Ramon Arnhem: toegewijd, doelgericht, gedisciplineerd en afro Nederlander

 Door Marvin Hokstam

Toen Ramon Arnhem 25 jaar geleden als tiener opgroeide in het Utrechtse Overvecht, was er niet veel dat een hint gaf dat hij in 2020 een leidinggevende politiecommissaris zou zijn. Hij lacht bij de gedachte aan de 15-jarige knul die hij was en graaft in zijn telefoon naar foto’s. Een jongen met zijn haar gevlochten in cornrows kijkt stoer en onbevreesd naar de camera. “Dat was ik,” grijnst hij. Een andere foto toon hem in actie tijdens een bokswedstrijd.

De 39-jarige politiechef is zeker weten de meest gedreven persoon die ik heb ontmoet sinds ik in Nederland woon. Dagen voor ons interview mailde hij uitgebreid ter inspiratie waar hij het over wilde hebben en hij bleef daarna in contact om er zeker van te zijn dat ik het allemaal had gelezen. Zijn foto shoot wilde hij niet in politie-uniform. Hij lacht weer om zichzelf. “Ik ben politiechef, maar ik ben ook veel meer dan een man in een uniform. Die man wil ik je laten zien.”

De laatste persoon bij wie ik zijn soort organische toewijding meemaakte was al aan de top, ging voor nog veel hoger en zit er nog steeds. Arnhem is bescheiden, maar vastberaden. “Ai, Ik ben doelgericht. Maar eerlijk gezegd is dat ook wat mij veel heeft gebracht.”

 

Arnhem is sectorhoofd van het politiedistrict IJsselland, een gevarieerd gebied in de provincie Overijssel. Stad en platteland met onder meer de steden Zwolle, Deventer, Kampen, Steenwijk, Ommen en Staphorst. “In het gebied wonen ongeveer 500.000 burgers en daarin geef ik samen met mijn managementteam leiding aan 750 politiemensen die werkzaam zijn in elf verschillende gemeenten,” vertelt hij.

Hij noemt zichzelf toegewijd. “Als politiechef voel ik me verantwoordelijk voor het welzijn van mijn collega’s; dat gaat over werkplezier, veiligheid, en de loopbaanontwikkeling van mijn mensen en daarmee de groei van mijn organisatie.”

Binnen het gehele Nederlandse politieapparaat is hij een van de weinige zwarte mannen in strategisch leidinggevende topfuncties.

Vanuit mijn persoonlijk perspectief bekeken ben ik zeker trots op mijn persoonlijke groei en ontwikkeling. Ik heb er hard voor gewerkt. Tegelijkertijd vind ik het ook jammer dat er niet meer collega’s zijn met een vergelijkbare achtergrond in de politietop. Het zegt eigenlijk ook wel iets over de politie hè.” 

 

STRIJD, VOOROORDELEN, PIJN

Arnhem noemt zichzelf een afro Nederlandse man met roots in Afrika, Zuid-Amerika en Europa.

“En daar ben ik trots op! Ik ben Surinaams opgevoed, strakke regels en manieren waren het uitgangspunt! Ik voel mezelf sterk verbonden met mijn culturele identiteit,” vertelt hij. Het is ook duidelijk door de flow van ons gesprek, dat regelmatig hinkelt tussen het Nederlands en het Sranan Tongo.

Hij werd geboren in Utrecht en groeide op in de wijk Overvecht, met een tussenpoos in Leusden.

“Daar waren mijn leeftijdgenoten met een donkere huidskleur op één hand te tellen. Toch was het een fijne tijd. Toen ik terugverhuisde naar Overvecht, voelde ik mezelf meteen echt thuis. En dat is nog steeds zo.”

 

 

 

 

 

“Mijn vader zei altijd dat diploma’s het allerbelangrijkste zijn; en toch bakte ik er op school niks van.” School werd een meandertocht, met een start op de Mavo, terugplaatsing naar het LBO, terug naar de Mavo, als enige leerling onherroepelijk zakken, dan naar het Trajectum college, in de volksmond de laatste-kans-school om je certificaten te halen.”

Nadat hij uiteindelijk zijn diploma behaalde stroomde hij toch door naar de Havo; dit maakte hij af en hij studeerde daarna HBO Personeel & Arbeid aan de Hogeschool van Utrecht. Nadat hij daar afstudeerde werd hij toegelaten op de Universiteit van Amsterdam. Daar studeerde hij Sociologie.

