Hoe lang nog blijven mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland in een zwarte Piet wurggreep?

Het Landelijk Platform Slavernijverleden (LPS) heeft gedetailleerd gereageerd op een brief van de Unesco Commissie, die stelt dat zij geen zeggenschap heeft over de aanwezigheid van zwarte Pieten in het Sinterklaasfeest op de nationale inventaris van het immaterieel erfgoed. “Het internationale comité dat over die lijst gaat … heeft geen zeggenschap over de nationale inventarissen, alleen over de internationale lijst,” schreef Marieke Brugman, Policy Advisor bij de Unesco enkele weken geleden aan het Platform.

Het LPS reageerde echter: “Nederland heeft in 2012 het Verdrag· inzake de bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed geratificeerd. Onder Algemene Bepalingen, Artikel 2. lezen we dat plaatsing van Immaterieel Cultureel Erfgoed op de Inventarislijst niet in strijd mag zijn met de internationale mensenrechten en dat bij de plaatsing het wederzijds respect tussen gemeenschappen, groepen en individuen…..moet zijn gegarandeerd. Dat betekent dat de Nationale lijst geen traditie mag bevatten die niet voldoet aan de richtlijnen van het Verdrag.”

De correspondentie was het gevolg op brieven die het LPS in augustus en december schreef aan Commissievoorzitter Drs. Kathleen Ferrier, waarin zij haar zorgen uitte over dat “wij mensen van Afrikaanse afkomst in de wurggreep in Nederland worden gehouden met betrekking tot de zwarte Pietenkwestie.”

LPS voorzitter Dr. Barryl Biekman maakte de vergelijking met dat onder internationale druk van de internationale Unesco lijst werd verwijderd. “De Afrikaanse Diaspora gemeenschap in Nederland wordt in een wurggreep wordt gehouden met de zwarten piet kwestie terwijl het Joodse geluid meer kans van slagen heeft om anti semitisme te bestrijden. Voor de bestrijding van Afrofobie moet de Afrikaanse Diaspora gemeenschap kruipen. Het gesprek heeft na 170 jaar geen soelaas geboden. We gaan het nieuwe Decennium in zonder hoop op verbetering. Het Koningshuis zwijgt. De Politiek zwijgt,” schrijft het LPS.


De UNESCO reageerde met de uitleg dat het Sinterklaasfeest in Nederland is genoteerd op de nationale inventaris van het immaterieel erfgoed, die wordt aangelegd door het KIEN (Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland) https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/sinterklaasfeest “Iedere lidstaat in het Unesco verdrag voor het Immaterieel erfgoed heeft de verplichting zo’n inventaris op te stellen en in Nederland is die taak ondergebracht bij het KIEN.

Daarnaast bestaat er een internationale lijst van het immaterieel erfgoed van de hele wereld. Op die lijst heeft Nederland op dit moment één inschrijving, namelijk het Ambacht van de Molenaar. Het Carnaval van Aalst was, namens België, genoteerd op de internationale lijst. Onder grote internationale druk heeft Aalst (als erfgoeddrager) besloten niet langer op deze internationale lijst te willen staan.”

Is er geen enkele autoriteit die net als Gert-Jan Segers de knoop kan doorhakken in het kader van het nieuwe DECENNIUM en het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst dat het zesde jaar ingaat?   

Het LPS reageerde daarop dat zij voorstander is van de bestrijding, met wortel en al, van alle vormen van (institutionele)racisme, (institutionele) discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid, onder andere van Afrofobie, Antisemitisme, Genderfobie, Homofobie, Islamfobie, Moslimfobie. 

Het optreden in verband met de excessen rond het ‘Carnaval van Aalst’ is ten opzichte van zijn optreden in het kader van de excessen rond de ‘Sinterklaastraditie een goed voorbeeld van institutionele discriminatie

Het in het kader van de excessen rond het ‘Carnaval van Aalst’ oproepen van tegenstanders en voorstanders van ‘zwarte piet’ om met elkaar in gesprek te blijven is een goed voorbeeld van het ontkennen van de essentie van de mensen van Afrikaanse afkomst. Ook omdat het de tegenstanders zijn die het ‘leed’ ondergaan. Niet de ‘voorstanders’. Het Leed als gevolg van de effecten van het verwerpelijk slavernijsysteem die in 2001 door de Verenigde Naties is verklaard als een misdaad tegen de menselijkheid.

 In het aan voormalig minister Jet Bussemaker van Onderwijs lezen we op pagina 5 onder Nationale Inventaris heel duidelijk het verband tussen de Internationale en de Nationale lijst. Hieruit kan worden afgeleid dat ook de Nationale Inventarislijst zich behoort te conformeren aan de richtlijnen van het onderhavige Verdrag. 

