Koningskinderen

Door Jerrel Kammeron

Een mens van koninklijk bloed heeft een speciale positie in de maatschappij. Dit is zo in alle culturen van deze wereld. Het is iets van alle tijden. Breng je iemand om het leven die niet koninklijk is dan heet dat gewoon moord dan wel doodslag. Maar pleeg je een moord op een koning dan is daar een speciaal woord, hetgeen aanduidt hoe uniek zo’n misdaad is. Dit woord is regicide. (latijnse rex: koning, occidere: doden). De moord op een koning is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in een land. Het is alsof de tijd even stilstaat.

Er is een tijd geweest van ongeveer 400 jaar in Afrika, tijdens de Trans-Atlantische Slavernij en Slavenhandel van 1455 tot 1888 CE, waarin duizenden koningen, koninginnen, prinsen, prinsessen, mensen van koninklijke bloed werden vermoord. Of in slavernij werden verkocht en een hels bestaan hadden en stierven op een plantage ergens in de Amerikas.

Lokale goed georganiseerde en met geweren bewapende roversbendes opereerden als legers in oorlogen tegen democratisch geleide naties, tegen onafhankelijke en feodale koninkrijken om zoveel mogelijk mensen te ontvoeren en in gevangenschap te verkopen aan Europeanen.

Dit was de realiteit. En het is een mythe dat deze roversbendes voor kralen en spiegeltjes op oorlogspad gingen.

Want de meeste Afrikaanse landen kenden al van oudsher een goed en degelijk financieel stelsel, goudstof en andere waardevolle valuta ruil-producten waren in het betalingsverkeer.

Koperen goudgewichten uit de 16e eeuw CE, zo groot als een 5 cent euro munt, waarmee goudstof per gram werd gewogen.

Voor de roverslegers die mensen ontvoerden en in slavernij wilden verkopen was de buit die zij in handen kregen na plundertochten aanzienlijk: grote voorraden goud en andere handelswaar van monetaire waarde, veestapels en grote stukken land. Hun buit was iets waardevoller dan Europese kraaltjes en spiegeltjes.

Hoeveel koninklijke families zijn in hun strijd tegen slavenhalers gestorven of in slavernij weggevoerd naar de Amerikas? Hoeveel koninkrijken in Afrika zijn op deze wijze ten einde gekomen?

De massa-regicide, de 400 jaar durende koningsmoorden, waren in de samenhang van de tragedie van de Trans-Atlantische Slavenhandel en Slavernij, tragedies van cataclystische omvang voor het Afrikaanse continent. (Cataclysme: totale ommekeer veroorzaakt door grote ramp).

Ik ga niet teveel in op de rampspoed, de verschrikkelijke maatschappelijke verwarring, de grote vluchtelingenstromen, het constante oorlogvoeren en de gevangenneming en ontvoeringen van tientallen miljoenen in het tijdperk van Afrika`s Lijdenschap.

Ik ga liever, in het kort, om de verschrikking aan te duiden van het uitmoorden en vernietigen van de bloedlijnen van een koninklijke familie, één van deze families belichten. Het is een ware gebeurtenis die is samengevat in een parabel. Een verhaal met een boodschap.

Het betreft de levensloop van drie koningszonen: Kwaku Pièsie, de oudste, een priester en een befaamd beoefenaar van het Awari spel; Kwamé Manu een professioneel dambe worstelaar van grote fysieke kracht en de jongste zoon Kwadwó Mensa, een romanticus, mooi zoals alleen sommige mannen mooi kunnen zijn.

Zij waren de enige kinderen van koning Osei Kofi Agya, een strenge maar rechtvaardige heerser en zijn hoofdvrouw, koningin Afua Nene Obiba. Een vrouw van onvoorstelbare grote schoonheid. Deze familie leefde gedurende de 17e eeuw CE in een feodaal koninkrijk waar koning Osei Kofi Agya ondergeschikt was aan een ga`na (opper-koning) die over verschillende koninkrijken regeerde.

Het imperium, dat uit verschillende koninkrijken bestond, strekte zich uit over wat nu de moderne naties Ghana, Ivoorkust, Togo, Burkina Faso, Guinea, Sierra Leone, Senegal en het zuidelijke deel van Mali zijn.

