Liefde, Shirma, Zwarte Piet en Compassie

Deze donkere dagen voor kerst zijn een mooie tijd om het te hebben over liefde, of het gebrek eraan en de verschillende manieren waarop ik zwarte mensen er in de afgelopen dagen over hoorde praten. Bijvoorbeeld de geweldige zangeres Shirma Rouse op het Gospelfestival in de Arena.

Zij vertelde ons, haar publiek, dat ze een ‘churchgirl’ is. Dat wil zeggen dat ze net als zoveel fantastische zangers en zangeressen in de kerk haar hart en ziel leerde openen en laten weerklinken in haar stem.

Shirma vroeg: “Weten julie wat Liefde is? Ik bedoel niet de ‘Schatje, ik hou van jou’ soort, maar de Liefde waar je hart zo vervuld van raakt dat die zoveel Liefde niet meer kan bevatten en dat je hart overstroomt en dat het maar blijft stromen en vloeien overal naar toe.’

Shirma, besef ik, heeft het over extase, over een grootse allesomvattende liefde, over haar liefde voor God. En het is gek, ik ken dat gevoel niet uit eigen ervaring, maar toen ze zo sprak was ik daar even met haar. Ik benijdde haar, dat zij dat gevoel kende en tegelijkertijd voelde ik het ook oplichten en warm worden in mijn borstkas, daar waar het hart zit.

Black people en God, wat is dat toch, die allesoverstijgende neiging tot spiritualiteit en liefde die bij deze mensensoort hoort. Ik ken verder geen land of groep van mensen die zo’n behoefte heeft aan contact met het allerhoogste en die dat hoogste zo gigantisch kan liefhebben. De Turkse en Arabische soefies die God hun ‘Beloved’ noemen en de dansende derwisjen komen mogelijk in de buurt.

Bij een ander concert vertelt een zangeres uit Rotterdam, dat haar zoon, een rapper, in 2004 stierf in zijn slaap. Dat verwacht je natuurlijk niet, dat een jonge man, een rapper, sterft in zijn slaap, in plaats van op straat, in een gang fight of een ongeluk. Een jongmens dat sterft in zijn slaap, is dat nu een natuurlijke dood?

“Maar” zegt de zangeres, ze is zo gelukkig want sindsdien is ze moeder van wel honderden kinderen in de wijk Feijenoord. Ze zoekt ze op in de gevangenis en vertelt hen ze dat ze waardevol zijn en dat er van hen gehouden wordt, door God....

Zwarte Piet, de Moor en edelman.

En dan is er Paul Obinna, communityspeaker uit Engeland, zoon van een witte Engelse moeder en een Nigeriaanse vader. Zijn lezing heet  ‘ZP, de Moor.’

Hij zegt: "Elke keer dat zwarten in Nederland een zwarte piet zien worden ze teruggevoerd naar en weer gevangengezet in de 400 jaar van slavernij, kolonialisme en racistische onderdrukking." Maar hij, die niet met het Sinterklaasfeest was grootgebracht zag een zwarte piet en werd in gedachten teruggevoerd naar de Grootsheid van de Moren. Zwarte mensen die bijna 8 eeuwen heersten in Spanje en Portugal  en die beschaving en vooruitgang, techniek, prachtige architectuur (denk aan het Alhambra in Granada en de prachtige Mesquita in Sevilla) medicijnen, het schaakspel,wiskunde en astronomie en innovatie, naar Europa hebben gebracht. Zwarte mannen met een verfijnde hofcultuur (nog te zien in de mooie fluwelen kleren en de witte kraag, muts met veer, waarmee zwarte piet is uitgedost) die de fijnere zaken en heel veel hygiene (bibliotheken en badhuizen werden in zeer grote getalen gebouwd tijdens het Moorse bewind) naar dit werelddeel brachten en die Europa uit de achterlijke ‘Dark Ages’ trokken naar de Middeleeuwen en tenslotte naar de Renaissance.

De Moren kwamen overal vandaan; het waren Berbers, Afrikanen en Arabische Afrikanen, moslims en christenen en misschien ook nog met Afrikaanse geloven. Maar, ze waren allen zwart, allen Afrikaans van oorsprong.

Wij horen hier zelden iets over, na 800 jaar wisten de Europese kruisvaarders het laatste Moorse koninkrijk, Granada terug te pakken en werd er zo min mogelijk meer gesproken over de eeuwen waarin Europa werd beheerst en geciviliseerd en vooruit werd geholpen door Afrikanen.

Maar overal in Europa zie je nog beelden en tekenen van de Moor. Vaak worden die verward met afbeeldingen van slaven, maar dat klopt niet. Kijk alleen maar naar de kleren en je weet dat het om Moren, gegoede zwarte edelmannen, gaat.

Of er wordt gezegd dat de Moren maar twee eeuwen de macht hadden. Maar dat is niet correct. De Moren hadden de macht van tot 711 tot 1492.

Jammer dat de Moren niet nog veel meer beschaving naar Europa hebben gebracht, want dan hadden misschien ‘The dark Ages of Burning’ niet plaats gevonden, dan was Rome misschien wat geciviliseerder geweest en hadden Euopeanen niet tussen de 9 en 14 miljoen van hun eigen vrouwen verbrand. Op gezag van de Kerk in Rome en de Pauzen die de wijsheid van vrouwen (wijsheid is Sophia in het grieks, een filosoof een liefhebber van wijsheid, Wijsheid is een Vrouw) ten diepste wantrouwden, en zagen als Hekserij. Vrouwen moesten onder de duim van de kerk worden gebracht, niets meer intuitie of natuur en natuurlijke wijsheid en kennis. Verdrinking of de brandstapel was het lot van zo’n veertien miljoen vrouwen.

