brachten in de strijd tegen een machtswellustig Duitsland.

Ontelbaar zijn hun namen, gebeiteld in de muren van het plechtige mausoleum dat uitkijkt over de perfect onderhouden begraafplaats met het gemillimeterd grasveld waarop je je schoenen niet durft te zetten.

Ik werd emotioneel en toen kwaad toen ik er vandaag rondliep.

Emotioneel omdat  de dood me altijd raakt en omdat dit een plek is die respect afdwingt: Een prachtig zonovergoten landschap van glooiende heuvels, waarop een uitgestrekt veld vol graven. Het dwingt je tot stilte en bezinning.

Kwaad om zoveel onzinnig dood en verderf alleen maar omdat mensen niet gewoon in harmonie kunnen leven.

Als Water en Lincoln nog leefden had ik hun mening daarover gevraagd; over de Tweede Wereldoorlog waarin weer miljoenen mensen de dood vonden omdat ze geloofden dat vrijheid een mensenrecht was waar je je leven voor mocht geven, omdat niemand minder is dan een ander. 

Ik zou hen vragen over het nazi regime dat dit allemaal toen aanwakkerde, en over het nazisme dat vandaag de dag weer de kop opsteekt onder een andere naam. Ik had hen willen vragen over rechtse polici die veld winnen ondanks het overduidelijk is hoe zeer ze aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan.

Ik had hen willen vragen over Trump en al zijn type politici die vreemdelingenhaat aanwakkeren. En over onze premier Rutte die de D-Day vlag aan Trump gaf; de Amerikaanse vlag die als eerste aan land kwam toen de Amerikanen in Normandië aankwamen in 1944 om te helpen Hitler’s Joden haat en witte suprematie te verslaan! Ja die vlag ging de premier van het eens door nazi’s bezette land overhandigen aan het Amerikaanse staatshoofd dat nazi’s “good people” noemde.

Daar had ik de mening van Walter Scott en zijn zwarte broer Lincoln Abraham die zich gaven voor vrijheid, over willen weten.

Ik wilde hen spreken over de vrijheid om te zijn wie je bent, een mens dat zelf keuzes maakt, zoals de keus voor een religie en de daarbij horende kleding, zoals een burka. En ik zou hun gezichten willen zien wanneer ik aan hen verklapte dat die vrijheid waar ze voor stierven sinds gisteren 1 augustus in Nederland niet meer mogelijk is. Ik ben er zeker van dat ze zich dat niet zouden kunnen voorstellen, want voor die vrijheden … daar hebben ze hun leven toch voor gegeven?

Maar ze zeiden niks.

Zij en hun 2,000 strijdmakkers die er liggen omdat ze geloofden in een betere wereld ... Ze waren allemaal stil. Gedood door mensen die vonden dat ze beter waren dan andere mensen. De mond gesnoerd, net als mensen als Martin Luther King en Malcom X, Curacao's Tula, Suriname's Boni, Haiti's Toussaint L'Ouverture, Guyana's Cuffy en ga zo maar door, die hun hele leven gaven in de strijd voor vrijheid en gelijkheid.

Ze zeggen allemaal niks, maar ze blijven zich maar keren in hun graven. Als we allemaal stil, met respect naar hen zouden luisteren zouden we hun oorverdovende geluidloze gekeer horen. 

Ik vraag me af of ze zich afvragen of ze beter hadden moeten weten. Of het allemaal voor niks was.


(Water en Lincoln zijn fictieve soldaten die levensecht in mijn verbeelding kwamen na mijn bezoek aan de  in Frankrijk. Rutte en Trump zijn bestaande idioten)