Het LPS is van mening dat er hier een taak ligt voor de UNESCO Commissie Nederland om het KIEN hierop te wijzen. De start met een beschrijving van de Traditie met inbegrip van de figuur ‘zwarte piet’.

Gesteld kan dus worden dat het KIEN:

  • 1) de regels van het Verdrag heeft overtreden;
  • 2) als zodanig in strijd handelt met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet en artikel 1 en 2 (onder andere lid 1) van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en;
  • 3) artikel 2 van het Internationaal Verdrag inzake burger en politieke rechten en;
  • 4) artikel 2 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) geschonden en vooral artikel 15 van de ICESCR, waarbij wordt gesteld dat iedereen het recht heeft om aan het culturele leven deel te nemen zonder dat het gehinderd wordt door racistische stereotypen;
  • 5) geen rekening gehouden heeft met d Wijs is om in de context van 5. de inhoud van te betrekken. 

In 2014 heeft de Amsterdamse Bestuursrechter over het kwetsende en beledigende karakter van het fenomeen ‘zwarte piet’ geoordeeld. Relevante Organen van de Verenigde Naties in casu de CERD en de WGPAD hebben niet anders geoordeeld.

De Sinterklaastraditie had dus nooit op de Nationale Inventarislijst geplaatst mogen worden omdat het om een praktijk gaat die racistische elementen bevat die indruisen tegen de Fundamentele Rechten van de mens. 

In 2019 heeft het Europees Parlement (zie in dit verband deze  het fenomeen ‘zwarte piet’ gerangschikt onder het verwerpelijke ‘Black Face’ racistisch fenomeen.

In de Resolutie roept het Parlement op tot bestrijding daarvan. Een citaat: […“G. overwegende dat bij bepaalde Europese tradities, zoals het zwart schminken van gezichten, wordt vastgehouden aan discriminerende stereotypen, waardoor diepgewortelde stereotyperingen van mensen van Afrikaanse afkomst blijven bestaan, hetgeen het gevaar van discriminatie verergert ”].

Brieven aan de verschillende fracties in de Tweede Kamer der Staten Generaal hebben nog niet geleid tot reactie en actie. Is het dan niet Godsgeklaag dat mensen van Afrikaanse afkomst worden gekweld met de opdracht om in gesprek te blijven? Wat is het dat het CIDI maar ook Gert-Jan Segers het lukt om tot het bewustzijn door te dringen als het gaat om de ‘Carnaval van Aalst’ Traditie en dat het de minister President Rutte niet eens is gelukt om tot het bewustzijn door te dringen dat het ‘zwarte piet’ fenomeen niet meer kan? 

We vervolgen met een aantal noties.

NOTIE 1: Mandaat UNESCO Commissie Nederland

In het kader van haar mandaat is het evident dat van de UNESCO Commissie Nederland een correctief optreden richting het KIEN wordt verwacht. Want met uw antwoord aan het LPS doet u alsof het KIEN het Verdrag niet hoeft na te leven en alsof uw Commissie in een vacuüm opereert. 

Met de eerdergenoemde brieven aan uw Commissievoorzitter, Mevrouw Ferrier, hoopte het LPS juist op nieuwe wegen en inzichten richting een racismevrije toekomst. Ook omdat het LPS merkt dat bijna alle relevante semi overheidsinstellingen zich met een ‘Jantje van Leiden’ om het zo uit te drukken, proberen af te maken wanneer het gaat om het ‘zwarte piet’ vraagstuk. Geen enkele Landelijke Politieke Fractie in de Tweede Kamer der Staten Generaal in Nederland behoudens die van de Politieke Beweging DENK heeft zich openlijk uitgelaten over ‘zwarte piet’ als een fenomeen dat kwetsend en beledigend is voor burgers van Afrikaanse afkomst en dat het daarom achterwege gelaten respectievelijk bestreden moet worden. Op lokaal niveau doen de alternatieve politieke partijen het beter met gevolgen van veel weerstand.  

NOTIE 2: Uw verwijzing naar het KIEN

Door uw verwijzing naar het KIEN voor vragen over of bezwaren tegen plaatsingen op de inventarislijst moeten wij het volgende opmerken : Het LPS is actief betrokken geweest bij acties die moesten voorkomen dat de Sinterklaastraditie voor wat betreft het ‘zwarte piet’ fenomeen en de aanverwante attributen op de Nationale Inventarislijst zou worden geplaatst. Het LPS heeft dat proces ondanks vele gesprekken, onder andere met het VIE (thans KIEN), helaas niet kunnen stopzetten. 

