Het belang van de zwarte hulpverlener

Het belang van de zwarte hulpverlener

Door Kimberly Jansen 

Representation matters. Dit geldt onder andere voor de politiek, televisie en overige media. Alle kinderen moeten zichzelf kunnen herkennen in figuren uit boeken en films en moeten weten dat zij bepaalde posities in de maatschappij kunnen bekleden. De representatie is ook van belang in de hulpverlening. Een zwarte agent die de pijn en onzinnigheid van etnisch profileren kent, een docent die weet wat kansenongelijkheid in het onderwijs betekent en een psycholoog die een patiënt volledig begrijpt. Een psycholoog die inziet dat Afro-Nederlanders niet alleen struggelen met hun eigen dilemma’s, maar ook moeten dealen met de stigma’s en verwachtingen van de witte context waarin ze leven.

Niks ten nadele van witte hulpverleners. Dit is enkel een uitleg waarom sommige hulpverleners passender zijn voor specifieke hulpvragen. De psychotherapeut van Raoul en de psycholoog van Malcolm begrijpen dit.

Raoul en Malcolm zijn pseudoniemen voor twee mannen uit mijn directe omgeving. Naast dat beiden een traject bij een zwarte hulverlener volgen, zijn deze twee jonge, Afro-Nederlandse mannen zelf ook hulpverleners. Malcolm is docent op een MBO en Raoul is jongerenwerker. Hij vergroot de zelfredzaamheid van jongeren tussen 17-20 jaar die door verschillende redenen niet meer thuis kunnen wonen. De ervaringen van Raoul en Malcolm benadrukken, zowel vanuit het perspectief van de hulpvrager als de hulpverlener, het belang van de zwarte hulpverlener.

De hulpvrager

Jonge, Afro-Nederlandse mannen. Beiden onder behandeling bij mannelijke, zwarte hulpverleners en beiden kozen hier heel bewust voor. Herkenning, erkenning, begrip en verbondenheid. Raoul en Malcolm voelen zich gehoord, begrepen en geaccepteerd. Dit komt doordat ze zich kunnen identificeren met de hulpverleners en zij met hen.

Zowel Raoul als Malcolm gaven aan dingen te kunnen bespreken zonder alles toe te moeten lichten. Geen lange uitleg en niemand ervan hoeven te overtuigen dat ze met bepaalde factoren in de samenleving te maken hebben. Geen verantwoording af hoeven leggen over keuzes die wellicht voortkomen vanuit hun culture achtergrond en niet hoeven strijden tegen westerse theorieën en zienswijzen. De zwarte hulpverlener heeft sommige zaken zelf meegemaakt. ‘Ik snap je’ zegt genoeg.

Raoul en Malcolm hebben in meer of mindere mate ook ervaring met witte hulpverleners. Hier missen ze echter de herkenning en erkenning die ze krijgen bij de zwarte hulpverlener. Witte hulpverleners kunnen hen wel snappen, maar zij kunnen hun realiteit onmogelijk volledig begrijpen. Er is een verschil tussen ‘dat lijkt me vervelend’ en ‘ik weet hoe het voelt’.

Hoe vaak zullen witte hulpverleners gehoord hebben dat ze zich wel ‘erg wit’ gedragen? Hoe groot is de kans dat ze zijn geweigerd bij een club en vervolgens drie zwarte mannen wel binnen zagen komen? Hoe goed begrijpen ze de pijn van Raoul, Malcolm en alle andere broeders als ze niet hebben meegemaakt hoe het is om jarenlang, systematisch te maken te hebben met dergelijke afwijzingen en vernederingen? De gedeelde ervaringen tussen de zwarte hulpverlener en Raoul en Malcolm zorgt voor begrip en openheid. Het helpt in het helingsproces.

Beide mannen zochten expliciet naar een mannelijke psychotherapeut of psycholoog. Malcolm had behoefte aan iemand waarmee hij zich kon identificeren. Raoul zocht iemand die het perspectief van de man begrijpt, waarbij hij zijn mannelijkheid niet uit hoeft te leggen of te verdedigen. Zij linken professionaliteit en deskundigheid niet aan sekse, maar de herkenning ging in deze situatie voor. Voor Malcolm was dit bijvoorbeeld omdat het voor hem een enorme stap was om überhaupt hulp te zoeken. Praten over mentale gezondheid is nog steeds niet heel gebruikelijk in de Afro-Nederlandse gemeenschap. Daardoor dacht Malcolm dat hij gek zou zijn als hij naar een psycholoog zou gaan. Een taboe. Niet stoer, zwak en niet mannelijk. Nee, integendeel. De kracht die beide mannen halen uit dit waardevolle contact met hun psychotherapeut en psycholoog is iets dat ze ieder persoon van kleur toewensen. Een veilige ruimte waar ze volledig zichzelf kunnen zijn en waar they matter.

De hulpverlener

Als jongerenwerker merkt Raoul een verschil in hoe witte en zwarte jongeren zorg aannemen. Zwarte jongens praten meer open met hem en zwarte vrouwen gaan er eerder vanuit dat er begrip is: ‘ja maar je weet toch hoe wij dat doen?’

Raoul ziet dat weerstand vermindert als jongeren weten dat hijzelf ook te maken heeft met stigma’s, stereotyperingen en systematische afwijzingen. Deze herkenning is zo belangrijk voor hen die ondersteund worden in hun zoektocht naar hun plaats in de maatschappij. Als docent ziet, herkent en erkent Malcolm zijn zwarte studenten op een manier waarop ze niet gezien, herkend en erkend worden binnen de opleiding. Zijn leerlingen zijn meer gemotiveerd en tonen veel respect. Malcolm benadrukt dat dit zeker ook ligt aan karakter; zowel dat van hem als dat van zijn studenten.

Malcolm is direct en studenten weten dat ze geen spelletjes met hem moeten spelen. Tegelijkertijd zullen er altijd studenten zijn die gewoon graag de strijd aangaan, ongeacht of hun docent wit of zwart is.

Van onschatbare waarde

Kleur is niet voor iedereen van belang. De ene jongere connect beter met Raoul of Malcolm vanwege een gedeelde etnische achtergrond, de ander juist uit behoefte aan een specifieke sturing die de mannen kunnen bieden. Soms gaat het dieper dan alleen kleur, soms is kleur de enige factor. Iedereen is anders en iedereen heeft andere zorgbehoeften. We moeten af van het idee dat iedereen iedereen optimaal kan helpen.

De ideale zorg is afhankelijk van de persoon zelf. De optie om specifiek voor een zwarte hulpverlener te kiezen moet er echter altijd zijn. Raoul en Malcolm maken duidelijk waarom. Het belang van de zwarte hulpverlener kan niet worden onderschat. 


Kimberly Jansen doet met dit artikel een gooi naar de hoofdprijs van de journalistieke schrijfwedstrijd van AFRO Magazine. 

Wil je ook meedoen? Dat kan nog; de deadline voor inzendingen is namelijk verschoven met een maand, tot eind februari.

Stuur een email naar info@afromagazine, met daarin een voorstel voor het artikel dat je wil schrijven. Het voorstel moet tenminste 150 woorden lang zijn.