Stel je eens voor

Een jongeman schoot me eens aan. Hij had financiële problemen; vriendin zwanger, baan betaalde niet genoeg etc. Of ik hem wat geld kon lenen om erdoorheen te komen. Best hartverscheurend. Maar tussen die smeekbedes door zei hij zeker vijf keer in een half uur dat hij eigenaar was van twee lappen grond. Was hij trots op; hij vond veiligheid in wat hij bezat. Mijn advies was simpel. “Dan moet je één lap grond verkopen en daarmee je financiële problemen oplossen. En die andere tot bloei brengen.”

Ik denk de laatste tijd veel aan deze jongeman. Hij is het verhaal van de zwarte gemeenschap. Gebukt onder de status quo, maar niet bereid om afstand te nemen van ondiepe stagnante realiteit, van die ogenschijnlijke veiligheid, om de volgende stap naar echte rijkdom te kunnen nemen.

We zijn de afgelopen jaren een flink stuk bewuster geworden dan onze ouders en grootouders waren. We zijn er nu nog beter van doordrongen dat onze voorouders uit Afrika gestolen waren, naar Suriname etc gebracht zijn, waar ze gedurende drie eeuwen van alles dat ze waren, zijn gestripped. Hun namen, hun land, hun godsdienst, hun verleden, hun heden en hun toekomst. Dat ze daarvoor in de plaats Eurocentrische namen en godsdienst kregen, met bijbehorende leugens over hun verleden. De toekomst was er één die ze maar moesten bijeensprokkelen in een wereld waar ze onbetaald aan hadden gezwoegd, maar die eigenlijk niet voor hen bestemd was.

De afgelopen 157 jaar hebben we dat ook geaccepteerd. We hebben gedwee meegedaan aan een wereld die ons heel vaak luidop zei dat hij ons er eigenlijk niet bij wilde hebben. En wat deden we telkens? We excelleerden. Uit onze misfortune kwamen we tegen alle tegenstand in telkens met bijdragen die de wereld beter en mooier maakten.

Maar ondertussen zijn we wel geconditioneerd. Onze helden zijn constant aan ons gepresenteerd als hinderlijke schelmen, kwajongens en criminelen.  Als ontembare wilden, gevaarlijk gespuis dat als een plaag uitgeroeid moest worden.

Ik kan me de blik van weerzin nog herinneren die ik een paar jaar geleden kreeg toen ik vol trots aan een witte docent vertelde dat een voormalige Black Panther een presentatie zou komen geven aan mijn studenten. Haar mond vormde een perfecte O. “Dat zijn toch terroristen?” Hoe vaak heb ik niet moeten aanhoren “we moeten niet vergeten dat Mandela ook gewapende acties voerde.”

We hebben ook jarenlang deze leugens over onszelf geaccepteerd als waarheid. Net gif dat we al eeuwenlang toegediend krijgen; in kleine hoeveelheden, niet genoeg om ons te doden, maar net genoeg om ons mak, gedwee en in het gareel te houden. Zodat we het onrecht dat ons is aangedaan vergaten en de plek onderaan de ladder accepteren. Zodat we ons schamen wanneer we falen in een systeem dat gecreëerd is om ons te doen falen.

Daardoor geloofden sommigen van ons heel lang dat we geen geschiedenis hadden voordat Europeanen ons tot slaaf maakten. Dat we inferieur waren. Dat we in 1863 de koning op onze knieën moesten danken dat het hem behaagde om ons vrijheid te schenken. Dat we onze huidskleur moeten verbeteren. Dat we ons met saka fasi moesten bewegen door de wereld. Dat tegenslag ons onomkoombaar lot was. Dat dat onze waarheid was. Sommige mensen geloven dat nog steeds.

We zijn geconditioneerd om supertrots te zijn wanneer er weer één van ons succesvol is … want succesvolle zwarte mensen is niet normaal. Maar wat als we onze excellentie eens echt gewoon tot norm maakten? 

We zijn jarenlang geconditioneerd om te accepteren dat ons falen de norm zou zijn. Dat falen eigenlijk synoniem is voor zwart zijn. Dat succes alleen succes is wanneer het lijkt op dat van anderen.

We leren het ook aan onze kinderen; we sturen hen nog steeds iedere dag naar scholen die hen klaarstomen voor een plek in een wereld waarvan wij weten dat hij ons vaak niet gunstig gezind is. En we kijken lijdzaam toe hoe zij zich weer door de ene tegenslag na de andere heen worstelen; onderwijzers die hen niet snappen en hen daardoor niet kunnen luchten. Stageplekken waar ze geweigerd worden vanwege hun huidskleur. Banen die ze niet krijgen. Die ze eigenlijk dan ook niet meer willen omdat ze het dan al weer doorhebben. Maar dan begint de vicieuze cirkel weer van voor af aan en sturen ze hun kinderen naar scholen die hen klaarstomen voor een plek in een wereld waarvan zij weten dat die hen vaak niet gunstig gezind is. Maar wat als we die cirkel doorbraken?

