Live a little

Ken je dat moment wanneer iemand je afsnijdt en je er bijna bovenop knalt, dus je remt keihard en de persoon achter je remt keihard en het hele verkeer loopt klem en iedereen belandt dan in scheldkannonades? Dat moment dat road rage heerst?

Dat moment is overdreven. Dat bewijzen ze hier.

If you can drive here, you can drive anywhere.

Het verkeer hier is net een vriendelijk Gladiator gevecht, maar de wapens zijn claxon en rijvaardigheid. En dan "sine missione: No quarter given, no mercy shown".

Iedereen gaat.

Voorrang lijkt toe te horen aan degene die er eerst doorheen past, maar tegelijkertijd zijn er ook strakke verkeersregels. Ik heb vrachtwagens over trottoirs zien rijden waar straatventers hun waar verkopen, maar ik heb ook chauffeurs gezien die geen shortcuts nemen omdat dat niet hoort.

Uber ‘rulet’ hier. Je bestelt je ride via de app en gammele autootjes komen je met enkele minuten oppikken en dan begint een heus verkeersavontuur. Alles zoeft langs je heen, van alle kanten: motoren, bussen, trucks, bussen.

En alles past maar net-net. Bumper aan bumper aan bumper.

Remmen gebeurt op het allerlaatste moment, net wanneer jij er zeker van bent dat ze elkaar gaan rammen.

En chauffeurs voeren een heel gesprek met hun toeters. “Stop even, wacht dan. Heejjj wat doe je man! Wacht, nee ik ga en dan jij.’

En dan ben je erdoor. Zoef zoef. Zig en zag.

Niemand kijkt boos of scheldt elkaar uit. Het werkt. Geen van de chauffeurs die ons kwam halen leek gestresst. Woordeloos meanderen ze door het verkeer. Kalm, zoals een slak past in zijn huisje. Maar dan 1000 keer sneller.

Ik zag trouwens geen fietsen. Die zouden het niet overleven.

En toen werden we aangereden.

Van achteren.

Ik zat voorin en onze chauffeur zigzagde kalm met een “take every centimeter en give none” houding door alles heen, toen hij opeens moest remmen, met nog anderhalve centimeter ruimte te gaan voordat hij de auto voorin zou aanranden.

En ik hoorde hoe iets schapend tegen de achterkant van onze auto aankwam.

“Èh èh”, hoorde ik iemand buiten zeggen.

Het gezicht van onze chauffeur verraadde op geen enkel moment wat hij voelde. Een motorfiets kwam langszij, en de motorrijder keek langs mij heen naar de chauffeur en knikte vriendelijk naar de zijkant van de drukke straat.

“Kom even praten,” zei z’n blik.

De vrouw die achter hem zat zei niks.

Ze was slechts passagier. Een vrachtje net als wij.

Onze chauffeur manoeuvreerde langs alle auto’s ook naar de zijkant van de straat; je kon de achterband horen schrapen tegen de gedeukte bumper.

Hij stapte woordeloos uit terwijl wij met grote ogen keken wat er zou gebeuren. Hij liep naar de motorrijder toe, die zei sorry, toen liep hij naar de achterkant van zijn auto, rukte de bumper recht en stapte weer in.

Woordeloos.

En we zoefden door.

Ja, motorfietsen zijn ook taxi’s hier. Ze rijden schel claxonnerend door die prachtig georganiseerde chaos. Ze bieden hun diensten aan een ieder die een kort ritje nodig heeft.

Leek me stoer om het ook te proberen. Live a little toch. Ik heb er de hele week naar gekeken en net, toen ik de markt de laatste keer bezocht, schoot eentje me aan

"Yo bro. Need a ride?”

Dus ik erachterop.

Zig zag.

Koste zeven cedi, maar de hartkloppingen, die paar nieuwe grijze haren en de adrenaline die ik verbruikte, maakten het priceless.

Dus ik gaf hem 20.

De schrale dame van de receptie was toevallig buiten toen we aan kwamen gesjeesd. “You’re a Ghanaian, man!,” schaterlachte ze.

Wat heb jij voor spannends gedaan vandaag?