Kura Hulanda: Nos Historia

Het museum is niet groot. Het is een beetje verstopt achter het gelijknamige hotel in de stad, aan de Otrobanda kant. Maar dat maakt de impact die het museum je geeft na een bezoekje, niet minder op. Jacob Gelt Dekker, de onlangs overleden eigenaar van o.a. het hotel en museum, heeft er zeker goed aan gedaan om dit museum te bouwen. Curaçao telt namelijk vele landhuizen, die nog dateren van de trans-Atlantische slavenhandel. Ze staan zelfs op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Maar een écht museum over de gruwelijke historie, was er niet.

Het is een zonnige maandagmiddag als mijn vriend en ik de auto parkeren langs het water. Betaald parkeren is er goedkoop, 1 Antilliaanse gulden per uur, en het is een kleine 3 minuten wandeling richting het museum. Otrabanda heeft er altijd wat ‘armer’ uitgezien dan Punda (het deel aan de andere kant van de Sint Annabaai, dat wordt verbonden door de ‘Swinging Old Lady’), maar de charmes van deze gebouwen liegen er niet om.

Een aantal kleine borden wijzen ons de weg naar het museum. Op het kleine hofje voor het museum, wordt je begroet door een mooi standbeeld van Chi Chi. De ingang van Kura Hulanda is bovenaan de trap naast haar. “Bon dia”, groetten de vriendelijke caissière en ik elkaar. Een entreekaartje kost zo’n 17,50 florin de man (ongeveer €8,75 pp). We krijgen een mooi, geplastificeerd plattegrond van het museum en de dame vertelt waar wij onze route moeten starten. Het begint in het Afrika gedeelte. Prachtige aardewerken worden getoond achter glas. Potten, geschriften, wapens, allemaal uit de tijd van Mesopotamië. Verschillende heilige boeken, beelden van goden en andere voorwerpen uit Egypte worden tentoongesteld. Het is niet druk in het museum, dus je kan vrij rondlopen en rustig de tijd nemen om alles in je op te nemen.

Na het Afrika gedeelte, lopen we naar buiten richting een soort pleintje, waar je een groot standbeeld ziet staan in de vorm van Afrika. De caissière had ons verteld dat er links van het plein een tijdlijn is, en het slavernij gedeelte achter de tijdlijn begint. Dat is tevens ook het belangrijkste deel van het museum, dus als je gaat, neem tissues mee, want je houdt het echt niet droog. We lopen richting de tijdlijn. Links van ons is er een skelet in een soort houten bak geplaatst. Het is van een tot slaaf gemaakte. Ik herken het skelet: dat was een van de redenen waarom ik vroeger zo bang was voor dit museum. Mijn dank is groot tegenover mijn ouders; sinds kleins af aan namen ze mij mee naar dit museum, ondanks ik er doodsbang voor was. Ze hebben nooit mijn geschiedenis verzwegen. I love you mom and dad.

We stappen het gebouw binnen waar het slavernij gedeelte begint. We staan direct oog in oog met een standbeeld: een moor. De berenklauwen, de handboeien, alles wordt tentoongesteld. Alles wordt toegelicht dmv een bordje met een korte tekst of een groot bord met wat uitgebreide informatie. Alles wordt geschreven in het Engels, Nederlands en/of Papiamentu. Mijn maag draait. Ik krijg een brok in mijn keel zodra ik de quote van Martin Carter zie staan op de muur: ‘I come from the niggeryard of yesterday, leaping from the oppressor’s hate and the scorn of myself.’

We lopen door. Ik voel zware emoties opkomen. En die emoties worden alleen maar versterkt als we bij een gedeelte belanden, waar het bijna onmogelijk is om je tranen te bedwingen: een stuk van een slavenschip. Er zijn relikwieën te zien van echte slavenschepen, maar het zwaarste is toch wel het stuk waar je naar beneden kan gaan en je echt in het ruim van het schip staat. Ik durfde niet te gaan, maar mijn vriend heeft mij toch overtuigd om een kijkje te nemen. Het feit dat ik mijn hoofd bijna had gestoten en ik voorovergebogen moest staan toen we beneden waren, maakt het beeld in mijn hoofd nog erger hoe mijn voorouders daar met z’n allen hebben moeten overleven. Maandenlang hebben zij met honderden opgepropt gezeten in zo’n ruim. Langer dan 2 minuten kon ik er echt niet staan. Ik werd overvallen door woede en pijn. Het kan toch niet waar zijn? Hoe kan men dit stuk geschiedenis toch ontkennen?, vraag ik mezelf dan af.

In de zaal ernaast, begint de geschiedenis van Suriname. Daar vind je de bekende tekeningen die je tegenkomt in de geschiedenisboeken (als er over geschreven wordt tenminste). De voorwerpen die ze gebruikten om de tot slaaf gemaakten te martelen, vind je daar ook. Het betreden van deze zaal roept eigenlijk dezelfde emoties op als het slavendek. Het is verschrikkelijk om te zien hoe onze voorouders als beesten werden mishandeld. Aan de andere kant van de zaal, tegen de muur aan, vind je een oude kaart van Suriname met daarop de vele plantages die het land gekend heeft. Plantagenamen zoals Welmoed, Meerzorg en Landveld verklaren waarom er veel Surinamers zijn met dezelfde achternaam. Daar eindigt ook de tentoonstelling over de slavernij.

We hebben nog niet alles gezien van het museum. We lopen naar het volgende gebouw. Hier worden de Amerikaanse voorwerpen tentoongesteld in de tijd van de Jim Crow-wet. Krantenknipsels over Colored versus white people, cartoons met blackface, de bekende witte puntmuts-pakken van de Ku Klux Klan, noem het maar op. Gelukkig zijn er ook mooie dingen te zien en te lezen. Een heel stuk tekst over de Civil Rights Movement, eentje over de Black Panther beweging en mooi ingelijste foto’s van Rosa Parks, Malcolm X, Barack Obama, Nelson ‘Madiba’ Mandela en Martin Luther King. Mijn oog valt op een groot doek, waar het hele verhaal van Marcus Garvey beschreven staat. “Garvey was the first to say ‘black is beautiful’” staat er onderaan het doek. And that’s the truth: black IS beautiful!

In het laatste gebouw van Kura Hulanda kan je de vele schatten van Benin vinden. Grote maskers, mooie ivoren beelden, er is van alles te zien. Ik val in de ene verbazing naar de ander. Standbeelden zo mooi, zo gedetailleerd. Het is ongelooflijk wat je daar ziet. In een van de ruimtes wordt het begin van de Islam beschreven en als ik even doorloop, krijg ik de eerste muziekinstrumenten te zien. Music is black. Black is Music. Ik hou ervan!

Na deze ruimte hebben we het hele museum gezien. We gaan naar de uitgang met een hele hoop emoties. Woede, verdriet, trots, het is niet te beschrijven. Maar dit museum is zo belangrijk en voor wat je te zien krijgt is die 17,50 florin echt niks. Ik raad het een ieder aan (ja zeker ook de witte mensen), om niet alleen de toerist uit te hangen op het eiland, maar om ook dit museum te bezoeken. Want hoe je het draait of keert, het is en blijft Nos Historia.