Zwarte mannen

Ik kan er niets aan doen, ik word er blij van. Van de foto van 30 zwarte mannelijke rolemodellen die me toelachen vanaf nos.nl, vanaf AFRO Magazine en ik hoop vanaf nog veel meer plaatsen in de komende tijd.

De jonge woordkunstenaar Gershwin Bonevacia heeft in zijn jeugd een mannelijk rolemodel gemist en met het idee en de samenstelling van deze foto, ter ere van Black Achievement Month, wil hij dat een klein beetje goedmaken voor zichzelf en andere zwarte jongens als hij.

Ik heb een paar jaar geleden het genoegen gehad om kennis te maken met Gershwins moeder en haar vier zusters. Vijf zussen die zeer, zeer regelmatig bij elkaar komen en waar de onderlinge genegenheid en steun van af spat. En ik voel dat Gershwins jeugd er een moet zijn geweest gevuld met oneindige liefde en zorgzaamheid van heel veel vrouwen. Wie weet hoeveel van die vrouwelijke invloed hem heeft geholpen bij het ontwikkelen van zijn taalgevoeligheid waarmee hij ons nu kan vergasten op prachtige, zinvolle poëzie en spoken word.

Op weg naar het station zeggen mijn Curaçaose buurvrouw, die ook geen zussen heeft, en ik zuchtend van jaloezie tegen elkaar dat het niet alleen bijzonder is dat iemand zoveel zussen heeft, maar ook dat ze het zo geweldig goed met elkaar kunnen vinden. Dat zie je niet zo vaak, vinden wij

Maar Gershwin had geen mannelijk rolemodel. En dat hebben jongens toch echt wel nodig. Meisjes ook, zegt men. Want het is de moeder die beschut en beschermt in de kleine wereld van het gezin, maar het is de vader die het kind optilt met de rug tegen zijn borst en het kennis laat maken met de buitenwereld.

Althans zo zou het in theorie moeten gaan. In de praktijk, in ieder geval bij mij thuis, deden zowel mijn vader als moeder veel moeite om mij thuis te houden, binnen en beschermd. Terwijl mijn twee broers naar buiten werden geduwd om The Great Outdoors te ontdekken. Maar uiteindelijk was het resultaat hetzelfde, want ik werd zo woest van de beperkende woorden ‘omdat je een meisje bent’, dat ik alles op alles zette om te ontsnappen en ook de wijde wereld in te trekken om avonturen te beleven en te proeven en snuiven aan alles wat onbekend was. Op mijn zeventiende verliet ik met mijn VWO-diploma op zak het nest en het eiland. Terwijl anderen in het vliegtuig naar Nederland voor bursalen zachtjes zaten te huilen, zat ik blij gespannen met glinsterende ogen van mateloos verlangen en plezier te wachten op De Vrijheid en Het Onbekende.

Zoek de fout...

Een zwarte man appt mij de foto van de 30 rolmodellen met de woorden: ‘Zoek de fout...’

Ik moet er even over nadenken. Bedoelt hij misschien dat er geen zwarte vrouwen opstaan? Maar waarom stoort mij dit niet? Waarom stoort mij dit niet in het minst? Waarom voel ik me blij als ik naar deze mannen kijk? Blij met hen, blij voor hen, blij voor mezelf, blij voor elke zwarte jongen die de foto ziet, blij voor elk zwart meisje dat de foto ziet, blij voor elke zwarte vrouw die de foto ziet?

Het antwoord kent vele lagen; sommige vergezocht, sommige maternalistisch.

Ik ben een zwarte vrouw, en ik kan er niets aandoen dat ik moederlijke en liefdevolle gevoelens heb  voor alle zwarte jongens en meisjes. Ik weet dat kennis nemen van zwarte mannelijke rolmodellen goed voor hen is en dat we daar niet genoeg van krijgen. Dus ben ik blij met deze foto-opp.

Ik weet dat de zwarte man een bedreigde soort is. Hoe zwaar zwarte vrouwen het ook hebben, zwarte mannen zijn mikpunt nummer 1 als het gaat om politiegeweld, zinloos geweld, drivebys, schietpartijen en drugs. Elke zwarte man die bloeit en welvarend is, is een  overwinning.

Bijna alle zwarte meisjes hebben een vrouwelijk rolmodel; hun moeder. De vrouw die hen voedt en opvoedt, in veel gevallen in haar eentje, doet dat vaak tegen de klippen op, met veel tegenslag en is een voorbeeld van hoe te overleven in een maatschappij die jou niet gunstig gezind is. Hoe het er bij je kinderen in te hameren dat ze kansen moeten pakken om vooruit te komen. Dat die kansen jou niet in je schoot zullen worden geworpen. Dat je extra, en dan nóg eens extra, je best zult moeten doen. Want je schooladvies zal vaak vele niveaus te laag uitvallen, het zal moeilijk zijn een stageplaats te vinden, en als je gaat solliciteren wijzen de cijfers uit dat witte jongeren mét strafblad meer kans maken op een uitnodiging dan jij zónder.

THE TALK

Gisteren had ik het genoegen een workshop bij te wonen naar aanleiding van een lezing van professor Gloria Wekker. In de workshop besteden we aandacht aan hoe het is om als zwarte vrouw te leven in Nederland en welke boodschappen we onze kinderen meegeven.

