Assin Manso

Ik was nergens naar op zoek, maar ik vond het in Ghana

Door Marvin Hokstam

Er is een remedie voor mensen die het beu zijn altijd maar geconfronteerd te worden met racisme, discriminatie, wantrouwen, marginalisering, nepotisme enzovoort, simpelweg vanwege hun huidskleur. Het is een eenvoudige twee-stappen remedie die je verlicht.

De remedie is: ga naar Afrika.

OneWorld publiceerde vorige week de verkorte versie van mijn reisverslag naar Ghana.

Dit is het volledige relaas. 

Leven met racisme vreet op subtiele wijze stukjes van je veiligheid en je geestelijke gezondheid weg, waar je als mens recht op hebt.

Als je op mij lijkt en als mij bent, dan ben je constant op je hoede voor die plotselinge momenten dat het tevoorschijn kan springen om te proberen je gemoedsrust van je af te pakken. Die dame die haar handtas vastpakt als ze je aan de overkant van de straat opmerkt. Die kerel die je constant moet bewijzen dat hij beter is, ook al is het enige dat hem onderscheidt van jou dat hij geboren is met een huid die een paar tinten lichter is dan die van jou; sommige mensen geloven echt dat dat hun beter maakt! Mensen die weigeren naast je te zitten in de trein, zelfs op die dagen dat je weet dat je er extra prachtig uitziet. Niet betaald krijgen wat je waard bent. Niet de baan krijgen waarvoor je overgekwalificeerd bent.

We zijn geconditioneerd om te leven met de wetenschap dat deze dingen gebeuren; sommigen van ons vechten er constant tegen, terwijl anderen niet beter weten en de wereld accepteren zoals hij is. Alsof die delen van de wereld waar het slechter gaat, voor ons zijn gemaakt en iedereen met een lichtere huidskleur automatisch recht heeft op alles wat beter is.

Je wil niet weten hoe vaak mensen me hebben aangeraden dit van me af te laten glijden. “Sta erboven; trek het je niet zo aan.” Alsof zij het zouden accepteren.

Ik kan je zeggen dat er ook een ander gevoel is. Ik voelde het gedurende de hele week dat ik in Ghana was in april. Mijn eerste bezoek aan het continent had meerdere lagen "bijzonder" op elkaar gestapeld; de belangrijkste missie was om een foto van mijn over-over-overgrootvader, de slavernijheld Broos, te gaan plaatsen in een museum, wat op zich al extra speciaal was.

 

Maar er was meer. Veel meer.

Ik heb veel gereisd, maar dat het deze keer anders zou zijn wist ik al vanaf het moment dat ik hoorde dat het zou gebeuren.

Westerse media hebben mij alleen maar leugens over deze plek verteld; leugens over dominerende armoede en leugens dat alle kinderen hier hongerig zijn met hun buiken vol lucht, dat ze allemaal tranenslurpende vliegen hebben in de hoeken van hun ogen, dat deze plek in eeuwige duisternis was, dat het vastzat in de donkere middeleeuwen en destructieve oorlogvoering verwant was aan Zwarte mensen.

Ik heb altijd beter geweten dan het bevooroordeelde beeld te geloven dat de westerse media over Afrika hebben gepresenteerd, maar zelfs toen ik werd gevraagd om op deze reis te gaan, ontdekte ik dat het nemen van de beslissing niet zo makkelijk was.

Ik twijfelde daarom, maar mijn vriendin Marjan wist precies wat ze moest zeggen om die onzekerheid af te slachten.

Je hebt altijd gezegd dat de eerste keer dat je naar Afrika zou gaan bijzonder moest zijn; het wordt niet beter dan je voorouder te eren door zijn foto in een museum te mogen hangen. Dit is het moment!"

Een week en zes uren later;

Terwijl turbulentie het neerdalende vliegtuig zachtjes deed schudden en de purser ons op de intercom verzocht om onze dienbladtafels op te bergen en alle elektrische apparaten uit te zetten, gluurde ik uit het raam en bewonderde ik van boven het continent vanwaar mijn voorouders werden gestolen. Ik zag voor zover mijn ogen konden reiken alleen maar lichtjes in het duister van de avond. Lichtjes en leven. En ik wist dat ik er klaar voor was.