“Ik was daar één van de twee Surinamers binnen de opleiding. Ik zal niet zeggen hoe lang ik er uiteindelijk over heb gedaan, maar ik behaalde mijn doctoraal! Ik weet nog dat ik na de verdediging mijn bul in ontvangst nam en ik zag staan drs. R.I. Arnhem en ik daarna snel naar de wc ging en daar alleen in tranen uitbarstte. Alles kwam eruit, de strijd, de mislukking, de vooroordelen, de pijn... alles.”

“Ik denk dat veel mensen uit minderheidsgroepen dit herkennen. Ik sloeg door in de drang om diploma’s te halen, omdat mijn vader mij daar constant aan herinnerde, maar ook omdat ik hunkerde naar beter. Ik wilde in betere omstandigheden terechtkomen en dacht diploma’s zijn de enige weg. De balans was zoek, ik volgde elke opleiding die ik interessant vond. Ik wilde mezelf vaak bewijzen omdat ik voelde dat ik in een achterstandspositie verkeerde. Ik overschreeuwde mezelf en speelde de ster overal waar ik kwam. Maar thuis, op mezelf reflecterend, voelde ik dat dit niet de weg was,” vertelt hij.

Uiteindelijk bij de politie terechtkomen, was altijd zijn doel geweest. “Mijn opa had in Suriname een goede functie binnen het korps. En in Overvecht was onze buurman motoragent; ik zag hem vaak vanuit mijn slaapkamerraam in uniform thuiskomen. Hij inspireerde mij enorm. Ik wilde mezelf inzetten voor de veiligheid van de samenleving, mensen redden en boeven vangen. Later voelde ik pas echt hoeveel verantwoordelijkheid politiewerk meebrengt.”

DIVERSITEIT EN INCLUSIE

Arnhem is naast politiecommissaris ook academicus. “Als socioloog ben ik maatschappijwetenschapper,” verklaart hij. “Mijn achtergrond speelt zeker een rol in mijn vak.”

Hij verklaart het met het handvest van de politie; waakzaam en dienstbaar. Onze taak is onder meer het dienen van de samenleving. Om de samenleving goed te kunnen dienen moeten wij deze door haar ogen bekijken om te weten wat zij nodig heeft. Daarom moeten wij continu in verbinding zijn met onze samenleving en duurzame relaties met burgers opbouwen.”

En daar ziet hij een knelpunt. “Burgers en politie moeten elkaar ook op andere momenten ontmoeten. Niet alleen bij incidenten. Dit geldt in bijzonder voor onze multiculturele samenleving. Daarvoor hebben wij gewoon meer diversiteit en culturaliteit nodig.”

Diversiteit gaat voor mij over hoe je de culturele wereld om je heen begrijpt en hoe je in staat bent om daarop te anticiperen. Culturaliteit gaat over de daadwerkelijk culturele afspiegeling.”

Het gebrek daaraan leidt tot uitspattingen.

“Ik word er moe van dat we de discussie over diversiteit en uitsluiting nog steeds moeten voeren. Hij is dezelfde discussie van 30 jaar geleden; er is weinig nieuws aan de horizon. We zullen toch met elkaar moeten samenleven want niemand gaat weg. Voeren we dit gesprek over 25 jaar nog? Er is een gezamenlijk proces van benoemen en erkenning nodig om daarna tot een gezamenlijke verandering en een gemeenschappelijke toekomst te komen. Belangrijk is dat mensen zich aan het vraagstuk verbinden om samen een duurzame verandering te beïnvloeden.”

Hij vindt het enerzijds goed en terecht dat er nog steeds zoveel aandacht voor het thema is, anderzijds concludeert hij dat we er onvoldoende in slagen om het verschil te maken. “Albert Einstein stelde een helder inzicht: als je steeds hetzelfde doet, maar wel andere uitkomsten verwacht, ontstaat er waanzin. We moeten het vraagstuk door een andere bril gaan zien en vanuit een ander vertrekpunt benaderen. Daar is leiderschap en visie voor nodig.”

En waar staat de politie als het aankomt op het vraagstuk inclusie?

