Kip of ei

Velen van ons kennen nog de tijd toen wij als kinderen op school, in een gehaal en getrek zaten over wat eigenlijk eerst kwam. Was het nu de kip of was het juist toch wel het ei? Misschien is deze kwestie ook voor veel van ons, tot heden onbeantwoord gebleven.

Als het antwoord sinds toen nooit gevonden is, laat maar gaan en zie het aan voor een vroege introductie in het spelen met taal. Evenals deze: “Amsterdam, een grote Stad. Met hoeveel letters schrijft men dat?” Deze is makkelijk ja. Met drie letters natuurlijk.

Van jongs af aan beginnen met het spelen met woorden is bedoeld om de vaardigheid in taalgebruik en taalbegrip, op te bouwen. Net zoals Lego-bouwstenen bedoeld zijn om de fantasie van peuters met kleuren en vormen te prikkelen, zo ook is taal, een vier letterraadsel, dat onafzienbaars veel aandacht belieft.

Om over taal en taalgebruik te willen nadenken, is uiteraard eerst taal nodig. Dit artikel ontleend perspectief aan het adagium: één beeld zegt meer dan duizend woorden, om verbanden te leggen tussen taal en gedachten. En hiermee begint dan opnieuw het spelletje van: ‘wat was er eerst’, gedachten of taal? En daarmee dan weer een demonstratie van hoe de kwestie over het - kip en het ei – gedoe, mogelijk begonnen is.

Taal is een makkelijk in de mond te noemen woord, dat vanwege dat gemak zichzelf schijnbaar heel eenvoudig wil verklaren. Het tegendeel blijkt waar te zijn. Wat is taal en hoe werkt taal? Taal is ten eerste en voornamelijk een instrument voor het communiceren.

Dus het overbrengen en uitwisselen van menselijke ideeën en gedachten. Daarnaast heeft het een groter doel, namelijk, het benoemen van de wereld om ons heen. Taal is met deze omschrijving gelijker tijds herkenbaar als, de boodschap en de boodschapper. Door de veelheid aan geluid en informatie is de verleiding groot om aan te nemen dat taal enkel bestaat in woorden, symbolen en tekens.

Door educatieve vorming en binnen het schoolonderwijs wordt grotendeels aan een specifiek onderdeel van taal, met name het gesproken woord en het schrift, aandacht besteed. De functies van zelfstandige naamwoorden en het toepassen van werkwoorden tot het beschrijven handelingen en bewegingen, behoren tot de onderwijsdoelen in het aankweken van het gevoel voor de grammatica. Bij taalbegrip wordt voor het merendeels van de tijd, de taal vocabulaire aangescherpt middels het bijleren van synoniemen en beschrijvingen om op efficiënte- en effectieve wijze meer- en diepere taal visualisatie, gedachtenvorming te verwezenlijken.

De communicatiewetenschap gaat ervanuit dat wanneer zowel de verzender als de ontvanger het een en hetzelfde object in gedachten kunnen hebben bij het uitwisselen van een bepaalde gedachte of omschrijven van een handeling, de communicatie succes vol is. Communicatie heeft plaats tussen twee of meerdere personen en niet noodzakelijkerwijs op een bepaalde plek, tijdstip of in dezelfde taal met elkaar in verbinding dienen te staan.

Met gebruikmaking van de moderne communicatie middelen is interpersoonlijke communicatie ook erg vergemakkelijkt waarin cognitieve vaardigheden de pre conditionele voorwaarden scheppen voor het effectief- en efficiënt gebruik van taal. Voorafgaand aan interpersoonlijk communicatie, is er ook een cognitieve activiteit welk zich buiten het zicht van een onafhankelijke waarnemer voltrekt. Deze activiteit zou omschreven kunnen worden als intra persoonlijke communicatie.

Echter zou het door de logische denkers, als vreemd, verziekt of verstoort kunnen worden aangemerkt omdat het met jezelf afwegen van gedachten in een brein, geen interactie tussen twee entiteiten vertegenwoordigd.

Wel is het enkel ter illustratie doeltreffend, een abstracte voorstelling te kunnen maken van deze interne-monologen. Zonder weet te dragen over de relatie tussen het bewuste en het onderbewuste is door het normale dagelijks taalgebruik een tweedelig intelligentieniveau gecreëerd waarin bewustzijns toestanden resideren. Met deze mentale creatie is ook een realiteit ontstaan dat ruimte biedt voor de taal om zich dan ook vrijelijk te bewegen.

Om het hierboven genoemd abstract mechanisme van taal te benaderen, kan door middel van een legio aan voorbeelden worden aangetoond dat nieuwe namen en woorden door de taal zelf beïnvloed zijn. Taal is als begrip soms ook wel vervangen door het woord, cultuur, heeft klaarblijkelijk een lange geschiedenis. In het geval van de Nederlandse taal, evenals overige Europese talen, ligt het oud-Grieks en de Latijnse taal aan de basis.

Daarom zijn de voorvoegsels uit die tijden tot heden ten dage bepalend voor de wendingen, aanpassingen en toepassingen van de betekenis die woorden kunnen aannemen. De pre-, contra-, in-, over-, inter-, intra- en vele andere voorvoegsel-mechanisme hebben niet alleen op simpele wijze het vocabulaire uitgebreid, maar tegelijk ook de taal acrobatiek, doen ontstaan. \

Naast de acrobatiek is er ook een cognitieve snelheid dat ertoe bijdraagt dat taal vaak onvoldoende duidelijk en verwerkt is voor de redenerende geest in ons. Een voorbeeld daarvan is het na verloop van een ingewikkelde situatie, optreden van het eureka moment. Dus het kwartje valt pas veel later toch.

Terugkomend op het adagium van beeld en woorden, is het nodig het begrip esthetica erbij te halen. Onder de noemer van esthetica valt de bewondering voor en de verwondering over de schoonheid van de natuur en kunstwerken. Een oud gezegde wil ons ook doen geloven dat de schoonheid bepaald wordt in de ogen van de toeschouwer.

Maar thans is ons duidelijk aan het worden dat het geheim van schoonheid verborgen ligt in het wiskundig getal dat is aangeduid middels het teken, ϕ (phi). Dit getal herbergt in zich de verhouding 1 : 1.6 dat de maat voor schoonheid inde natuur vertegenwoordigd. Is het misschien deze verhouding dat direct tot het onderbewustzijn in de mens spreekt en de emotionele toon bepaald voor wat mooi is?