Een ode aan de Bijlmer

Door Zaïre Krieger

We kunnen het niet over Black Achievement hebben zonder het te hebben over de Bijlmer,  gebouwd voor een witte middenklasse. Witte Nederlanders trokken weg uit de Bijlmer, nadat Surinamers die uit andere wijken geweerd werden er neerstreken, samen met anderen die elders in kleine pensionnetjes waren gepropt en hierdoor afkwamen op de leegstand. Het eerste zwarte activisme in Nederland was in de vorm van georganiseerde krakersbewegingen.  Iets wat ze trouwens in Nederland hadden geleerd; kraken bestond in Suriname niet.

Vele witte Nederlanders wilden in de jaren ‘70 niet in de Bijlmer wonen vanwege het gebrek aan winkels en uitgaansgelegenheden, maar daar wisten de eerste zwarte bewoners wel raad mee. In de Bijlmer at je niet

het lekkerst in een restaurant, maar bij mensen thuis. De clubs waren er niet in overvloed, maar een huisfeestje was er altijd. Je kon om 3 uur ‘s nachts nog muziek horen, geen buur die klaagde.

Bijlmer werd een ware eerste kolonie van Suriname; de gedeelde plekken tussen de huizen werden het erf waar

iedereen samenwoonde. Het huis van een bewoner die één kuiken hield groeide uit tot een hele kinderboerderij (die er nu nog steeds is), sommige woningen veranderden in gokhuizen of striptenten en in de kelderboxen groeiden ondernemingen en feestjes. Iedereen was verbonden, net als de flats met hun tunnels. Vele immigranten van kleur, Surinamers, Antillianen en Afrikanen, vonden er hun thuis.

De Bijlmer werd definitief zwart, en de beleidsmaker gaf het na een jaar van kat en muisspel met de krakers op. Alhoewel de Bijlmer een bron van cultuur was, verloederde de buurt; in de kelderboxen woonden verslaafden, vuil werd van balkons af gekogeld, en het stadsdeel bleef lang nummer 1 in de criminaliteit. Elke jongen die langere tijd in de Bijlmer woonde, kende de politiemannen bij naam. In de Bijlmer kwamen verse politiemannen

hun ‘oefenrondje’ doen, voordat ze naar andere steden in Nederland gingen … zegt men.

Die bron van cultuur is de Bijlmer echter nog steeds, en aangezien het zoveel armoede kende, bleek het een broedplaats voor muziek, mode en nkunst. Veel hadden mensen niet; het belangrijkste wat je hebt is je reputatie. De competitie in muziek, fashion, en cultuur is een broedplaats voor excellentie. We hebben niet veel, maar daar kunnen we iets van maken, en we zullen er nummer 1 in zijn. Als je je haar wil laten vlechten, vind je hier dé vrouwen die ware kunst op je hoofd kunnen toveren. Ze zijn wel voor de rest van het jaar volgeboekt. De straattaal die hier gesproken wordt hoor je vijf jaar later in elke buitenwijk van Nederland. Van het new

school hiphop collectief SMIB, tot de oldschool legende Deams - de enige die Tupac én Biggie heeft ontmoetis

Bijlmer Nederlands’ ware hiphop mekka. Heel veel zwarter dan dat wordt het niet. 

Nadat beleidsmakers na de vliegramp in 1992 ingrepen, ging veel van wat de Bijlmer tot de Bijlmer maakte verloren. Maar de Bijlmer is nu een van de veiligste stadsdelen van Amsterdam, hoewel het stigma blijft plakken. Als een ge-gentifriceerde fenix koppig in de as, blijft de harde kunst-competitie sfeer er ook. Voor de muzikant blijft de Bijlmerbewoner maar moeilijk volk; als ze je niet voelen, voelen ze je niet. De standaard voor cultuur ligt er nog altijd hoog.

De Bijlmer is, hoe je het ook went of keert, een voorloper. Zij staat symbool voor de veerkracht, vindingrijkheid en kracht van de zwarte gemeenschap. Ondanks de druk van het label ‘probleemwijk’ ontstond er cultuur, en dat kan geen beleidsmaker slopen.