“Ik hoor ook de verhalen dat mensen met een etnische achtergrond snel weer vertrekken nadat ze bij ons zijn gestart. Om allerlei redenen. Dat is puur verlies. Als we binnenhalen belangrijk vinden, dan is het binnenhouden minstens net zo belangrijk. Dit heeft ook onze serieuze aandacht. Wat nu direct de beste oplossing is weet ik niet. We moeten weten wat de oorzaken zijn, daarna aan duurzame en daadkrachtige oplossingen werken. Ook hiervoor is vanuit leiderschap continue aandacht en sturing nodig.”

“Duidelijk moet zijn: er is bij mij op geen enkele manier ruimte voor discriminatie of racisme. Niet in de samenleving, niet binnen de politie. Elk incident is er één te veel en onacceptabel. Ik zal hier altijd strak en duidelijk tegen optreden.”

“Het aantal kleurtinten in je huid zegt niks over goed of slecht, dus laten we onze energie daar niet aan verspillen. Hoe men binnen een samenleving rond deze thema’s met elkaar omgaat, zegt iets over het civilisatieniveau en de kwaliteit van leven in die samenleving. Laat dat ons gezamenlijk vertrekpunt zijn naar een inclusievere samenleving.”

“Overigens zie ik dat er binnen migrantengemeenschappen onderling ook geregeld het verkeerde voorbeeld wordt getoond. Er is zeker niet alleen racisme en discriminatie door witte naar gekleurde mensen, maar ook tussen gekleurde mensen onderling. Migrantengemeenschappen hebben ook inclusievraagstukken. Dat zullen we moeten erkennen en tegengaan.”

“Het zou mooi zijn als migrantengemeenschappen onderling meer met elkaar verbinden. Er zijn zoveel mooie culturen uit landen zoals Curaçao, Kaapverdië, Suriname, Santo Domingo, Ghana en anderen die elkaar kunnen inspireren, verrijken en versterken.”

Hij blijft erbij dat er sterk leiderschap nodig is om racisme in de basis tegen te gaan. “Bewustwording en leiderschap. Het ongemakkelijke gesprek met elkaar durven voeren”.


 Je achtergrond en leefomstandigheden hebben misschien beïnvloed wie je bent, maar je bent zelf verantwoordelijk voor wie je wordt.”

PERSOONLIJK LEIDERSCHAP

Hij hoeft niet lang na te denken over hoe hij zelf een rol speelt in het vraagstuk. “Al door er te zijn, doe ik dat. Iedere dag,” begint hij. En dan vertelt hij over inspiratie-sessies die hij weleens geeft om jongeren te inspireren. “Dan kom ik samen met een collega binnenlopen, beiden gekleed als straatjongens met onze petten achterstevoren. We gaan dan met de jongeren in hun taal in gesprek over hun kwesties. In de pauze doen we onze uniformen aan zonder dat zij het zien. Wanneer we dan weer komen binnenlopen en het gesprek vervolgen heeft dat behoorlijke impact.”

“Ik vertel hun dan over mijn 15-jarige ik en laat foto’s zien. En vertel over hoe ik ben gekomen waar ik nu sta. Dat ik heb geleerd om te denken in termen van persoonlijk leiderschap, een duur woord! Maar eigenlijk gaat het voor mij maar om twee zaken; dromen en falen. Durf groot te dromen en durf te falen, sterker nog, gun jezelf om te falen, maar blijf altijd je dromen voor ogen houden. Ik heb zelf behoorlijk gefaald, maar daar werd ik sterker van. Mijn dromen gaven mij richting.”

Hij spreekt uit ervaring.

“Ik heb vroeger wedstrijden gebokst. En weet je, ik wist altijd precies wanneer ik een pak slaag zou krijgen, namelijk altijd als ik te weinig discipline in de voorbereiding had getoond. Hardlopen, krachtraining, sparren en geen shoarma kapsalon die week. En geloof me, sommige van dat pak slaag kan ik nu nog steeds navertellen. Maar wanneer ik driemaal per week om 06:30uur in alle weersomstandigheden op de atletiekbaan was geweest, op mijn eten had gelet en hard had getraind was ik sterk. En dan deelde ik vaak het pak slaag uit!”

Dat is zijn mantra gebleven: "durf groot te dromen en groot te falen, wees doelgericht, gedisciplineerd en toon doorzettingsvermogen. Het is geen hogere wiskunde. Je achtergrond en leefomstandigheden hebben misschien beïnvloed wie je bent, maar je bent zelf verantwoordelijk voor wie je wordt.”