Nieuwe ogen oude bril

De vraag is wat er als gevolg van de slavernij met de tot slaaf gemaakte personen gebeurd is en vooral de overlevering naar het nageslacht. Aanvullende informatie op deze vraag is dat de fysieke – en mentale gesteldheid van de onderworpenen, sociaalpsychologisch geïncorporeerd dient te worden in de vraagstelling.

Wat is kort gezegd de erfenis van de slavernij voor het nageslacht van de slaven?

De nieuwe benadering bij de beantwoording van deze vraag is om deze exploratie zo duidelijk als wel mogelijk te willen maken. Daarbij lettend op alle woorden die gebruikt worden en ook de daadwerkelijke definities van deze begrippen, middels discussie, aan een nadere onderzoek te willen onderwerpen. Meestal uitgelegd in kritische termen als de activiteit van een begrip “tegen het licht houden”. Volgend daarop is ook opnieuw de vorm kunnen interpreteren van de schaduw, afgeworpen door het licht.

Natuurlijk zit er in taal heel erg veel beeldspraak. Daarom maakt het ook weer uit wie gebruik maakt van de taal. Daarbij speelt ook de invloed van het referentie kader van de taalgebruiker een bijzonder rol. Het referentie kader is anders gezegd; de belevingswereld van de taalgebruiker. De realiteit waarmee de taalgebruiker/spreker zichzelf geconfronteerd voelt. Hoeft niet noodzakelijkerwijs identiek te zijn aan de realiteit van de persoon die de spreker aanhoort. Wat gebeurd er wanneer de betekenis van de woorden van de spreker en de luisteraar niet overeenkomen? Meer nog, wanneer ontstaat de realisatie dat dezelfde woorden voor beide partijen niet dezelfde wereld omschrijven/beschrijven? Communicatie is altijd een doelbewuste activiteit en samenvattend onder drie noemers te verdelen, namelijk: informerend, overredend en amuserend.

Neem in overweging dat de gemoedstoestand van de spreker bepalend is voor zijn woordkeuze en dat deze keuze ook effectief invloed heeft op de gemoedstoestand van de toehoorder/luisteraar. Even zo zijn er verder nog tal van elementen en omstandigheden te noemen die onmiskenbaar ook effect hebben op de communicatie tussen personen. Al deze factoren meegeteld weerspiegelen de complexiteit van de schijnbare eenvoud van het taalgebruik. Tegelijkertijd geeft het ook de ingenieuze capaciteit van het menselijk denken weer. Wij zouden mogen aannemen dat elk individu uit zijn taalervaring het vermogen ontwikkeld om onder meer een emotie van een gevoel te onderscheiden. En eveneens ook uit kwantiteit, kwaliteit te kunnen destilleren. Concluderend kan deze opsomming worden afgesloten door te stellen dat een persoon het vermogen bezit om de wereld vanuit de eigen begripsvorming accuraat te omschrijven en te beschrijven.

Het rollenspel binnen de communicatie laat de ruimte voor de visualisering van het gedrag van de beide partijen. In de beeldvorming meenemend de associatie met de maatschappelijke positie van de taalgebruiker en de conventie vertegenwoordigd dat samen dwingt te gaan met die bepaalde positie. De structuur van een hiërarchie wordt aangenomen als een natuurlijk gegeven. Binnen deze structuur wordt de positionering aan de hand van een zelf inschatting ingenomen. De inschatting is op grond van de getaxeerde visie in de wereld, als zijnde de maatschappelijke realiteit. In de taal technische beeldspraak is het te verwoorden als; het ik-beeld (omschrijving van het individu over zichzelf) en de reflectie (reactie of feedback van de omgeving van personen) van hoe de omgeving reageert op dat ik-beeld.  Het besef van het bestaan van een dwingende geheel aan regels, geschreven en ongeschreven die gedragingen binnen een bepaalde stramien tolereert.

Concreet is de pijn van het slavernij verleden, in fysieke zin, na honderd vijftig jaren afschaffing slavernij, niet meer een punt van discussie. Het hoeft geen lang betoog dat de zweepslagen en de overige vormen van straffen gebruikt om de slaaf in bedwang te houden thans niet meer een fysieke pijn hebben in het nageslacht. Echter heeft deze ervaring na generaties een psychische wond achter gelaten. Net zoals een schram de herinnering oproept aan de geleden pijn van de toentertijd bestaande wond, zo ook de trauma die na verloop van tijd zich niet doet faciliteren binnen een cultureel equilibrium.

Het is echter niet overdreven om deze tot cultuur patronen verworden aspecten naar voren te halen. Wat zijn deze sociaal-culturele aspecten? Het gaat om de aanpassing op de maatschappelijke condities die een mentale gesteldheid hebben bepaald. Daarop volgend is een structureel- en maatschappelijk gedrag (leefwijze), verder beter geformuleerd als een cultuur, ontstaan. De basis elementen bij dit denken en handelen heeft tot gevolg dat zij binnen die atmosfeer gevormd wordt tot een geïnstitutionaliseerde samenlevingsvorm, consoliderend in een dusdanige attitude, levenswijze dus cultuur.

De hierboven genoemde begrippen zijn snel en vluchtig op elkaar aan-een-gesloten, waardoor een warrige indruk dreigt te ontstaan. De bedoelde processen zijn opgang gebracht door schokkende sociaal psychologische ervaringen die diep – en ingrijpende gevolgen hebben op de gedragingen van de betrokken personen. Uit de ervaringen wordt informatie verkregen dat zal dienen als taxatie-agent bij de karaktervorming van elk individu. De kwantiteit aan sociale ervaringen levert dan ook een legio aan informatie waaruit kennis en vervolgens wijsheid onttrokken worden. Ter introductie van een nieuwe definitie voor sociometrie mag begrepen worden, het geheel van kwantificeren van ervaringen. Met andere woorden; het vergelijken, herhalen, delen en vermenigvuldigen van schijnbare succesvolle ervaringen waaruit een traditie voortvloeit. Deze cultuur van traditionele ervaringen wordt vervolgens onderdeel van de leringen dat van generatie op generatie middels scholing, opvoeding wordt overgedragen. Van bijzonder belang is het besef dat informatie dat ooit eens is ontstaan nooit ontdaan kan worden. Wel is het dat informatie kan worden samengevoegd zoals mathematisch een nieuwe begrip gecreëerd wordt.

Het is niet ten overvloede dat aandacht is besteed aan de overdracht naar het nageslacht van de bewustwording over de mentale structuur dat het inzichtelijke begrip faciliteert van de samenleving. De cultuur bestaat namelijk in het inpassen van het individu, (toentertijd de slaaf) binnen de sociale structuur dat zich bewust met een zekere mechanisme evolueert. De aanvaarding van dat maatschappelijke mechanisme maakt ook een acceptatie van condities zoals een opgelegde positie en armoede. Het zijn deze elementen die plaats maken voor de associatie met die bepaalde sociaaleconomische – en maatschappelijke participatie. Taal technisch verklaard is het dit mechanisme dat selectief informatie bevat dat vooral bestaat uit een vooringenomen negatief zelfbeeld, geformuleerd door de taalproducent.

Analoog aan de ervaring met productie, organisatie en verwerking van digitale informatie op het internet, leert de hedendaagse technologie in de wereld ook in welke richting naar een mogelijke oplossing te zoeken voor de verwerking van de trauma van het slavernij verleden.