Het gemis

Na het hele mooie evenement van NiNsee in de Nieuwe Kerk, reis ik met de metro terug naar Zuidoost waar mijn auto staat; ik betaal die dure parkeertarieven van Amsterdam Centrum niet!  die net een adembenemend praatje had gehouden in de majestieuze kerk, reist mee op weg naar haar huis. Zie ik haar ineens heel intens langs me heen kijken. Ik kijk om en zie een jongeman die op het bankje naast ons is neergeploft. "Hij doet me aan mijn zoon denken (die net naar Amerika is verhuisd). Ik mis hem zo," glimlacht ze.

Dat gemis had ondertussen al een foto van haar zoon klaarstaan op haar telefoon. Knappe, stevige jongen, kleine afro net als die jongen op het bankje in de metro.

“Shit; je hebt gelijk. Hij lijkt er inderdaad op. Zeg het hem dan. Laat hem die foto zien,” zeg ik.

Ze vindt het niet nodig. “Die jongen heeft andere dingen aan zijn hoofd.”

Dus toen zat ik haar uit te leggen dat die jongen het zeker heel leuk zou vinden om door twee volwassenen als wij te worden aangesproken. Dat hij het verdient om normaal behandeld te worden door volwassenen waar hij zich mee kan identificeren, in een wereld waar hij vaak niet geapprecieerd wordt. Waarin andere volwassenen hem eerst met wantrouwen begroeten. En dan ook nog met het verhaal dat hij haar aan dr zoon liet denken. Het zou z’n avond maken! “Trust me. I know. Hij is de leeftijd van m’n studenten. Ze hebben allemaal dit onaangedane uiterlijk, maar je crackt het zo open. En blij dat ze zijn wanneer je dat doet … ”

Ik doe dat soort dingen dus wel. Zeker met jongeren als hij!

Ze glimlachte meewarig want daar zat ik aan de Lector Inclusiviteit te lecturen over hoe belangrijk het is dat zwarte jongeren inclusief behandeld worden; ze schudde haar hoofd "laat die jongen met rust", maar dat gemis van haar zoon veroorzaakte een moederlijke glimlach op haar gezicht, die ze maar op de jongen bleef werpen. Hij zat in zijn telefoon te wroeten en deed volgens mij alsof hij niet doorhad dat we het over hem hadden.

Dus ik tikte hem aan. “Hey vriend. Deze dame hier blijft naar je kijken omdat ze vindt dat je op haar zoon lijkt. Je laat haar aan hem denken.”

En de grootste glimlach die ik deze week gezien heb verscheen op zijn gezicht. Een trots, vertroetelend wittetanden festijn in dat knappe gezicht met die hele mooie donkere authentieke Afrikaanse huid. “Echt?” vroeg hij door de beugels.

Ik pakte de telefoon waar het gemis nog steeds een foto van haar zoon op open had, uit haar handen en wees het hem. De grote glimlach werd groter. “Ja inderdaad.” Toen ze vertelde dat ze haar zoon mistte omdat hij in Amerika woonde, vertelde de jongen enthousiast dat hij volgend week naar London gaat. Daar spreken ze ook Engels, scheen hij te denken.

Blijkt dat hij uit Uganda komt, hier vijf jaar woont en ja hoor, hij zit bij mij op school; volgde de Marechaussee opleiding maar stopte ermee omdat hij zich niet thuis voelde in dat witte bolwerk. Hoor ik wel vaker van studenten van kleur; het is een aandachtspunt.

Hij had inderdaad andere dingen aan zijn hoofd, maar een gesprek met twee redelijk intelligente zwarte volwassenen deed hem goed. Want hij woont in een wereld waar politieagenten hem elk moment kunnen aanspreken omdat hij te lang op een bankje zit bij het treinstation. Waarin hij zich moet verweren tegen agenten die hem geen respect tonen. Hij vertelde over een incident gisteren, waar twee niet al te snuggere vrienden van hem waren aangehouden door een agent die niet snapte hoe je met een burger spreekt. “Als hij me had aangeraakt he!”

Maar hij had ook koetjes en kalfjes. "Wanneer stopt de winter nou eens?"

Ik had een waterval aan woorden en verhalen ontlokt; een verfrissend moment voor een jongen die zich weet te uiten en blij was dat hij dat even kon. “Ik zei je toch dat ik deze gasten ken!” grijnsde ik naar Aminata. Hij had ook een gemis en dat was nu bevredigd. En zij had zitten genieten!

“Leuk dat u me aansprak. Ik kom u dinsdag opzoeken bij uw kantoor op school,” zei de jongen toen hij uitstapte. Ik dacht ‘wat heb ik mezelf weer op de hals gehaald.’

Ik kreeg een boks en zij een hand. “Een dame geef je geen boks.”

Hij groette nog een aantal keer voordat hij overstapte. En weg was hij.