We hebben ons in die leugen berust. Maar dat mooie ding is: de echte waarheid over ons is bevrijdend. Ook ik leer het nog steeds.

Vorige week nog, net toen ik dacht dat ik dacht veilig en baanbrekend te zijn door consequent “n.g.r” en “N-woord” te schrijven, vroeg een kennis me waarom ik dat doe. Ik legde uit dat ik een hekel heb aan dat woord dat gemaakt is om mij tot kroesvee te verminderen en dat ik het nooit in mijn mond nam en zeker niet in mijn pen. Er vormde zich een frons op haar voorhoofd. “So eh, you’re using it by not using it? That is very much playing-it-safe. If you think about it, n.g.r is just as bad as the other word. You’re still giving it air to breathe. Drop it or don’t. No in betweens. That's an insulting waste of time.”

Het was de tweede keer in een week dat ik door kreeg dat ik zelf niet ver genoeg ga. Dat ik het nog steeds safe speel. Dat ook ik niet geheel afstand durf te nemen van het systeem, omdat het veilig is. Dat ik twee lappen grond had en niet durfde één te droppen om de andere tot bloei te brengen.


                           The white man has all of the businesses in our community. He runs the politics of our community. He                               controls all the civic organizations in our community. This is a segregated community. We don't go for                              segregation. We go for separation. Separation is when you have your own. You control your own                                      economy; you control your own politics; you control your own society; you control your own                                              everything. You have yours and you control yours; we have ours and we control ours.

Malcolm X


Stel je eens voor dat we al die bijdrages die we ondanks onze misfortune en tegen alle tegenstand in leveren aan het systeem, voor onszelf gingen inzetten. Stel je eens voor dat we jazz, breakdance, rap, rock&roll en al dat prachtigs dat we uit onze achterstand en onze pijn ontwikkelden, voor de vooruitgang van de hele zwarte gemeenschap hadden kunnen behouden. Kan je trouwens bedenken hoeveel mooier al dat moois zou zijn geweest als er geen pijn aan te pas was gekomen?

Stel je eens voor dat we eens echt die zwarte banken, zwarte bedrijven en zwarte scholen gingen oprichten waar we het altijd over hebben? En daar ook onze business brengen ... onze kinderen laten opleiden op onze eigen instituten en het niet aan anderen overlaten om hen te leren hoe ze zwarte mensen moeten zijn.

Stel je eens voor dat we gewoon met z’n allen eens gingen doorhebben dat je niet hoeft mee te blijven doen aan een spel dat je altijd verliest; dat we met genoeg zijn om ons eigen spel te beginnen. Wat is het toch dat ons telkens weer tegenhoudt?

De waarheid over ons is dat we ontiegelijk rijk zijn. Waardeloze dingen steelt men niet; waarom denk je anders dat ze een oceaan overstaken om ons te halen. En we zijn niet afgenomen in waarde; waarom denk je dat men onze dingen maar blijft afpakken?

Alleen zien we alleen datgene dat ons is verteld over ons falen, over onze problemen, over onze achterstand. Dat we tevreden moeten zijn met die paar mensen uit onze gemeenschap die het geijkte succes kunnen behalen. Dat niks anders succes is. Dat we het niet op eigen kracht kunnen. Dat we altijd maar bij anderen moeten blijven aankloppen om hulp.

Als we eens doorkregen hoe rijk we al zijn. Dat we eens datgene dat we al hebben tot bloei moeten gaan brengen voor onszelf. Dat, wanneer we één deel van onze stagnante realiteit, van onze onechte veiligheid, lieten schieten, we onze echte rijkdom kunnen ontginnen. Dat niks ons eigenlijk weerhoudt om het eens op een andere manier te proberen. Segregatie is slecht, maar er is niks mis met separatie. Dat zei Malcolm X.

Dat je niks te verliezen hebt wanneer niks dat je hebt van jou is. 

Als we eens durfden om dat konijnenhol in te tuimelen, met onze ogen wijd open.

Als we die rode pil eens pakten …

Stel je eens voor ...


Die jongeman aan we ik zei dat hij een lap grond moest verkopen? Wel, hij bouwde een prachtig huis met de inkomst. Die vriendin raakte hij wel kwijt, maar hey, hij kwam een leukere tegen die hem vaak zegt dat mijn raad toen heel goed was. Hij blij met mij.