De handel in producten gemaakt van voornamelijk goud, koper en hout maakte het imperium welvarend.

Ook de export van kolanoten, zout, gedroogde vis, kokkels en garnalen bracht hen grote rijkdom.

Maar het was vooral de handel in Oryz Glaberrima (Afrikaanse rijst) die een stuwende kracht van de economie scheen te zijn. Deze rijstsoort is naast de Aziatische rijstsoort de enige gedomesticeerde; al 3.500 jaar geleden gecultiveerd.

De drie koningszonen leefden in een rivierenrijk land, gelegen aan de westkust van Afrika in wat tegenwoordig Ivoorkust is.

Op Kwaku Piésie na waren zij allemaal getrouwd, hadden kinderen en leefden ieder in hun eigen koninklijke compound, niet ver van de hoofdstad van het land waar de koning en koningin verbleven. Een semi-grote stad, een van de grootste van het Afrikaanse continent toendertijd, met bijna 75.000 inwoners.

Zij waren in hun vroege twintiger jaren toen ook hun koninkrijk te maken kreeg met de realiteit van de trans-atlantische slavenhandel. Aan de grenzen van het imperium woeden al decennialang vele oorlogen en veldslagen met de roversbendes die mensen ontvoerden en in slavernij verkochten aan de buroni, de Europeanen.

Het was op een regenachtige dag dat de oorlogstrommels klonken. Over wat er van de drie zonen terechtkwam weten we maar weinig. Zou het kunnen zijn dat de oudste broer werd ontvoerd naar de plantagegronden van Para in Suriname? De middelste evenzo naar Suriname werd gebracht maar na verloop van tijd wist te vluchten naar de binnenlanden? Dat de jongste een paar jaar na zijn aankomst op het eiland Curacao aan de gevolgen van marteling overleed? Wie weet. Wat er met hun vrouwen en kinderen gebeurde weet geen levende mens.

Over de realiteit van nu

Er is een moraal in dit verhaaltje over regicide en de drie koningszonen. Met een parabel gebaseerd op historische gebeurtenissen en personen wil ik een situatie verhelderen voor de nakomelingen van uit Afrika ontvoerde broers en zussen die verspreid over de Amerikas op zovele plantages terechtkwamen.

Ik heb het over vooral de Afro-Surinamers. Waarom is het bijna onnatuurlijk dat de Marron en de afstammeling van plantage en stads- tot slaafgemaakte Afrikanen als twee vreemdelingen in eenzelfde huis leven? Samen vormen zij een meerderheidsgroepering in het land. Hoe komt het dat er zoveel animositeit is tussen Surinamers en Antillianen? Vanwaar dat wantrouwen naar continentale Afrikanen? We gaan voorbij aan de potentie aan culturele verrijking doordat we teveel focussen op de verschillen.

We zijn nu te ver vooruit in de tijd om nog steeds een schuldvraag neer te leggen bij de Europide man, ook al heeft hij daadwerkelijk door een verdeel en heers taktiek gezorgd voor vervreemding tussen groepen mensen die in feite met dezelfde boot waren gekomen. We zijn onafhankelijk en vrij; plaats liever de focus op het verder ontwikkelen van een Zwart bewustzijn.

Daarbij moeten we ook de eigen verantwoordelijkheid nemen voor het beantwoorden van schuldvragen. Moeten we inzien dat wij ondanks de diversiteit etnische, culturele, spirituele en genetische wortels gemeen hebben. En voordat we zoeken naar verbinding met anderen dat gegeven als basis gebruiken om verder te bouwen aan erkenning, acceptatie en respect voor elkaar. Hetgeen zal leiden tot echte gemeenschapszin.

En trouwens de tragische parabel over regicide af te sluiten: Juist omdat wij niet weten bij wie van ons koninklijk bloed door de aderen stroomt; wie van ons koningskinderen zijn ... is het niet een idee om onszelf en elkaar met majesteitelijk respect, waardigheid en loyaliteit te behandelen?

Mijn broeder, mijn zuster

Laat vrede met jou zijn


Jerrel Kammeron beheert een site vol blogelicious brain-food, lees smakelijk