Het LPS heeft door haar kordate optreden en acties richting de UNESCO te Parijs, wel kunnen voorkomen dat voordrachten door Nederland ten behoeve van plaatsing van de Sinterklaastraditie op de Internationale Lijst is voorkomen. 

UNESCO te Parijs had bij de vertegenwoordigster van de VIE, mevrouw Ineke Schouten op 5 december 2012 al laten doorschemeren een dergelijke Traditie - die werd gepromoot als Pakjesavond - nooit door de UNESCO Immaterieel Cultureel Erfgoed Aanbevelingscommissie zou worden gehonoreerd indien ‘zwarte piet’ als onderdeel van de Traditie gehandhaafd zou blijven. Maar de VIE dacht op dat moment slim te zijn door een fotomateriaal te tonen zonder de figuur ‘zwarte piet’ maar wel met een ‘Sint’ van Afrikaanse afkomst. Uiteraard had het LPS de troepen klaar in Parijs om het tegendeel te kunnen bewijzen dat wil zeggen de waarheid boven tafel te houden. Er waren bij de UNESCO Parijs toen al behoorlijk wat bedenkingen.

In een schrijven van de UNESCO Parijs wordt het LPS gecomplimenteerd voor haar inzet om de Lijsten racismevrij te houden. 

NOTIE 3: Relatie met het Carnaval van Aalst

In uw reactie verwijst u naar de internationale druk die ertoe heeft geleid dat het ‘Carnaval van Aalst’ van de UNESCO Inventarislijst is verwijderd. Voor zover het LPS heeft geconstateerd zijn het vooral de Belgische instellingen die in opstand zijn gekomen tegen de stereotypische Joodse karikaturen. Er is met succes gerealiseerd dat het ‘Carnaval van Aalst’ van de UNESCO Inventarislijst is geschrapt. Voor zover internationale druk zijn de acties van het CIDI bekend.   

Maar ook van Gert-Jan Segers  als ‘misselijkmakend’ heeft gekwalificeerd.  Wat opvalt is dat Gert-Jan Segers zich nog nooit in die duidelijke bewoordingen heeft uitgelaten voor zover het betreft het ‘zwarte piet’ fenomeen. Over de kroese pruiken, rode dikke lippen, de zwart van roet gezichten kennen we geen ‘geëmotioneerde’ betogen van Gert-Jan Segers. In zijn eigen Nederland kennen we dergelijke kwalificaties ten aanzien van de Sinterklaastraditie niet. Een Traditie waar ‘black face’ de boventoon voert en op de Nationale Nederlandse Inventarislijst prijkt.

Gert-Jan Segers heeft in Nederland zijn invloed kennelijk niet willen aanwenden om maatregelen te doen ontketenen die een einde maken aan ‘black face’ in Nederland en/of verwijdering van de Sinterklaastraditie van de Nationale Inventarislijst.

Zijn eigen minister Arie Slob van Onderwijs verwijst het LPS naar directeuren van het Onderwijs om het vraagstuk binnen het onderwijsregiem op te lossen. Een door de minister toegezegde Dialoog zes maanden geleden - wat hij daaronder moge verstaan - is nog niet gerealiseerd.

De hoofdminister van Onderwijs, mevrouw Van Engelshoven en de minister die verantwoordelijk is voor interdepartementaal anti racisme beleid in Nederland, te weten minister Koolmees, hebben tot nu toe geen zichtbare daadkracht getoond.

En wat denkt u van de minister die gaat over Veiligheid en Justitie, Grapperhaus? Deze komt in beeld wanneer de protesten uit de hand dreigen te lopen. Waarbij het duidelijk is dat hij zich vooral druk maakt over het ‘kinderfeest’ gehalte van de Traditie zonder zich het symbolisch geweld te realiseren naar de kant van kinderen van Afrikaanse afkomst toe vanwege ‘zwarte piet’.

NOTIE 4: IN GESPREK BLIJVEN. IN DIALOOG BLIJVEN

Wanneer uw Commissievoorzitter stelt dat tegenstanders en voorstanders van ‘zwarte piet’ in gesprek met elkaar moeten blijven dan wil het LPS het volgende in herinnering van uw Commissie brengen.

