Ik hou van een markt

Iedere keer als we langs een markt reden wilde ik erin gaan rondlopen.

WANT IK HOU VAN EEN MARKT!

Die sfeer is overal hetzelfde. Geurt als een mix van een beetje riool, groente, vis en fruit en allerlei andere marktproducten. Marktventers die gillend hun waar aanprijzen. En mensenmassa’s!

Ik ken die sfeer van de markt in Suriname en in alle Caribische eilanden waar ik gezworven heb. Het gaf een gevoel waarvan ik niet wist dat ik het kon voelen totdat ik het voelde; en dan, ook al kende ik het niet van eerder, herkende ik het meteen.

Deze markt was in het hartje van de stad, met een drukke straat ertussen. Het verkeer erop ging nooit sneller dan vijf kilometer per uur.

Ubers, en okada’s -de motorfietstaxi’s- domineren hier. Die flitsen tussen alles heen, met die luide motorfietstoeter die je hersenen in graaft. Honderden van die okada's die constant laten weten dat zij er ook zijn.

En daartussen de bussen die luid claxonneren.

 

Die vent die de passagiers regelt vond ik geweldig. In Suriname heet hij een tawaman. Bij ons zit hij voorin naast de chauffeur en hij collecteert wat de passagiers moeten betalen. Hij is een rekenwonder dat in een fractie van een seconde moet weten wie hem wat betaald heeft en hoeveel kleingeld hij moet teruggeven. Ik vond ze irritant, maar stiekem was ik wel jaloers op hun skill.

Maar hun manier van het werk doen is niks vergeleken met hoe de gasten hier het doen. Het deed me eerder denken aan hoe het aan toe gaat in Georgetown, Guyana, waar de cashman uit de voorruit hangt en luidkeels zijn plaats van bestemming eruit gilt: “Kitty, Kitty!!”

Hier hangen ze ook uit de passagiersdeur, volledig onbekommerd met andere verkeersdeelnemers die langszoeven, en gillen ze in een heel hoog stemmetje waar ze naartoe gaan. Heel schel en moeilijk te verstaan voor de persoon die niet van hier afkomstig is.

Ik denk dat ze dat gilstemmetje speciaal voor deze job ontwikkeld hebben, want om een meisje te chanten heb je wat meer bass nodig in je stem.

Het duurde even voordat ik snapte dat het allemaal plekken waren die ze omriepen. “Tamale, Tamale” en “Greater Accra, Greater Accra”, ontcijferde ik na enige tijd. De rest verstond ik niet.

Echt een perfecte gezellige chaos. Duizenden mensen die bezig zijn, die niet zitten te wachten op derden om voor hen te doen, maar die zelf aanpakken.

Iedereen is ergens mee bezig. Niemand heeft tijd.

Westerse films schilderen dit altijd af als een plek waar je veiligheid een grote vraagteken is; zoveel zwarte mensen bij elkaar moet gevaarlijk zijn, net een kruitvat in een luciferfabriek. Dit stuk van de film is altijd gruizelig, rommelig en droevig. Niet een plek waar je wil zijn.

En sommigen van ons geloven die nonsens.

Mij trok het aan.

Ik wist niet dat ik iets zocht, maar ik had het gevonden.

Dus toen onze uber weer een keertje vastliep in het verkeer sprong ik eruit om in de markt te gaan rondlopen. Ik moest gewoon een rondje maken, zoals ik overal doe.

Toen wilde ik natuurlijk een foto .

“Excuse me. Could you please take my picture?” vroeg ik aan aan vrouw die zat achter een kraampje. Ik wilde haar mijn telefoon geven, maar toen moest ze even wegkijken want een klant vroeg wat.

“What was that?” vroeg ze toen die klant weg was, verbaasd dat ik er nog stond.

“If you could please take my picture,” zei ik.

Ze gaf haar aandacht weer aan een klant, maar keek nog even om naar me, doodserieus en maakte een onhoorbare tyuri in haar hoofd.

Can’t you take a selfie?”

Niemand. Heeft. Tijd. !

Stond ik daar als een milennial mezelf te fotograferen omdat ik vond dat ik er hoorde.