Paul Obinna vraagt fijntjes hoe we ons kunnen verbazen over 14 miljoen tot slaaf gemaakte, uitgebuitte en onderdrukte Afrikanen, door een volk dat zijn eigen vrouwen in net zulke grote getalen vermoordde.

Het is geschiedenis op een nieuwe manier. De feiten waren bekend, maar nu zie je dwarsverbanden, nieuw licht op oude getallen. De geschiedenis van Europa, het uitmoorden van vokeren overal waar men kwam, het tot de dag van vandaag zich voordoen als het enige beschaafde volk op aarde, al de anderen als wild en primitief bestempelen om de eigen daden goed te laten lijken, het omkeren van alle feiten, het uitroepen van misdadigers tot helden, van misdaden jegens de mensheid tot daden van uitverkorenen door God) is huiveringwekkend. De geschiedenis van Europa is Huiveringwekkend.

Het vermoorden van 14 miljoen van je eigen vrouwen is een daad van waanzinnig ongelofelijke domheid en gebrek aan beschaving. Er zijn gewoon geen woorden voor.  Als je DAT kunt doen, dan kun je ALLES doen. Het verklaart de rest van de misdaden jegens de wereld.

Dit is een stuk over Liefde, ook over gebrek aan Liefde, dus ik ben nog altijd on topic.

Het levensverhaal van Paul Obinna is opmerkelijk. Hij werd geadopteerd door een witte predikantenfamilie in Engeland en groeide op in een wit plaatsje. Op zijn vierde werd hij voor het eerst een black bastard genoemd door een ander kind dat voor wou gaan op de glijbaan. Toen besefte hij dat hij blijkbaar anders was. Op zijn zesde hoort hij dat hij geadopteerd is, zonder dat hij snapt wat het woord betekent. Maar op zijn elfde vertelt zijn adoptief moeder hem dat zij zijn echte biologische moeder is, en dat zijn vader een Nigeriaanse soldaat was, die bij hen logeerde, en haar verkrachtte. Paul moet verder leven met de schokkende wetenschap dat hij het resultaat van een verkrachting is, ‘Bad blood’ zegt hij zelf, en hoe vreselijk het moet zijn voor zijn predikantvader om hem elke dag te moeten zien. Pas op zijn vierentwingste vertelt de predikant hem, dat het geen verkrachting was waar hij uit ontstond, geen onvrijwillige gewelddadige sex. De predikant hield er zelf een liefdesleven naast zijn huwelijk op na, en zijn vrouw besloot hetzelfde te doen.

Na zijn geboorte, vertelde het echtpaar aan de buitenwereld dat de baby gestorven was en dat ze nu  een ander kind adopteren. Paul werd officieel geadopteerd.

Hij is op zoek naar zijn echte vader, de Nigeriaanse soldaat, maar is hem nog niet op het spoor.

Voed het zaad van ongemak

Onlangs hield de VU een symposium over Compassie, en omgaan met (religieuze) verschillen tussen mensen. Aan het woord kwam de Britse schrijfster en ex-non Karen Armstrong, bekend van onder andere haar dikke pillen ‘Een geschiedenis van God’en ‘Islam’, en Domenica Ghidei, die als 17-jarige Eritreese vluchtelinge Naar Nederland kwam, rechten studeerde aan de VU en nu na een mooie carriére nu Collegelid is van het College voor de Rechten van de Mens. Wat hebben deze vooraanstaande vrouwen ons te melden over compassie?

Armstrong stelt dat we in het westen in gepriviligieerde steden wonen, met problemen waar ze in Syrie en Jemen, waar honger, armoede, oorlog en doodslag aan de orde van de dag zijn, alleen maar van kunnen dromen.’Na afloop zegt een blonde vrouw die ik verder niet ken, dat ze het ‘zo ongepast’ vindt om problemen met elkaar te vergelijken. Zij kent jongeren die onderdoor gaan aan de levenskwesties waar ze mee worstelen hier in het westen. Je kunt en mag niet zeggen dat men elders erger lijdt dan hier.

Armstrong stelt ook dat we het zaadje van het ongemak in onszelf moeten cultiveren. De profeet (vrede zij met hem, zegt ze erachteraan) zei het al : ‘Niemand kan slapen als hij weet dat iemand ergens anders honger heeft.’ Maar wij duwen dat weg, want daarover nadenken, en over de vele migranten en bootvluchtelingen die voor onze kusten sterven, maakt ons ongemakkelijk. ‘But we have to feed that seed of discomfort!’

Domenica Ghidei zegt: ‘Compassie is jezelf herkennen in de ander en de ander in jezelf. Dan wordt compassie zelfcompassie, want alles wat ik voor jou doe, doe ik ook voor mezelf.’

Leviticus zei het al, vertelt Armstrong ‘Heb de ander lief als jezelf.’ In vroeger tijden was ‘Love’een wettelijke term. Koningen beloofden elkaar per verdrag lief te hebben, dat wil zeggen elkaar te steunen en ondersteunen, ook als dat in de korte termijn niet in hun eigen, directe belang was.

Dat doet toch echt denken aan onze huwelijksgeloften, om lief te hebben en te steunen in goede en kwade tijden, in ziekte en gezondheid, in rijke en in armere tijden.

Liefde voor God, de aarde en de mensheid, voor nu en altijd, Amen. Is dat niet de kant die we op moeten?