Racisme is schokkend. Niet voor iedereen. Nóg niet.

Wij kabbelen rustig voort. Althans zo lijkt het.

Zwarte Piet in de ban gedaan hier en daar links en rechts. Voorzichtige juichjes, borrelen omhoog in diverse Social Media...een enkele boze 'échte' Hollander sputtert nog wat na, maar Zwarte Piet heeft zijn langste tijd gehad. En Rutte is zowaar in gesprek met anti-racisme groepen, wéér voorzichtige juichjes, hier en daar, links en rechts, enz...je valt zowat uit je stoel, zo 'goed' lijkt het te gaan.

Wél een speerpunt: een minister president die hardop uitspreekt dat racisme in Nederland heus bestaat, vond ikzelf wel bijzonder. Ik ben nog van de generatie, die is opgevoed met de woorden: "Trek je er maar niets van aan, wij moeten in de zon liggen voor zo'n mooi kleurtje" en meer van die dooddoeners en ontkenningen. Geruisloos dienden wij elke vorm van racisme over ons heen te laten gaan. Lijden mocht, maar wel in stilte.

Jarenlang geroepen dat ik nóóit last had van racisme, dat gaf je nu eenmaal niet toe en zei je niet hardop. Een enkeling die ik ken wil dit nog steeds volhouden. Ontkennen  was ook voor mensen van kleur vaak makkelijker dan erover praten.

En al had ik last van racisme, het had ook wel iets comfortabels, dat zwijgen. Witte mensen waren nu eenmaal racistisch en dit nu eenmaal een wit land, jammer dan. Mijn bescheiden bestaantje  kabbelde voort in mijn witte land, zigzaggend tussen de racistische ervaringen door en ik stopte elke vervelende gebeurtenis weg in een speciaal vakje. Het vakje diep verborgen, ergens binnen in mij, met daarop een bord: verboden toegang, groot geheim en onbespreekbaar, niet schudden, als een gruwelijke nitraatbom, waar je ver van moest blijven, zeker ik. Eigenlijk ging ik wel lekker, vond ik zelf. Pompompom...

Ik heb het in achterliggende jaren nog weleens opgenomen voor al die arme witte mensen die opeens zonder Zwarte Pietje een Sinterklaasfeest moesten vieren. "Láát 'ze' toch, zei ik dan. Die witte mensen hebben dat nu eenmaal nodig, die zijn nu eenmaal zo". Totdat een witte vriendin boos op me werd. "Hou eens op met dat aangepaste gewauwel van je, Zwarte Piet is racisme, punt". 

Fuckeduck. Als zelfs witte mensen het inzien, wordt het misschien tijd, dat ik ook eens mijn ware gevoelens toon. Ik dook in mijn ziel, ontdekte een beerput en deinsde achteruit.

Mijn bom bewoog vanbinnen. Bekje houden bom, braaf blijven liggen, geen gedoe en geen gedonder. Dit is nu eenmaal mijn land, suste ik mijn binnen-bom vaak stilletjes.

George Floyd. Minneapolis, 25 mei 2020. Er zijn mensen die precies weten waar ze zich bevonden en wat ze aanhadden ten tijde van de aanslagen op de Twintowers.

Ik weet nog waar ik was en hoe ik me voelde op de avond dat ik voor het eerst de beelden van de naar adem snakkende Georg Floyd zag.

Nét in bed, lekker gepoetst en gewassen, schone lakens en tegen half elf in de avond. Eigenlijk allang bedtijd voor mij, want morgen vroeg op. Tóch nog even facebooken.

Filmpje. Misselijkheid komt op. Wat gebeurt daar eigenlijk? Wat ben ik aan het zien? Ik wil in het filmpje kruipen en de agent van hem af sleuren. Wegduwen. Roepen naar een filmpje is best een beetje gestoord. Hou op! Wegrennen wil ik ook, weg van die stervende man. Zoals je als kind iets voor je ogen hield, denkend dat je daar onzichtbaar van werd. Zo click ik het filmpje weg, dan is het niet gebeurd. Het filmpje draait door in mijn hoofd. Een nacht lang. Nooit helemaal afgekeken.

George Floyd. Me nog vaak afgevraagd waarom het zo schokkend was. Nog altijd is. En toch niet voor iedereen.

De achteloosheid van de agent. De hulpeloosheid van de man op de grond. Het uitblijven van hulp.

Slapen ging niet meer. Kaarsje gezocht op Google afbeeldingen. Tekstje eronder: ' I can't breathe'. In een opwelling overal, op elke pagina gepost: " Er is iets gebeurt mensen, ik weet niet precies wat, maar het is niet goed'.

Mijn binnen-bom ontploft, recht in mijn zorgvuldig afgebakende, zoveel mogelijk raslose bestaan. 

Bijna een week slecht geslapen. Later steun zoekend op de Dam, bij gelijkgestemden. We riepen het hardop. Tot hier! Nooit meer. We zijn er helemaal klaar mee.

Nog steeds verbijsterd over de harteloosheid van diverse media en BN-ers. Niet de vraag waaróm, over de demonstraties, maar vooral de verontwaardiging over 'gekken' die in Coronatijd notabene een beetje gingen demonstreren alsof 'ze' er zelf bij waren geweest, in Minneapolis. Alsof racisme hier ook maar iets voorstelde. Schande , schande, foei.

Het duurde voor mijn gevoel enkele dagen voordat er ook andere geluiden te horen waren. Hé, misschien hadden al die demonstranten ook nog iets te melden?

Vanuit mijn witte familie geen vraag, geen zucht en geen vloek. Zij zwijgen nog altijd vrolijk verder. Vanuit de moslimgemeenschap geen woord. 

Zwart zoekt het maar uit.

George Floyd. Een langzame, pijnlijke en vernederende dood. Maar ik ben dankbaar dat mijn bom ontploft is. Mijn muur omver gehaald. Ik ben zwart, ik ben Nederlander en ik ben niet echt welkom. Daar moet ik wat aan doen. Daar moeten wij iets aan doen. 

Voor het eerst weet ik dat ik niet alleen ben. Wij zijn met zovelen, dit kunnen wij. In alle kleuren van de regenboog. Desnoods met knikkende knieën en het angstzweet op de rug. Niet meer zwijgen. Beloofd.

Racisme is schokkend. Niet voor iedereen. Nóg niet.

Slapen kan altijd nog...