Norman van Gom | Ik wilde radio-ondernemer zijn

Norman van Gom is het gezicht van de Multikleurrijke Amsterdamse Radio en Televisie (MART) in Amsterdam Zuidoost. Een echte veteraan radioman van statuur, maar met nog zo’n bescheidenheid dat hij zonder schromen namen noemt van andere radiomensen waarvan hij onder de indruk is.

“Toen ik bij MART kwam ging het niet zo goed met het station,” vertelt hij. Het station bestond toen enkele jaren, maar faillissement dreigde. “Ik nam toen de leiding op me en gelukkig had ik een netwerk van mensen om me heen waarmee we het staande hebben kunnen houden.”

Norman stamt uit de tijd van de piraten radiozenders. “In 1980 -een jaar nadat in Nederland was komen

wonen- hoorde ik ineens een piraat. Het was de Amsterdam Broadcasting Corporation ABC, en die maakten radio zoals ik het kende uit Suriname. Wij wilden R&B, soul en vooral de golden oldies. Er was geen Kaseko op de radio. Ik heb me aangemeld. We maakten radio die anders was dan dat van de gevestigde orde, maar dat maakte dat wij hun concurrent waren. Onze luisteraars kwamen luisteren naar hun eigen ding, de platenwinkels deden via ons goede zaken. Maar uitzenden kwam met gevaar voor inbeslagname van je LP’s door de Radio Controle Dienst (RCD),” vertelt hij.

Het was een kat en muis spel om de RCD te ontwijken. “Ze konden elk moment binnenvallen en alles in beslag nemen; je zender en je muziek. Maar wij moesten ook onze continuïteit waarborgen, want we hadden klanten. Dus wanneer ze ons uit de lucht haalden, waren we zo gauw mogelijk weer in de lucht. Je wist dat het niet mocht, maar je deed het wel omdat je aanhang op je zat te wachten.”

In 1986 werd piratenradio verboden. “Ze zeiden dat het een witwasbolwerk was, dat er drugsgelden in zaten en dat de zenders de luchtvaart stoorden. Ze deden er alles aan om het te criminaliseren,” lacht hij.


Mart radio

Ondertussen was MART Radio, dat via Salto uitzond, in het leven geroepen. “Ik voegde me erbij en toen werd mij gevraagd om het te trekken. Ergens in 1996 heb ik de leiding overgenomen.” 

Het ging niet altijd even gemakkelijk “maar dit is wat ik wilde doen. Ik wilde radio-ondernemer zijn, ik zag gaandeweg in dat je het niet alleen kon.”

Je moest luisteraars erbij betrekken en de Surinaamse ondernemers, de toko’s. MART werd echt een community radio station. Het gaat nu redelijk. Je merkt dat MART van belang is. Als we er bijvoorbeeld door een storing uit zouden liggen, gaan luisteraars meteen bellen,” vertelt hij.

Hij moet bescheiden lachen bij een compliment over zijn warme, vertrouwelijke stem. “Ja dat heb ik wel vaker gehoord, maar tja, ik hoor zelf het niet. En het is zeker niet altijd zo geweest. Ik had voorbeelden van mensen die mij het radiowezen hebben geleerd” en hij noemt namen van Surinaamse radiogrootheden.

Mijn radioding is voortgevloeid uit verschillende omstandigheden. Het was ook een lichte vorm van heimwee.”

Hij is er trots op dat hij via MART Radio ook anderen heeft kunnen inspireren. “Ik heb mensen om me heen die ook een stem zijn geworden. MART is een kweekvijver, waarin we altijd op zoek zijn naar nieuw talent. De meeste mensen bij MART kwamen via-via binnen en hebben zich verder ontwikkeld.

Dat geeft me een heel goed gevoel. Want we weten dat de tijden veranderen. Dat we naar een nieuwe manier van communiceren moeten. “Ik ben blij met mensen die vernieuwing brengen. Die kennis vergaren en dat willen delen met anderen.

“Je voelt dat de jongeren staan te trappelen en ik weet dat de toekomst zit in het verjongen van wat we doen. Ik blijf wel voorzichtig dat de dyn