Afbeelding

Het eerste uur van Negro Folk Symphony concert in De Doelen in Rotterdam afgelopen zondag 16 maart was absoluut genieten. Die extra paar tientjes voor een plek in de loge waren iedere cent waard. De loge biedt het perfecte uitzicht op het symfonie van een orkest in al z’n efficiëntie. Je ziet de muziek zich vormen, het kwartet van glanzende vergulde hoornen, de cymbalist die geduldig wacht totdat de muziek op dat ene moment de crescendo bereikt waarop hij mag, de overheersing van de fagots, het fijne spel van de viool. Als elk klein onderdeel van een goed geoliede motor weet iedere muzikant zijn of haar rol en wanneer die vervuld moet worden. Zelfs een simpele handeling als het omslaan van de pagina's van de bladmuziek lijkt minutieus georkestreerd. Machtig. Daar genoot ik in het eerste uur dan ook intens van.
En het vulde mij met trots –natuurlijk net als iedere andere persoon van Afrikaanse afkomst in de zaal-, om de Afro Amerikaanse Dirigent Roderick Cox aan het hoofd te zien van zo’n prestigieus muziekensemble als het Rotterdams Philharmonisch Orkest orkest. Hun rendering van Don Juan van Strauss was absoluut prachtig om te zien; maar zien is natuurlijk niet waarvoor je zo’n optreden bezoekt. Het moet om meer gaan dan dat; het is muziek die je hoort te voelen in je ziel.
“Tja,” dacht ik dus aan het eind van het eerste uur. “Mooi, maar dit is toch niet de Negro Folk Symphony?”
Bleek dat dit de concertinleiding was, verzorgd door Patrick van Deurzen en dat Cox nog maar net was begonnen. Hij raakte mijn ziel in het tweede uur met het stuk waar ik echt voor was gekomen: zijn Nederlandse première van het lang ondergewaardeerde werk van de Afro Amerikaanse componist William Dawson.
Machtig mooi om één van ‘s werelds weinige Zwarte dirigenten een volledig wit orkest aan te zien sturen op het magnum opus van een Zwarte componist, doorspekt met duidelijke Afrikaanse invloeden. Black excellence aanschouwen terwijl die Black excellence met de wereld deelt.
Inderdaad, de ritmes in deze muziek voelen natuurlijker aan voor mij dan andere stukken. Dit past mij als een handschoen,” zei Cox later aan mij tijdens een exclusief interview.
De topdirigent Cox (36) behoort tot een heel selectieve groep musici: Minder dan twee procent van alle klassieke dirigenten in Amerika is Zwart. Hij werd geboren in het stadje Macon in Georgia, in het diepe zuiden van de VS. Hij verruilde de VS enige tijd geleden in voor Berlijn en afgelopen weekend vertoefde hij in Utrecht en Rotterdam voor de Nederlandse première van Dawson’s compositie.
Lees hier meer over Roderick Cox.
— Afro Magazine (@_Afromag) March 18, 2025
De Negro Folk Symphony debuteerde in 1934. Het Philadelphia Orchestra voerde het werk later uit in Carnegie Hall in New York, en het Birmingham (Alabama) Symphony Orchestra presenteerde het in april 1935. Maar afgezien van een weinig opgemerkte opname door het American Symphony Orchestra in 1963, verdween het stuk uit beeld, deels vanwege racistische vooroordelen.
Cox vertelt: “Het was heel lang niet gespeeld. Dat gebeurde met een heleboel werk van Zwarte componisten. Men investeerde niet zoveel in hun werk, terwijl juist dit stuk de luisteraar zo baanbrekend meeneemt van verdriet en reflectie, naar heldendom en absoluut optimisme van Zwarte Amerikanen. Het spreekt van hun hoop en genot en de moed waarmee men in die tijd de uitdagingen van de wereld tegemoet trad. Dawson stond er daarom op dat het ‘volksmuziek’ genoemd werd en niet ‘spirituele muziek’ zoals men het werk van Zwarte componisten afdeed.
Alleen weerhielden mensen achter de schermen het van gehoord worden, maar na de moord op George Floyd was er opeens een movement om te vinden wat er allemaal te vinden was aan Zwarte muziek en kunst.”
Hij voerde de nieuwste versie op in De Doelen. “Het was nagenoeg onmogelijk om het te spelen in de staat waar het in was. Er waren wel dirigenten die het wilden spelen, maar er waren nog maar twee versies van de partituur beschikbaar. Voordat wij het konden spelen kwam er flink wat werk aan te pas.
En dan was er ook nog de toe-eigening; een heleboel witte musici profiteren van Zwarte muziek en verminderen daarmee de stemmen van Zwarte musici die deze muziek zouden kunnen spelen.
Je moet weten dat Dawson een twintiger was toen hij dit stuk componeerde en dat hij het allemaal zelf moest betalen, waar witte componisten volop gefinancierd werden; daarom konden zij wel meerdere stukken componeren.
Dat maakt dit stuk superieur. Nou stel je voor wat Dawson het geld zou hebben gehad en nog meer zou hebben geproduceerd … Daarom is het zo belangrijk dat dit stuk gehoord wordt. En dat we het in deze setting hier in deze concerthal spelen met dit orkest is geweldig.”
Het was inderdaad fascinerend hoe in het stuk Afrikaanse invloeden vlekkeloos fuseerden met een muziekgenre dat niet Afrikaans is; de drums schilderden scenes uit het continent en soms bracht het stuk je terug naar de tijd van de Harlem Renaissance, de intellectuele en culturele heropleving van Afro-Amerikaanse muziek, dans, kunst, mode, literatuur, theater en politiek. Cox glimlacht. “Jaaa, het handgeklap en de talking drums … om dat in een klassieke setting te hebben. Daar konden we nog lang mee doorgaan.”
Hij vertelt dat deze opvoering voor hem altijd speciaal is. “Zie je hoe zeer ik zweet? Wanneer ik optreed ga ik in een soort emotionele dimensiewereld die heel speciaal voelt; en dat gebeurt alleen tijdens een concert. Dan zie ik mijn mensen. Het is de manier waarop het universum door mij heen kanaliseert. Dat maakt dit zo speciaal.”
“Er zijn andere stukken in mijn repertoire - Béla Bartók bijvoorbeeld- of muziek uit Russische, Tschechische of Duitse volklore. Die componisten vertegenwoordigen hun landen van afkomst. Toen ik Don Juan van Strauss, of Brahms or Bartok symfonieën moest leren moest ik me eerst verdiepen in die landen en hun cultuur. Dat hebben wel meerdere Zwarte componisten; het symfonisch orkest is niet echt onze cultuur, dus wij moeten onze weg erin vinden van buiten naar binnen. We moeten Italiaans leren en Frans en Duits.
Maar de Negro Folk Symphony van Dawson voelt heel natuurlijk aan. Hier ben ik mee opgegroeid. Hier zit er Afrikaanse schoonheid in.”
Ik vroeg hem nog hoe het voor hem was om dit stul te spelen aan het hoofd van een wit orkest, met maar enkele Zwarte toeschouwers in het publiek, maar hij danste diplomatiek en sierlijk om mijn vraag heen en gaf niet echt een direct antwoord.
Dus doe ik het maar: “jij hebt gemist!”
Marvin (HOX) Hokstam journalist, schrijver, educator, habituele dingen-op-hun-kop gooier en oprichter van AFRO Magazine.