Toen landden we en de warmte van het continent omhulde me verwelkomend als een heerlijke deken in het thuis waar ik nog nooit eerder was geweest. Het is een onbeschrijfelijk gevoel. Zoals een eerste indruk krijgen van een plek die nieuw voor je is, maar die je zo goed kent.

'Welkom thuis', zei de douanebeambte die langs was geslenterd om te controleren of haar ondergeschikten hun werk goed deden. Ze was klein en stevig en haar gezicht was verborgen achter een gezichtsmasker, maar ik kon haar ogen ondeugend zien glinsteren terwijl ze de lange bezoeker aankeek die boven haar uittorende. Toen glimlachten haar ogen naar me en zei ze me dat ik mocht gaan. En toen ik wegliep met mijn koffer, zei ze: "Ik hou van je haar." Goedkeurend.

En dat raakte me.

Ik ben opgegroeid in Suriname in een tijd waarin het kolonialisme eiste dat mijn soort haar moest worden afgeschoren of gerelaxed. Ik heb dat haar dat groeit in minuscule krullen die lijken op kleine springveertjes. Het groeide niet uit tot die grote ronde afro-kroon die populair was in de jaren zeventig, en ik kon niet eens dromen van de jheri-curl van de jaren tachtig. Ik herinner me levendig dat klasgenoten grapjes maakten over mijn zwarte huid en mijn haar. Ze noemden het treiterend “oloisi veer”, horlogeveren, en vonden het hilarisch om tegen me te zeggen dat als ik ooit naar China zou gaan, ik miljonair zou worden door mijn haar te verkopen aan horlogemakers.

Wel, ik ben in China geweest en niemand heeft aangeboden mijn haar te kopen. Idioten!

Ik groeide op met een heleboel onzekerheid, zeker over mijn haar en misschien kwam het daarom instinctief dat ik het meer dan 20 jaar wekelijks afschoor om op Michael Jordan te lijken.

Maar vorig jaar, tijdens de eerste golf van COVID, liet ik het groeien, dik en vol en met krullen als zwart lamswol, met gedistingeerd grijs op mijn slapen, en dat verraste veel mensen die dachten dat ik al die tijd echt kaal was geweest. En gladgeschoren heeft nog steeds de voorkeur, zo leek het, niet mijn natuurlijke haar dat automatisch uit mijn lichaam groeit.

Ben jij een bosman?"

vroeg iemand brutaal, een paar ogenblikken voordat ik haar vertelde dat ze het hele midden van mijn achterste mocht kussen.

En hier was ik dan, net geland op het continent waar mijn mensen eigenlijk vandaan kwamen en een ambtenaar die de grens bewaakt, zegt terloops "Ik hou van je haar" en geeft zonder het bewust te bedoelen zoveel mening aan die vijf woorden. Als dat geen thuiskomst is, weet ik het niet meer.

Iedereen leek op mij. Ik zag een kerel die leek op mijn grote neefje Sergio, compleet met de enorme biceps. Een andere leek op Urwin. De taxichauffeur die niet kon geloven dat er racistische mensen in Nederland waren, leek van zij op mijn vader. Toen ik een mooie vrouw vertelde dat ze me deed denken aan een ex-vriendin van vele jaren geleden, keek ze me keurend van kop tot teen aan en vroeg "maar heb je nu een vriendin?"

Niemand stoorde zich aan mijn huidskleur.

Men probeerde me zelfs te claimen! “Jij bent Gã. Zoals ik,' zei de congaspeler van het National Theatre. Hij had van die tribale tatoeages op zijn gezicht, Akam, kleine sneetjes die zijn moeder in zijn gezicht had gesneden toen hij baby was, en waarin ze spul had gedaan dat hem moest beschermen tegen de slechte geesten die zijn broers van haar hadden afgepakt.

Nana, de veelzijdige media-ondernemer die volhield dat ik net als hij van de lange, sterke Denkyra-mensen uit het noorden kom - wat ik natuurlijk geloofde. Hij had ook Akam, op zijn beide wangen, en nu wilde ik ze ook.

Korku Limor, de briljante tv-interviewer die trots glimlachte toen ik hem het verhaal vertelde van hoe mijn voorvader de koloniale machten weerstond en een koninkrijk bouwde in het bos van Suriname.

"Dus eigenlijk ben ik een beetje een prins," grapte ik en hij greep het vast.

