Jaguarman | een recensie

Wil je een boek lezen met tori die dichtbij voelen en je verwonderen over de schoonheid van het leven? Wil je weten waar onze levenskracht vandaan komt, vertelt als een verhaal vol magie?   

Raoul de Jong (Rotterdam, 1984), schrijver en regisseur, is geboren uit een Nederlandse moeder en Surinaamse vader. De Jong is 28 jaar wanneer hij zijn vader voor het eerst ontmoet. Ze praten hetzelfde, bewegen hetzelfde en geloven allebei in wonderen.  Zijn vader vertelt hem dat één van hun voorouders een medicijnman was die zichzelf kon transformeren tot jaguar. De Jongs vader wil niets met deze krachten te maken hebben, maar de Jong besluit op onderzoek te gaan naar zijn voorouders en roots.

De Jong reist naar Suriname en spreekt met archeologen, dansleraren en wintipriesters, bezoekt het regenwoud en maakt kennis met Surinaamse schrijvers, denkers en verzetshelden zoals Anton de Kom, Papa Koenders en Bram Behr. In Jaguarman vertelt De Jong 500 jaar geschiedenis, praat tegen een onbekende voorvader, laat je lachen om zijn waarnemingen en je doet kennis op. De Jong beheerst de kunst om de duisternis licht te maken. Hij verklaart zijn voorouders tot helden.

“In het midden van de schuur hield een vrouw die één van mijn belangrijkste gidsen zou worden in mijn zoektocht naar u, een speech. De wintipriesteres Marian Markelo leek op een drie meter lange Afrikaanse koningin. We moeten onze voorouders tot helden maken’, riep ze ’want niemand gaat dat voor ons doen!”

In Suriname noemen zijn nieuwe vrienden De Jong vrijpostig maar ook moedig en doortastend. Door hen begreep De Jong dat het goed was om eigenwijs te zijn en trouw te blijven aan zijn waarheid. Hij schrijft zeven jaar aan Jaguarman en is medeschrijver van de leesvoorstelling in Suriname (2017, reprise 2020) met onder anderen Jörgen Raymann, Noraly Beyer, Pierre Bokma en Karin Amatmoekrim. 

“Eén van de grote verrassingen in deze zoektocht was dat ik onder andere bleek af te stammen van de Arowakken, één van de volken die dat regenwoud oorspronkelijk bewoonden. Ze hadden hem nooit uitgenodigd, de vreemde bezoeker die hun land zou omtoveren in ’Suriname’. Hij verscheen gewoon op een dag, onaangekondigd. In grote schepen aan de kust. In sprookjes die de vreemde bezoeker zelf zou fabriceren was dit waar het leven van de helft van mijn voorouders begon. Hij noemde hen eerst ’wilden’ ’roodhuiden’ later ’kinderen van Cham’, ’slaven’, en hij kwam zogenaamd om hen te helpen. Maar wat hij kon, konden zij ook.

Ze zagen wie hij was. En ze gaven hem een naam: de Pairaoendepo. De Pairaoendepo was een monster zonder hersens, met oren, ogen en een mond op de plek waar bij normale mensen het hart zit.”

Raoul de Jong – Jaguarman, mijn vader, zijn vader en andere Surinaamse helden. De Bezige Bij; 256 pagina’s, 22,99 euro.