Onbezonnen zomer

Etchica Voorn | auteur Dubbelbloed  

Winnaar OPZIJ Literatuurprijs 2018


Een knap bruin meisje likkend aan een roos. Het is een foto van fotograaf Tyler Mitchell. Hij werd in één klap wereldberoemd met een portret van niemand minder dan Beyoncé op de cover van Vogue. Zijn werk heeft een dromerige positieve sfeer, in combinatie met zwarte modellen die – zo lees ik in de VK – vaak zijn vrienden zijn.

Tyler, een zwarte jongen van vierentwintig jaar is opgegroeid in de buitenwijken van Atlanta. (Dat is echt andere shit dan het zogenaamde ghetto waar de verwende Nederlandse rappers het over hebben.) Hij verbaasde zich erover dat op alledaagse, vrolijke, zorgeloze beelden uitsluitend lol makende witte jongeren voorkwamen.

Daarentegen zag hij dat zwarte jongeren naar hartenlust werden “geframed” in foto’s over geweld, gevangenis, drugs en armoede, kortom niets anders dan dikke ellende en negativiteit. Dat moet anders, dacht de jonge fotograaf, en hij creëerde zulke mooie beelden van een ‘zwarte utopie’ dat de adem mij in de keel bleef steken.

Ik keek naar het kleine portretje van deze held, Tyler, en onverhoeds stroomden de tranen over mijn wangen. Dát hij de leeftijdscategorie heeft van zoonlief speelt mee. Maar zou er nog meer achter mijn plotselinge huilbui zitten dan projectie en mijn rommelige hormoonhuishouding?

Was het mijn vertwijfeling dat het lijkt alsof we in een kwart eeuw als een slak zijn vooruitgekomen? Hoe is het anders mogelijk dat er vandaag de dag nog zoveel beelden nadrukkelijk door de witte bril worden gezien en op de gevoelige plaat worden vastgelegd?

Of zou het de combinatie van zijn vierentwintig lentes, zijn bewustzijn én veranderingszin zijn die enorme indruk op me maakte? De prachtige beelden zijn verbluffend, maar mijn emotie kwam van een dieper niveau. Verstopt achter mijn navel ligt een hoopje ouwe meuk te smeulen klaar om op te vlammen als het aangeraakt wordt.

Waar ik ondersteboven van ben is dat Tyler mij met mijn neus drukt op de nitwit die ík was op zijn leeftijd. De bevindingen van de jonge kunstenaar drukten uit wat ik altijd als een onbestemd gevoel meedroeg. Namelijk dat wát er werd getoond over zwarte mensen, negatief was.

Ik herinner mij foto’s van verloederde straten in Amsterdam en Rotterdam. Groepjes Surinamers op de befaamde Zeedijk in stoere poses voor cafés met donkere zonnebrillen en pofpetten op. Er ging geen dag voorbij zonder een bericht in de krant over Surinaamse luiwammesen, die drugs gebruikten en de ene na de andere auto-inbraak pleegden. Onbewust heb ik me hieraan gespiegeld en voelde ik de verantwoordelijkheid om hen en dus mijn vader en mijzelf te verdedigen. Ongelofelijk vaak sprong ik in de bres voor ‘mijn mensen’ als ze, we, weer eens werden uitgemaakt voor rotte vis. Waarom dan toch die nitwit?

Omdat ik, naast het af en toe opspringen als een gebeten hond, lange tijd heb gedaan of mijn zwarte kant hierbij ophield. Pas in het midden van mijn leven ben ik mij op een dieper niveau bewust van mijn Surinaamse roots en probeer ik in balans met mijn twee culturen te leven.

Vermoedelijk kwam mijn nitwitterige houding voort uit zelfbehoud, omdat beelden zoals Tyler ze maakt sporadisch voorkomen. Hij leert ons dat foto’s in de combinatie  “zwart” , “gezellig” en “alledaags”  broodnodig zijn. Op een warme zoete manier worden vooroordelen verpulverd. Zoals in het zorgeloze beeld van Boys of Walthamstow, een werk uit 2018, vijf jonge jongens staand in spijkerbroeken met ontbloot bovenlijf, starend in het gras. Een ontroerende foto die me doet verlangen naar momenten van onbezonnenheid uit mijn jeugd.

Een nog onbezonnen  leven met illusies voor je, zonder druk van een pingende smartphone, een volle agenda, carrière, bezit of gezin. Kauwen op het uiteinde van de zuring die je net geplukt hebt in een weiland waar ook paardenbloemen en boterbloemen pronken. Je voeten nat van de ochtenddauw.

Madeliefjes die zich opofferen voor de slinger die je maakt. Met je nagel druk je een spleetje uit het steeltje dat de dikte heeft van hooguit een halve lucifer. Je steekt een steeltje van de volgende madelief door de gemaakte uitsparing en maakt in dat steeltje eenzelfde opening, enzovoorts. Net zolang tot je een slinger hebt van de fijne witte spitse bloemblaadjes met een geel hart. Lang genoeg om als een kroontje op je kroeskoppie te plaatsen.

Met je bloemenkroon draai je rondjes in je zwierige pastelkleurige jurk. De zon schijnt uitbundig en smelt de wereld samen. Onbezonnen. Een zwarte zomer tegemoet.

De solotentoonstelling I Can Make You Feel Good van Tyler Mitchell is nog tot 5 juni 2019 te zien in fotografiemuseum Foam, Amsterdam.


Etchica Voorn is schrijver en talentcoach. Zij heeft een zoon en woont in Amsterdam met haar (groente)man Ko Pot.

www.dubbelbloed.eu

Interview Volkskrant

https://www.volkskrant.nl/mensen/in-mij-huist-de-gedachte-ik-hoor-er-nie...