In de VS voeren veel zwarte ouders op een gegeven moment ‘the talk’ met hun zonen. The talk is bedoeld om de jongens te manen tot voorzichtigheid; draag geen hoodie, laat zo snel mogelijk je lege handen zien, zorg dat witte gewapende mannen en vrouwen je niet als een bedreiging zien. The talk is belangrijk, hun leven kan er vanaf hangen.

De workshop wordt bezocht door ik schat, zo’n 40 zwarte en 8 witte vrouwen. We gaan in drie groepen uiteen, elk met een gespreksleidster van de organisatie die dit initiatief nam: ‘Mil Colores’.

Een moeder  vertelt hoe ze haar dochter weerbaar probeert te maken door haar zoveel mogelijk te waarschuwen voor de boze en gevaarlijke buitenwereld. De moeder heeft haar Afrikaanse vormen altijd zo goed mogelijk bedekt en verhuld, maar dochterlief toont haar hoge ronde achterste loud and proud in korte minirokjes.

Zelf geloof ik er erg in dat we onze kinderen een groot gevoel van zelfwaarde en zelfliefde moeten meegeven. Een manier om dit te bereiken is minimaal  een dagelijks compliment. Mijn zeventigjarige buurvrouw vertelt hoe dankbaar ze haar vader nog altijd is dat  hij altijd tegen zijn dochters zei dat ze zwart EN mooi zijn. Zo heeft ze zich altijd gevoeld, en dat straalt ze nog altijd uit.

Complimenten zijn niet genoeg, zegt een ander. Waarschuwen, weerbaar maken, voorbereiden, dát moeten we doen. Maar elk kind is anders, en wat bij de een werkt, kan een ander juist bang maken. En inderdaad vertelt een jonge vrouw, dat zij een gevoelig kind was en veel angst en vrees voor de wereld kreeg van al die waarschuwingen.

De gespreksleidster vertelt dat haar zoon op zijn zesde kattekwaad uithaalde met zijn witte vriendjes. Ze probeerde hem te waarschuwen dat als ze gesnapt werden hij de eerste zou zijn die gestraft zou worden. ‘Nee, mama, Het zijn mijn vriendjes!!” zei hij overtuigd, en zij liet het erbij. Maar op zijn veertiende zegt hij ‘Mama, ik geloof dat ik gediscrimineerd wordt in de klas’. Desgevraagd vertelt hij dat ze met een groepje iets uithaalden, maar dat hij degene was die er door de docent op werd aangesproken.

En zo leert hij alsnog de les, niet van zijn moeder, maar in de praktijk.

Okay, en nu het laatste argument dat ik voor me uit heb zitten schuiven, omdat het mogelijk niet in goede aarde zal vallen; te romantisch.

Ik geloof dat zwarte vrouwen kei- en keisterk zijn, niet uit te roeien. Het is zeker waar wat Gloria Wekker zei dat een aantal bitter, of ziek, of gek, zal worden. Maar het gros van ons zal overleven; altijd en overal. ‘I know why the caged bird sings’ schreef Maya Angelou, mijn vertaling: Ik weet waarom de zwarte vrouw niet alleen alles te boven zal komen, maar ook steeds zal blijven zingen.’ Ze kan niet anders. En een van de de dingen waardoor dit komt is de ontmoeting met andere zwarte vrouwen. In de onmiddellijke herkenning, vreugde en saamhorigheid die in elke ontmoeting besloten ligt. Zelfs als we elkaar negeren, staand in de metro, zijn we ons nog bewust van die andere overleveraar, zo dichtbij en bestuderen we haar vanuit onze ooghoeken met afgewend hoofd. Soms durven we het aan de ander een glimlach te schenken.Wanneer de ander teruglacht is er een flits van verstandhouding en begrip en wordt het een goede dag..

Zwarte vrouwen zullen elkaar altijd blijven ontmoeten, of we nou zussen zijn of niet, want dat zijn we. De afro-amerikaan is de enige bevolkingsgroep waarvan de mannelijke leden elkaar ‘brother’noemen, las ik vandaag. Wij vrouwen noemen elkaar geen sister, maar we zijn het wel.

Marvin Hokstam schrijft hoe het is om met zoveel andere zwarte mannen op de foto te gaan. Het gevoel iets met elkaar te delen dat niet te beschrijven is. Hoe voorbijgangers snappen dat hier iets monumentaals gebeurd en foto’s nemen van iets dat ze niet begrijpen. En ik ben blij; mooi, zij, mannen,  hebben het ook. Ik hoop dat zwarte mannen nog heel veel momenten zullen vinden om samen te komen, en zo hun wortels en geesten te voeden en bekrachtigen. En dat ze daar maar zo vaak mogelijk een foto van mogen publiceren!

NB: Ik word op mijn wenken bediend, want daar zitten ze dan, op tv, bij Pauw. Het gesprek blijft een beetje steken op het niveau van: Maar waarom zijn er dan zo weinig rolemodellen? Omdat we te weinig te zien zijn op tv en zo. Ja, maar wij zoeken bijv burgemeesters, en dan is er geen zwarte. Ja, maar wel een zwarte makelaar of fysiotherapeut. Ja, maar die hebben wij nooit aan tafel.” Ja maar, enz enz.