Wij gaan regeren!

regeren, BLM ,racisme

Wat ik nog altijd doe, is woordenloos vragen aan witte mensen om mij toch vooral serieus te nemen. Zo zwart ben ik immers niet, met een beetje goede wil, lijk ik net een mens.

Dat witte mensen mijn vader, mijn vader! eng zouden hebben gevonden, verraad van mij naar hem toe, blijf ik vragen om hun goedkeuring. Mijn vader met zijn Colakleurige huid, zijn zacht zwarte ragfijne kroeshaar en dat zware accent met dat Surinaams Nederlandse, ouderwets klinkende taalgebruik.

'Ik ga gaan', zei mijn vader weleens en jong als ik was, wist ik dat het niet klopte, maar ik vond het mooi om naar hem te luisteren en naar zijn stralende lach te kijken. Alles aan hem vond ik mooi, tot ik leerde dat zwart nooit mooi kon zijn en ik eruitzag als een monsterlijk gedrocht, zoals de witte schoolkinderen mij verzekerden.

Kijk dan witte mens, ik heb geen accent, ik eet óók het liefste zuurkool met die sappige Hemaworst, ik verbrand óók in de zon en als jij persé je hoofd wil zwart schminken, dan begrijp ik best dat jij niet begrijpt dat dat wél racisme is en kijk ik vlug de andere kant op, zoals bij mijn zwager die trots de foto's van afgelopen december liet zien, zijn witte hoofd zo zwart mogelijk geschminkt, misschien hopend op een lekkere discussie met zijn zwarte schoonzus, zodat hij mij voor eens en voor altijd  duidelijk zou kunnen maken, waarom zwarte Piet nu eenmaal traditie is en niets met racisme te maken heeft en hoe ik de foto's bekeek, glimlachend opzij legde en voor de zóveelste keer in mijn leven niets zei. 

Laf als ik ben, kan ik alleen met witte mensen omgaan, als ik doe alsof ik mij van geen kwaad bewust ben. In mijn witte wereld zie ik alles en zeg ik niets, want daar kunnen witte mensen nu eenmaal niet tegen en ik kan het weten, door opgegroeid te zijn in een sneeuwwitte wereld. 

Ik wéét dat zij mij aantrekkelijk vinden, spannend, eigenlijk verboden, want ik blijf natuurlijk wél een 'zwarte' en dat zijn geen echte mensen, eerder een veredelde diersoort. 

Hoe de witte jongens in mijn pubertijd mij naliepen, nieuwsgierig naar hoe het er bij 'zo een als ik' van 'onderen 'zou uitzien, seks met een zwart wijf, die ervaring leek ze wel leuk en dat wist ik en ik wilde niet en sleepte daardoor de ene na de andere 'exoot' mee naar mijn ouderlijk huis, waardoor mijn moeder weleens uitriep: 'kind, wáár haal je ze vandaan?' 

Ergens in de stad 'vond' ik een Turkse jongen, daarna een Hongaar en vervolgens een Italiaan, en oh geluk: aan de overkant woonde er eentje zoals ik, al vond zijn Surinaamse moeder mij niet leuk en keek altijd boos, maar ik was tevreden en ik weigerde met een blonde boer thuis te komen, want daar kon ik het niet mee, al leken ze soms op knappe Vikingszonen.

Nog soms, vraag ik zonder woorden aan witte mensen om mij serieus te nemen. Niet voor lang. Het hoeft niet meer, het is bespreekbaar geworden. Nederland heeft weliswaar schoorvoetend maar toch hardop uitgesproken dat racisme bestaat. Terug kan niet meer. Heerlijk.

Trillend van woede, angst en verdriet stond ik op de Dam, na het zien van de moord op een weerloze zwarte man. Nu zou alles anders worden! Nu zou ik nooit meer niets zeggen. 

Later dat jaar, nare beelden op het journaal van een woedende menigte, politiehonden, spandoeken, door de lucht vliegende stenen, flessen en beledigingen en weer was ik blij dat ik er niet tussen stond. Ik zei weer niets. Ik wil géén steen tegen mijn hoofd. Ik wil wél schrijvend mijn stem laten horen, veilig thuis vanachter mijn laptop. Laffe mensen leven langer.

Wij zijn de mensen, die via facebookpagina's moeten leren over onszelf, onze geschiedenis, onze schoonheid en onze kracht. Wij zijn die mensen die voor ons eindexamen belangrijke witte schrijvers moeten lezen. Die beslissingen aanvaarden van een nagenoeg spierwit kabinet, waarover weer geschreven wordt door witte journalisten.

Toch lijkt het tij te keren. Zwarte Piet is behoorlijk 'not done' geworden, het wemelt in reclames opeens van de zwarte mensen, black owned Business is booming, er zijn nieuwe, 'zwarte' politieke partijen in wording, met een beetje goede wil en doorzettingsvermogen krijgen Afro-Nederlanders eindelijk een duidelijke stem in de politiek.

Er is een nieuwe energie, het hangt in de lucht, de geur van verandering. Ik ben opgewonden, het is niet weggeëbd, het groeit en groeit, als nooit tevoren. 

Wat een geluk dat ik hierbij mag zijn. Rondvliegend glas en stenen ontwijkend, maar ik ben hier. Ik roep het hardop: 'Misschien nog niet vandaag, maar wij zullen regeren!'