Maar jij bent een prins! Niet om degenen onder ons te discrimineren die geen lengte hebben, maar kijk eens naar jezelf! Door je lengte kan toch iedereen zien dat je waarschijnlijk uit een bepaalde afstamming van krijgers kwam”.

Ik mocht Korku echt. Hij snapt het. Dus nu sta ik erop dat mijn vrienden me aanspreken per “prins”.

Prins Kofi, om precies te zijn, ter ere van mijn geboortedag, vrijdag.

Sommigen weigeren. Tja, Ze weten niet beter.

Korku wel.

 

Wratten en al

Er is veiligheid in je alleen omringen met mensen die op jou lijken. Minder slimme mensen maken het tot een reden om racistisch te zijn tegen mensen die niet op hen lijken, maar de slimmeren weten er een mooie thuiskomst van te maken voor mensen die het voor het eerst meemaken.

Ik heb altijd gezegd dat ik een “Afrikaan die in Suriname geboren is” ben en ik dacht altijd dat ik volledig begreep wat dat betekende, maar nee. Ik wist niet dat ik iets zocht, maar toen ik het vond herkende ik het meteen.

Zoals dat gevoel dat ik kreeg elke keer dat we langs de Makola-markt in Accra reden. Hier heerst er dagelijks een drukte van duizenden mensen die hun kost als marktverkoper moeten verdienen. Niemand gaat het voor je doen, dus iedereen heeft het druk, niemand heeft tijd. Dwars door deze drukte heen snijdt een hoofdweg, waarop personenauto’s, vrachtwagens en bussen toeterend hun weg banen tussen deze prachtig georganiseerde chaos.

Ik heb altijd van een markt gehouden. Ze zijn allemaal hetzelfde. Diezelfde geur die een mix is van fruit en groenten, vis en allerlei andere handelswaar die mensen verkopen, met een subtiele hint van ongezuiverd rioolwater. In westerse films worden deze plekken altijd afgeschilderd als gevaarlijk en rommelig, zoals kruitvaten in een vuurfabriek. Je hoort je onveilig te voelen. Ik voelde me thuis.

Ik had het jarenlang niet gezien, gevoeld en geroken, maar het trok me meteen aan, dus toen onze Uber opnieuw weer terechtkwam in de wurggreep van een verkeersknelpunt, sprong ik eruit om er een tijdje in rond te lopen. Die sfeer die ik kende van de markten in Suriname, Guyana, Trinidad, Curaçao en andere Caribische landen waar ik in heb gezworven, nam me mee. Ik haalde herinneringen op. Ik had het gevoel dat ik erbij hoorde. Ik had niets nodig van de markt, maar ik wilde er niet weg.

'Kun je alsjeblieft een foto van me maken,' vroeg ik aan een vrouw achter een kraam. Ze keek me aan, maar werd afgeleid door een klant. Toen hij wegging was ze verbaasd dat ik er nog was. "Wat vroeg je?" vroeg ze. 'Als je alsjeblieft een foto van me wilt maken,' en ik hield mijn telefoon voor haar uit, camera in de aanslag. Ze keek me aan en ik hoorde hoe ze in haar hoofd onhoorbaar een tyuri maakte, dat licht beledigende geluid dat Zwarte mensen maken door lucht tussen hun tanden te zuigen.

Toen zei ze wrang:

Kun je geen selfie maken?"

En toen had ze weer een klant en ze wendde zich af om de kost te gaan verdienen. Niemand gaat het voor je gaat doen, dus iedereen heeft het druk, niemand heeft tijd. 

Stond ik toen daar als een echte milennial mezelf te fotograferen in het midden van een drukke markt.

 


Ik voelde me niet beledigd. Deze reis was bedoeld om bijzonder te zijn, dus ik had me voorbereid op het land en de verschillen in gewoontes tussen mijn westerse gesteldheid en de levenswijze van de mensen waar ik echt vandaan kom.

En het was mijn bedoeling geweest om er zoveel mogelijk van in te nemen. Wratten en al. Er was een onbeleefde serveerster in het restaurant in Cape Coast dat de beste gegrilde tilapia serveerde, en het duurde bij andere restaurants vaak te lang voordat er eten op mijn bord terechtkwam, maar wanneer elke andere ervaring van het hoogste niveau is, glijden wratten van je af als olie op water.

Het verkeer had me op het puntje van mijn stoel.

