Iedereen is van de wereld. Slavernijverleden is van iedereen

Slavernijverleden is van iedereen



Veel gehoorde mening: mensen met dubbelbloed hadden het lekker gemakkelijk ten tijde van de slavernij. Mochten vaak in 'het grote huis' wonen, lekker dicht bij de witte meester. Heel handig, want dan kon hij je gemakkelijker bij zich roepen, om je voor de zoveelste keer te verkrachten. Zóveel leuker dan op het land werken. 

Ook mooi dat jouw lichter geboren kindertjes uit het samenzijn met je verkrachter, 'kostbaarder' waren. Handig voor als de meester geld te kort kwam. Verkocht hij gewoon even één van zijn licht getinte 'bastaardjes', was hij met één deal uit de financiële zorgen. Die doorverkochte licht getinte kinderen hoefden uiteraard óók niet op het land te werken. Die werden entertainment. Als een soort aapjes die kunstjes konden doen, ten toon gesteld, gevoederd en geknuffeld als een huisdier. En menigeen waarschijnlijk eveneens misbruikt.  Licht getint of niet, het bleven slavenkinderen afstammend van een in witte ogen, inferieur mensenras, besmet met 'onzuiver' bloed.

De haatvolle blikken op mij, van sommige Afrikaans-donker ogende dames, die ik regelmatig gevoeld heb, kon ik als kind niet plaatsen. Het gebeurde vaak: Kleinerende opmerkingen, minachtende blikken of volkomen en dwars door mij heen kijken. Ik begreep er niets van. Wat deed ik verkeerd?

'Dat komt door je kleur,' legde een Surinaamse vriendin mij later uit.' Licht getinte mensen zoals jij, krijgen in Suriname de betere baantjes. Worden mooier gevonden. Beter behandeld. Hebben minder kroesig haar.'

'Maar dat is racistisch!' riep ik uit.

Er werd mij op slag iets duidelijk: racisme is geen 'witte' eigenschap. Racisme is een menselijke dwaling, wereldwijd.

Slavernij is ook een menselijke dwaling. 

Het was er altijd. Nog. Wanneer je mensen zo weinig laat verdienen, dat ze onder de meest gevaarlijke omstandigheden hun kinderen op piepjonge leeftijd naar een fabriek zenden, is dat ook een vorm van slavernij. Als je jonge alleenstaande moeders zo weinig middelen van bestaan geeft, dat ze zich gedwongen moeten prostitueren, is ook een vorm van slavernij. Iedereen die eens in Thailand, Indonesië of ergens in Afrika is geweest, heeft het met eigen ogen kunnen zien. Oudere, witte mensen met onvoorstelbaar jonge 'geliefden'. Ook een vorm van slavernij. Wat de trans-Atlantische slavenhandel zo gruwelijk maakt, is datgene waarvan de naweeën  ons tot diep in onze dromen achtervolgen. De gevolgen ervan nog steeds luidkeels nadreunen in ons dagelijks bestaan. Het verbinden van een aangeboren en daardoor gerechtvaardigd slavenbestaan, aan de kleur van iemands huid.

Alleen deze vorm van slavernij, het aan de ketting leggen van de zwarte mens, werd als een natuurlijke gang van zaken gezien. 

Slavernij, een wijdverbreid én geaccepteerd verschijnsel op het Afrikaanse continent, werd door de komst van witte mensen, een rasgebonden aangelegenheid.

Zwarten werden afgeschilderd als een lagere diersoort, als ondergeschikten, speciaal door de westerse God zo bedoelde dienaren van de wereld. Vrij geboren of niet, dat maakte niets uit.

Daardoor is het waardeoordeel over huidskleur ontstaan. 

Wat de boze en haatvolle houding van sommige diepdonkere vrouwen jegens mij niet minder vervelend maakt, wel begrijpelijk.

Ja, ik word beter behandeld door witte mensen. En nee,  zij zien mij niet als volwaardig mens.

Licht getint met een slavernijverleden.

Een verleden waarvan de gruwelijkheid pas goed tot mij doordrong, na de geboorte van mijn zoon. Een zoon die destijds gewoon uit mijn handen zou zijn gerukt. Verkocht en verkwanselt, als curiositeit, met zijn blonde krullenhaar, zijn groene ogen en roomkleurige huid. Was ik honderd jaar eerder geboren, ik was hem simpelweg kwijt geweest. 

Iedereen is van de wereld. Slavernij is van iedereen. De wereld kan geen vredelievende plek worden, zolang deze gevolgen nog nadreunen. Wij elkaars kleur nawijzen.

Volgende maand ga ik eindelijk weer naar Suriname. Zoonlief gaat mee en zal voor het eerst de geboortegrond van zijn opa zien.

En ook nu weer zullen mensen opmerken: U bent zeker Nederlands no? En deze keer ook, zoals in Nederland weleens gebeurt: Je zoon is wel wit he?

Ja. Ik en mijn zoon, wij zijn Nederlands. Met een slavernijverleden. Net als de anderen, in elke kleur.

Iedereen is van de wereld. Het slavernijverleden is van iedereen.