Swen bakru

Als kind had ik er al last van. Wanneer ik wist dat we die dag misschien gingen zwemmen, had ik de hele dag mijn badpak aan!

Misschien ligt er een ijsvrij deel bij de grote plas, zegt het zwemmeisje in mijn hoofd. Vastberaden doe ik mijn badpak aan en kleed me laag voor laag aan. De zon schijnt, het is windstil en onderweg passeren we schaatsers die meters maken.

"Ik heb het koud, ik ben mijn sjaal vergeten. Ik weet niet of ik het doe, hoor", mopper ik tegen mijn lobi. "We zien het wel, gudu," zegt hij rustig terwijl hij wandelend glijdt over de platgelopen sneeuw.

Op de plas glinstert de ijslaag in de zon. De rimpels op het strand zijn hard gevroren en blijven mooi in vorm. Midden op het strand is een smal stuk water gevuld met ijsblokken. Gelukkig zijn de brokken niet te groot, want we hebben geen breekhamer mee. Het lijkt op een vrije baan in een vol zwembad die voor ons is gereserveerd. Mijn ogen zoeken de ogen van mijn lobi en zeggen zonder woorden: "Zullen we?"

Dat ene mentale moment is bepalend. Het is net als dat ene moment in vroegere tijden, wanneer ik mezelf van de bank moest sleuren om naar de gym te gaan. Het moment wanneer ik mijn weerstand, angst of uitstelgedrag diep in de ogen kijk en een flinke tjuri maak.

"Als we het doen, moet het nu. Met het zonnetje erbij", zegt mijn lobi met twinkelende ogen. 

Ik kleed me laag voor laag rustig uit en leg mijn kleding zorgvuldig in de volgorde van aandoen. Mijn ondergoed heb ik thuis al in een apart vakje van mijn rugtas opgeborgen. Die moet absoluut droog blijven. Bij dit avontuur heeft snelheid geen zin, de kou wint het altijd. Ik voel de harde zandrimpels onder mijn blote voeten prikken.

Zonder bescherming slaat de kou in een keer om je oren. Het eerste wat ik op mijn hoofd zet, is mijn bondgenoot: de warmste muts die ik in een kringloop winkel heb gevonden. Ik stel me voor dat dit ding nog van een soldaat is geweest die buiten in de vrieskou op wacht stond.

In mijn hoofd schiet de gedachte voorbij, welke Sranan uma te water gaat wanneer de witte mensen hun schaatsen binden. Er kruipt een glimlach op mijn gezicht terwijl ik van binnen jubel: “Mi!”. Ik doe mijn waterschoenen aan, want ik hou niet van toko toko tussen mijn tenen.

Rustig loop ik stap voor stap de plas in. Voorzichtig laveer ik tussen de scherpe randen van de ijsschotsen. Mijn lichaam gaat in overlevingsstand en beperkt de bloedtoevoer naar minder essentiële delen als mijn armen en benen om mijn romp zo warm mogelijk te houden. Ik adem rustig in en uit en volg mijn ademhaling en het ritme van mijn hartslag. Mijn hoofd is vrij van gedachten: ik ben alleen bezig met het voelen van mijn lichaam. Ik beweeg me naar mijn lobi die al in het water is gezakt en relaxed leunt tegen een ijsschots. Ik zak tot mijn schouders in het water en doe mijn ogen dicht. Ik wacht totdat de kou begint te gloeien op mijn huid. De glimlach op mijn gezicht wordt steeds groter en ik voel een diepe rust van binnen. Ik hoor vogels twitteren in de verte en het geluid van mijn adem.  

Het moment dat ik weer op het strand sta, voel ik me heerlijk. Mijn huid is gloeiend rood en tintelt. Maar veel tijd om hiervan te genieten is er niet. De wedstrijd tegen de kou is weer begonnen. Ik droog me goed af, vooral tussen mijn tenen. Ik wil geen ijskoude druppels op mijn voeten. Ik kleed me laag voor laag aan voordat mijn bloed weer gaat circuleren door mijn armen en benen, want dan komt de echte kou. Sokken aandoen over stijve tenen blijft een dingetje, maar uiteindelijk sta ik helemaal aangekleed weer op het strand.

Van de buitenkant alsof er niets is gebeurd. 

Van binnen voel ik me warm, krachtig en vol energie. Alsof ik de warme stevige brasa van Swit Sranan heb gekregen die ik zo moet missen!

Foto Mariam: Peter Spiering