Ken je die momenten in het verkeer wanneer iemand je afsnijdt en je op je rem moet springen en de persoon achter je op de zijne springt en alles vastloopt en iedereen kwaad wordt? Deze plek bewijst dat die momenten overdreven zijn. Bumperkleven hebben ze hier tot wetenschap verheven en onze Ubers  leken telkens slechts enkele milliseconden te stoppen voordat ze de auto voor ons lijfelijk zouden aanranden. Ik heb goed opgelet, maar ik weet nog steeds niet hoe ze het doen. 

Er was een keer dat onze chauffeur bijna een auto voor ons raakte, dus stopte hij abrupt en toen hoorde ik een motorfiets van achteren tegen ons aan knallen. “Èh èh”, hoorde ik iemand buiten zeggen. Toen we reden naar de kant van de weg reden kon je de band horen schrapen tegen onze bumper die de motor kapot had gemaakt. Onze chauffeur stapte uit, ik hoorde de motorrijder "sorry" zeggen, en toen liep onze chauffeur naar de achterkant van zijn auto. Hij sloeg zijn bumper weer recht en stapte weer in. Hij zei geen woord tegen ons, liet geen enkele emotie zien over wat er net was gebeurd. Hij had zijn brood te verdienen en ging onbekommerd door. Zijn bumper tegen de bumper van de auto voor hem en de auto achter hem kleefde tegen zijn bumber. Niemand anders zou het voor hem doen en hij zou geen tijd verspillen aan frivoliteiten.

De motor die ons aanreed was een Okada, een motortaxi.

Ervaringen uit het verleden hebben me bang gemaakt van motorfietsen, maar vanaf het moment dat ik een Okada zag, wist ik dat ik er een zou rijden voordat ik vertrok. Dus toen ik op mijn laatste dag de Craft Market in Accra verliet, en een man riep "yo! You need a ride bro?”, haalde ik diep adem en waagde mijn kans. Leef een beetje, toch?

Dus gingen we, zigzaggend tussen de auto's en vrachtwagens en voetgangers; hij toeterend, ik voorzichtig dat mijn knieën die wijd uitstaken niets zouden raken.

De dunne dame van de receptie van het hotel was toevallig buiten toen we aankwamen en ze barstte in lachen uit toen ze me achterop de motorfiets zag .

Je bent een Ghanees, man!"

De Okada rijder zei dat ik hem zeven CEDI (1,02 euro) schuldig was voor de rit, maar de extra grijze haren die het ritje hadden veroorzaakt en de adrenaline die ik had opgebruikt, maakten het onbetaalbaar! Dus ik gaf hem 20.

youtube.com/watch?v=PB7E5jkJcEY

Een remedie in twee stappen

In Ghana zijn was een ontsnapping aan iets dat me al heel lang dwarszit: dat mensen die op mij lijken, maar moeten leren de wereld te accepteren zoals die is, zelfs als dat betekent dat ze de slechtst mogelijke omstandigheden moeten accepteren. Er wordt van ons verwacht dat wij onze schouders erover ophalen.

We zijn zo geconditioneerd. Ik was bijvoorbeeld daar met iemand aan het praten en ik had het steeds over "We Black people" zoals we dat in mijn deel van de wereld doen. En ik merkte op dat het hem verraste; en toen drong het tot me door dat in een land waar iedereen Zwart is, wij gewoon "mensen" zijn. Het was verrijkend en bevrijdend om te beseffen dat er mensen zijn die het onderscheid van “Blackness” niet hoeven te begrijpen, omdat het alles is wat ze kennen.

Ja, ik weet het, in mijn opleiding als travel writer, heb ik geleerd om in pure superlatieven te schrijven over landen die ik kort bezoek. Ja, ik heb armoede gezien. Ja, mijn hart bloedde iedere keer als kleine kinderen massaal onze auto bestormden, en hun smekende gezichten ons van alle kanten flankeerden. Ja, het deed pijn om weg te kijken omdat je wist dat je ze niet allemaal kunt helpen. Natuurlijk weet ik dat het in andere landen op het continent nog erger is. Ja, ik ben me ervan bewust dat het hardnekkige beeld dat de westerse media over Afrika naar voren brengen in sommige opzichten terecht is.

Maar ja! Het voelde goed om te ontsnappen naar deze veiligheid van het thuis waar ik nog nooit eerder was geweest. Ik zag van waar mijn mensen waren gestolen en mijn respect voor wat ze hebben doorstaan en overleefden zodat ik kon gedijen, heeft nieuwe diepten gevonden.

