Ruins of the Water Fort St. Eustatius with in the background the Godet burial ground (copyright Kenneth Cuvalay)

Inwoners St. Eustatius willen slavernijmonument

Op St. Eustatius is er een beweging op gang gekomen die een ‘Monument of Honor’ wil voor alle Afrikanen die ooit gedwongen voet op het eiland hebben gezet in tijden van slavernij.

Het ‘Monument of Honor’ moet een prominente en permanente herdenkingsplaats worden waar de geest en kracht van onze voorouders geëerd kunnen worden en de misdaden die hen zijn aangedaan erkend worden door de Nederlandse regering als een misdaad tegen de menselijkheid. "De economische machtsstructuur van de Nederlandse republiek is voor een groot deel op deze misdaden gebouwd," zeggen de initiatiefnemers.

Het initiatief werd aangekondigd door Kenneth Cuvalay, voorzitter van Ubuntu Connected Front (UCF) Caribbean. “We willen dat het Monument een verzamelpunt is voor herinneringen, Afrikaanse traditionele ceremonies en gebeden, niet alleen voor de inwoners van St. Eustatius maar ook voor andere Afrikanen in de diaspora. Tienduizenden Afrikaanse kinderen, vrouwen en mannen zijn tijdens de trans-Atlantische slavenhandel en de slavenhandel tussen de omliggende eilanden met geweld aan wal gebracht op St. Eustatius om daarna alle verschrikkingen van de slavernij te moeten doorstaan. Wij moeten ze het waardige respect geven dat ze hebben verdiend, maar nooit hebben gekregen.”

Cuvelay vertelt dat St. Eustatius heeft een moeizame relatie met haar slavernijverleden. \

Veel steden in Nederland duiken de laatste jaren de geschiedenis in op zoek naar sporen van hun slavernijverleden. Op St. Eustatius zijn die sporen letterlijk overal

Hij vervolgt: “Onbekend bij velen is dat St. Eustatius in de 18e eeuw door haar centrale ligging de grootste doorvoerhaven was van het westelijk halfrond. Het speelde een belangrijke rol in de trans-Atlantische slavenhandel, maar zeker ook in de slavenhandel die plaatsvond tussen de Caribische eilanden onderling. Anno 2021 lijkt het alsof je op het eiland nog in de koloniale tijd rondloopt en zie je overal koloniale sporen in de openbare ruimte: een mooi opgeknapt fort Oranje en batterij De Windt, een gedenkplaat voor kolonisator Michiel de Ruyter, een grote zuil voor een voormalig koningin en de breed uitgedragen aandacht voor de zogenaamde ‘First Salute’ uitgebracht aan de VS door een slavenhouder. Er is geen enkel zichtbaar teken van erkenning van de misdaden die onze voorouders zijn aangedaan. Geen wonder dat SECAR en andere archeologen hier menen hun gang te kunnen gaan.”

Hij hint naar het protest op het eiland over opgravingen van graven van Afrikaanse totslaafgemaakten.

De rol van de overheid is om randvoorwaarden te scheppen om de slavernijgeschiedenis van St. Eustatius te herschrijven en daarmee recht te doen aan de rol die onze voorouders in die geschiedenis hebben gespeeld. Erkenning is de eerste stap. Het is belangrijk om onze kinderen te leren dat ze afstammen van Afrikaanse strijders en dat onze geschiedenis vol strijd en verzet tegen de slavernij is geweest. Dat ze heel trots mogen zijn op hun Afrikaanse voorouders. In dat opzicht moet ons prescriptieve eurocentrische curriculum gedekoloniseerd worden. We hebben Piet Hein niet nodig in het schoolcurriculum, we hebben Marcus Garvey nodig. We hebben Michiel de Ruyter niet nodig, we hebben Tula en Dupersoy nodig en zoveel meer namen van helden uit onze Afrikaanse geschiedenis in de Caribbean waarover nooit wordt gesproken.”

Familie Erfgoed Project

UCF startte vorige maand met het Family Heritage project “Make the Connection”, georganiseerd onder de paraplu van de St. Eustatius African Burial Ground Alliance. “Het is een community-based onderzoeksproject waarbij met de stambomen van de deelnemers een connectie wordt gemaakt met namen van slaafgemaakte Afrikanen in koloniale archieven. Uiteindelijk willen we dat alle gevonden namen van voorouders die zijn geboren in slavernij op het monument komen te staan”, zegt Cuvalay. “Structurele financiering van onderzoek en onderwijs moet onderdeel zijn van het herdenkingsmonument. Er is nog heel veel te onderzoeken over ons slavernijverleden en de doorwerking ervan in het heden en wij willen dat vanuit ons perspectief doen.”

Projectvoorstel Monument

UCF werkt aan een community-based draagvlakonderzoek voor de realisatie van het Monument.

"De Old Market in het centrum van Oranjestad zou een symbolische locatie kunnen zijn voor het Monument aangezien dit de plaats was waar de veilingen van onze voorouders plaatsvonden. Hoe het Monument eruit moet zien, staat niet in onze plannen, dat is iets voor de gemeenschap om te bespreken en over te beslissen. Wat we wel in ons voorstel opnemen is om aandacht te vragen voor de deplorabele staat van de ruïnes van het Waterfort (fort Amsterdam) aan het strand van de Oranjebaai waarin onze voorouders werden ondergebracht om verkocht en doorgevoerd te worden naar omringende eilanden.

De overheid zou fondsen moeten vrijmaken voor de restauratie ervan; het is een belangrijk monument binnen ons culturele erfgoed. Het 'Monument of Honor' en het gerestaureerde Waterfort zouden samen met het Slave Path (een kleine steile weg omhoog van de oude Benedenstad tot aan de Old Market) een krachtig eerbetoon vormen, een gids en inspiratie zijn voor ons als Afrikaanse nazaten. De strijd van onze voorouders is echter nog niet gestreden. We zijn er pas als we onze volledige soevereiniteit herwinnen, onze waardigheid hebben hersteld en volledige ‘reparations’ hebben gerealiseerd. Wij, Afrikanen in de diaspora, hebben de verantwoordelijkheid en de morele plicht om de door onze voorouders gevoerde strijd als hun nalatenschap te aanvaarden en voort te zetten."