  • Het bestaan van een voorsprong van ruim 170 jaar naar de kant van de voorstanders en een achterstand van 170 jaar naar de kant van de tegenstanders toe.
  • een climax in 1976 toen de protesten de horizon bereikten;
  • In 2003, 16 jaar geleden, is door uw Commissievoorzitter in haar hoedanigheid van Tweede Kamerlid een Petitie over de “pietenkwestie in ontvangst genomen”. In 2011 is hierover een rappelbrief gestuurd zonder reactie;
  • 2011 de start van de (straat)protestdemonstraties die in het begin met harde had door de Politie werd afgeslagen en wel zodanig dat het Koninkrijk der Nederlanden door de Verenigde Naties (CERD) op de vingers werd getikt in haar concluding observations;
  • We zijn nu 8 jaren verder om te constateren dat de kinderen en kindskinderen in 2019 allerlei strategieën moeten toepassen om tot besef en bewustwording door te dringen.
  • We zijn nu ruim 8 jaren verder van de straatprotesten en constateren dat de ‘strijd ’is verhard. En in die sfeer adviseert uw Commissievoorzitter dat voor en tegenstanders moeten blijven praten.

Aan u dus de vraag mevrouw Brugman, wat na 170 jaar, het moment is dat het einde van het gesprek tussen voor en tegenstanders van ‘zwarte piet’ een feit zal moeten zijn? 

Let u wel: de pijn zit niet bij de voorstanders maar bij de tegenstanders van ‘zwarte piet’.

We zijn ondertussen in drie jaar tijd drie strijders, waarvan recentelijk twee, kwijt die het tijdelijke met het eeuwige hebben verwisseld en een paar honderd helden en heldinnen die zijn heengegaan!

Is er dus een streefdatum? Want zoals u het zelf heeft gemerkt: binnen 9 maanden na kritiek op de praalwagens van het ‘Carnaval van Aalst’ waren alle relevante partijen het erover eens dat deze Traditie van de Internationale en Nationale lijst verwijderd moest worden. Er werd niet geëist dat voor- en tegenstanders van de praalwagens in gesprek met elkaar moesten gaan of blijven. Binnen 9 maanden was de Traditie van de Inventarislijsten verwijderd. 

  • Dat het van mensen van Afrikaanse afkomst wordt verwacht dat ze in gesprek moeten blijven zou te maken kunnen hebben met de structurele ontkenning:
  • dat de effecten van het verwerpelijk slavernijsysteem nog steeds zichtbaar zijn:
  • dat slavernij en slavenhandel met inbegrip van de trans-Atlantische slavenhandel, afschuwelijke drama’s waren in de geschiedenis van de mensheid, niet alleen door de gruwelijke barbaarsheid ervan maar ook door de omvang, het georganiseerde karakter en
  • van de essentie van de slachtoffers en hun nazaten;
  • dat de trans-Atlantishe slavenhandel, en het verwerpelijk slavernijsysteem de grootste bronnen zijn geweest en uitingen vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid en
  • dat Afrikanen en personen van Afrikaanse afkomst nog steeds de gevolgen daarvan dragen.

Is er geen enkele autoriteit die net als Gert-Jan Segers de knoop kan doorhakken in het kader van het nieuwe DECENNIUM en het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst dat het zesde jaar ingaat?   

NOTIE 5: ROL VAN PROFESSOR ALEX VAN STIPRIAAN

We verwijzen u graag naar deze https://app.box.com/s/mth2v87ccwdynp1zfebv4b1wqo0fwxtm link betreffende een bijdrage van Professor dr. Van Alex van Stipriaan. De Professor is lid van de Wetenschappelijke Raad van Advies UNESCO Parijs op het gebied van het Slave Route Project.

In zijn bijdrage aan de Hoge beroepszaak bij de Raad van State in 2014 stelt hij de verwerpelijke zijden van de Sinterklaas Traditie fenomenaal aan de kaak. De Professor is van oordeel dat de Nederlandse politieke bestuurders en beleidsmakers de adviezen van het Europees Parlement die zijn vastgelegd in de eerder genoemde Resolutie moet naleven. 

Rest ons nog het volgende onder uw aandacht te brengen in het kader van de Fundamentele Rechten van Etnische Minderheden: 

Negative media and other cultural, social or traditional portrayals of persons belonging to minorities may constitute racism and may be degrading to members of those communities, in the present case persons belonging to Black populations and people of African descent, and can perpetuate negative stereotypes within society. The 1992 Declaration on the Rights of Persons Belonging to National or  Ethnic, Religious and Linguistic Minorities provides in article 1.1 that “States shall protect the existence and the national or ethnic, cultural, religious and linguistic identity of minorities within their respective territories and shall encourage conditions for the promotion of that identity.”

Article 1.2 requires that “States shall adopt appropriate legislative and other measures to achieve those ends. ” Article 5.1 states that “National policies and programmes shall be planned and implemented with due regard for the legitimate interests of persons belonging to minorities.” A fundamental principle of human and minority rights is consultation with minority communities on issues that affect them and this must be respected in practice and in view of complaints received by members of minority communities.