Ik huilde terwijl ik me waste in de Slave River bij Assin Manso, waar ze hun laatste bad mochten nemen voordat ze als vee werden verkocht. Op deze heilige plaats baadde ik mijn hoofd om te denken, mijn schouders om gewicht te tillen, mijn benen om mij te dragen. En terwijl mijn tranen zich vermengden met de tranen van mijn voorouders die daar nog steeds stromen, realiseerde ik me nog meer dat ik hier net zo goed thuishoorde als op de plaats waar ze naartoe werden ontvoerd, waar ze weerstand boden en overwonnen. Ik begreep dat hun overleving de reden is waarom ik moet blijven overwinnen en weerstaan.

Mijn tranen vloeiden ook toen ik mijn lange grote lijf probeerde te wringen door de "Door of No Return" bij Fort Elmina. Bij Cape Coast Castle, die letterlijk gebouwd is op een heilige plek van de oorspronkelijke bewoners, mijn voorouders, waren ze niet te stoppen.

  

In de verstikkende slavenkerkers bij Fort Elmina wees de gids op witte strepen op de muur, waar archeologen met witte verf hebben gemarkeerd hoe hoog de uitwerpselen wel reikten vanaf de vloer van de bedompte kerker, waar soms wel 200 man in opgesloten zaten. 

Eten werd naar hun toe geworpen vanuit een gat in de muur, vanwaaruit er soms ook water over hun gestort werd. Hier moesten ze soms wel twee maanden overleven, voorzat ze naar een schip gedreven werden. De poep, braaksel en urine werd een grote vieze brij waarin ze stonden, sliepen, baden ... Een grote sompige brij van poep, braaksel en urine van wel een voet hoog. Hieruit aten aten ze ook. Hierin moesten ze zien te overleven. Velen lukte dat niet. En als er iemand overleed, dan kon het wel dagen voordat diens lichaam werd verwijderd.

"Stel je voor," dacht ik. "zijn daar in die kerker waarin een sliertje zonlicht probeert een beetje lucht binnen te laten en de duisternis te doorklieven. En de persoon naast je leeft al dagen niet meer maar je weet het niet want het stinkt er zo erg dat het de stank van een rottend lijk overstemt. Dat was hun leven op dat moment. En dan was hun uiteindelijke slavernijlot nog niet eens aangevangen."


Ja, ik weet dat er veel van ons is afgepakt en dat er nog veel moet worden hersteld, maar de trots die ik voelde toen ik liep tussen mensen wiens hoofddoel elke dag is om er de best mogelijke dag van te maken, ongeacht de omstandigheden die kolonialisme voor hen veroorzaakte … die trots is onovertrefbaar. Het gaf me hoop; het sterkte me om te doen wat ik doe waar ik nu moet zijn, totdat ik kan terugkeren.

Ghana is mijn Mekka.

Afrika zou de Mekka moeten zijn van alle mensen wiens voorouders ooit werden gestolen en tot slaaf werden gemaakt.

Zoals ik in het begin al zei: er is een eenvoudige remedie voor veel dingen die we in het westen moeten ondergaan. Dat zal je verlicht achterlaten.

Onder mensen zijn die zichzelf niet als Zwart beschouwen, maar mensen, omdat hun waardigheid alles is wat ze kennen, was een ervaring die me nog meer dan voorheen deed beseffen dat ik me niet zou moeten inhouden zodat iemand anders zich op zijn gemak voelt in mijn nabijheid.

Ik herinner me dat ik in het verleden, als ik in een donkere straat was en ik zou een vrouw zag naderen, ik de straat overstak zodat zij zich veilig voelde. Het was ridderlijk, maar ik vertelde de wereld onbewust dat ik me ervan bewust was dat ik als gevaarlijk kon worden beschouwd.

Afrika heeft me daar volledig van genezen. Het kan jou ook genezen.

Het is een remedie in twee stappen.

Stap 1. Besluit om naar Afrika te gaan.

Stap 2. Ga naar Afrika.

Bedank me later. 

 

 

Marvin

Marvin Hokstam

Hoofdredacteur

Marvin (HOX) Hokstam journalist, schrijver, educator, habituele dingen-op-hun-kop gooier en uitgever van AFRO Magazine.