Nazaten vragen koning en regering om een nationaal plan voor herstel na Oranje-onderzoek

6 min leestijd

Het vandaag gepresenteerde onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis is een belangrijke stap, maar nog geen herstel. Dat stelt het Zwart Manifest in een reactie. Het collectief roept de koning en de regering op om nu werk te maken van een Nationale Route naar Herstel voor nazaten van tot slaaf gemaakten.

Volgens de onderzoekscommissie was het Huis Oranje-Nassau zonder wezenlijke bedenkingen betrokken bij het kolonialisme en daarvoor medeverantwoordelijk. De Oranjes gaven het koloniale systeem politieke en symbolische legitimiteit, steunden koloniale oorlogvoering en gewelddadige onderdrukking, en profiteerden eeuwenlang van de koloniale belangen. Daaronder viel ook de trans-Atlantische slavernij.

Het Zwart Manifest noemt dat een bevestiging van wat nazaten en generaties antikoloniale en antiracistische bewegingen al decennialang zeggen. Het collectief is een initiatief van betrokkenen uit de Zwarte gemeenschap en organisaties als Nederland Wordt Beter, Kick Out Zwarte Piet, The Black Archives, IZI Solutions, Zetje In, Black Queer & Trans Resistance Netherlands en Controle Alt Delete.

Waardering, maar geen volledig beeld

Het collectief spreekt waardering uit voor de onafhankelijke en transparante opzet van het onderzoek. Dat de koning daar actief ruimte voor gaf, noemt het betekenisvol. “Wij bedanken hem daarvoor.” Dezelfde onafhankelijkheid en bereidheid om pijnlijke conclusies onder ogen te zien, mag volgens het Zwart Manifest ook van de overheid worden verwacht.

Tegelijk geeft het onderzoek volgens het collectief geen volledig beeld van de koloniale geschiedenis van Nederland. Verschillende voormalige koloniën bleven buiten beschouwing. De vragen over verantwoordelijkheid en herstel reiken daarmee verder dan wat nu is onderzocht.

Het verleden strookt niet met het rooskleurige nationale zelfbeeld, schrijft het Zwart Manifest. Eerlijke geschiedschrijving vraagt dat ook het eigenbelang, het geweld, het racisme en de schade worden benoemd.

‘Deze stap is niet vanzelf gekomen’

De koning gaf aan dat het onderzoek op zijn initiatief tot stand kwam. Het Zwart Manifest benadrukt dat de jarenlange inzet van Zwarte gemeenschappen en maatschappelijke bewegingen de ruimte voor die stap heeft gecreëerd.

Het collectief wijst op de veranderingen rond de Sinterklaastraditie, de toegenomen aandacht voor institutioneel racisme en etnisch profileren, meer onderwijs over het koloniale en slavernijverleden en een waardige herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij. Ook de excuses van de voormalige premier en de koning, en de onderzoeken die daarop volgden, horen volgens het collectief in die context.

De stilte is doorbroken doordat mensen die te lang niet werden gehoord erkenning en verandering hebben afgedwongen.

Zwart Manifest

Van erkenning naar herstel

Bij de presentatie noemde de koning het onderzoek “geen afronding, maar een aansporing”. Hij zei zich te willen blijven inzetten “om de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen te beschermen”. De gevolgen van het verleden zijn volgens hem nog steeds voelbaar: “Discriminatie en economische uitbuiting zijn aan de orde van de dag, ondanks artikel 1 van de Grondwet.”

Het Zwart Manifest houdt de koning aan die woorden. De afgelopen decennia verschenen meerdere rapporten over het koloniale en slavernijverleden, zonder opvolging of gevolgen. Het collectief hoopt nu op een trendbreuk. Een rapport waar weinig mee gebeurt “is prachtig voor een boekenkast maar draagt niks bij aan het verbeteren van de samenleving”.

Herstel vraagt volgens het collectief om een langdurige, samenhangende aanpak, ontwikkeld mét de betrokken gemeenschappen. Dat betekent concrete afspraken, politieke verantwoordelijkheid, middelen en toetsbare vervolgstappen. Doel is structurele verandering: racisme en discriminatie tegengaan, de maatschappelijke positie van nazaten verbeteren en de schade herstellen die door generaties heen is ontstaan.

Het Zwart Manifest is al in gesprek met het kabinet en verschillende ministeries over een samenhangende overheidsaanpak. Aan de koning vraagt het collectief te helpen voorkomen dat het proces opnieuw verzandt in losse initiatieven, versnipperde financiering en regie vanuit de overheid zonder de nazaten.

Vier eisen: ‘De koning is aan zet’

Het collectief vraagt de koning en de regering om verantwoordelijkheid te nemen op vier punten:

  1. 1 juli als nationale dag. Geef 1 juli binnen het Koninkrijk een formele status als nationale herdenkings- en vieringsdag van de afschaffing van de slavernij, met structurele en zichtbare betrokkenheid van koning en regering.
  2. Eén nationaal herstelfonds. Bundel de middelen die ministeries, overheidsorganisaties en andere partijen beschikbaar stellen voor herstel, emancipatie en het tegengaan van de doorwerking van het slavernijverleden.
  3. Een nationaal Deltaplan. Ontwikkel een meerjarig plan dat de verschillende vormen van herstel verbindt en vertaalt naar concrete doelen, maatregelen, verantwoordelijkheden, middelen en toetsbare resultaten.
  4. Regie bij nazaten. Geef nazaten en hun gemeenschappen daadwerkelijke zeggenschap: structurele vertegenwoordiging, medebeslissingsrecht over middelen en prioriteiten, en passende ondersteuning voor de organisaties die bijdragen.

De overheid blijft daarbij verantwoordelijk voor haar eigen handelen en verplichtingen, stelt het Zwart Manifest. Nazaten bepalen mede wat herstel voor hen betekent en hoe dat vorm krijgt.

Met het onderzoek ligt er volgens het collectief opnieuw een belangrijke basis. “De vraag is nu wat de koning samen met de Nederlandse overheid gaat doen.”

Deel dit artikel