GREAT SMALL THINGS

Het is een heel goed boek, ‘Great small things’ van Jodi Picoult uit 2016. De achterflap trok mijn aandacht. Daarop staat een citaat van de schrijfster: 'Er laait een vuur, en we hebben twee keuzes: we kunnen het de rug toekeren of we kunnen ertegen vechten. Ja, praten over racisme is moeilijk, en ja, we zoeken al struikelend naar woorden – maar wij die wit zijn moeten deze discussie onderling voeren. Want dan zullen meer van ons er over horen, en -hoop ik- zal het gesprek zich verspreiden.’

Nou, kom maar op dame, denk ik strijdvaardig, met dat stiekeme plezier dat je hebt wanneer je iets leest dat niet voor jou bestemd is. Alsof ik dit gesprek ga afluisteren. Ze kijgt van mij pluspunten dat ze het probeert, maar ik voel me ook uiterst kritisch.

Great small things, de titel, is een uitspraak van dr Martin Luther King. Hij zei ooit dat als hij geen grootse daden kon verrichten, hij in ieder geval kon proberen kleine daden te doen op een grootse manier.

Het boek kent drie hoofdpersonen; Ruth, een verloskundig verpleegster op de afdeling neo-natologie in een ziekenhuis, Kurt een neo-nazi skinhead, en Kennedy, een witte advocate, de alter ego van de schrijfster.

NO AFRICAN AMERICAN PERSONNEL TO TOUCH THIS BABY

Ruth moet na de geboorte van de baby van Kurt en zijn vrouw, de zorg overnemen. Wanneer het echtpaar haar ziet, protesteren ze bij haar baas, en die schrijft een memo in de dossier van de baby ’No African American personel to touch this baby.’

Ruth is de enige zwarte verpleegkundige op de afdeling. Drie dagen na de bevalling wordt de baby besneden, standaardprocedure in Noordamerikaanse ziekenhuizen. De baby moet dan geduren 90 minuten in de gaten worden gehouden. Maar omdat er plotseling een ander noodgeval op de afdeling is en er een onderbezetting is, vraagt haar collega aan Ruth op de baby te letten. De baby houdt op met ademen, het noodsignaal gaat af en een zwerm personeel komt aanrennen om de baby te redden. Ruth krijgt de opdracht hartmassage toe te passen.  Dan komen de ouders binnen, zien Ruth met haar handen op de baby, en horen dat het tijdstip van overlijden wordt vastgesteld. Ze hebben nog net gehoord dat de baas tegen Ruth zegt minder hard te drukken.’

Het echtpaar beschuldigt Ruth van moord en gaat naar de politie.

Dan begint er een spannende rechtszaak.

Het boek wordt beurtelings vanuit het standpunt van de drie hoofdpersonen verteld. Ruth geeft een heel goed inkijkje in het leven van een zwarte vrouw die in haar eentje haar zoon moet opvoeden (de vader stierf gedurende zijn tweede uitzending naar Afghanistan). Ze heeft altijd goed haar best gedaan, is hoogopgeleid, houdt van het werk dat ze al twintig jaar doet. Ze heeft altijd geprobeerd niet op te vallen, zich aan te passen en braaf en geluidloos door het leven te gaan, in de hoop dat zij, en haar zoon, dan gezien zouden worden als ‘one of them’. Dit in tegenstelling tot haar zus Adisa, die luidkeels uiting geeft aan haar woede over hoe zwarte mensen behandeld worden in de VS.

De neonazi Kurt gaat regelmatig op jacht naar homo’s, joden en zwarten om ze in elkaar te slaan. Zijn schoonvader die een van de voormannen van de Movement is (van witte supremacisten) zegt hem dat de nieuwe manier van strijden ondergronds en via internet is. Neonazis moeten er zo normaal mogelijk uitzien en hun vergif in het geniep onder schuilnamen via het internet verspreiden.

YOU CAN'T PLAY THE RACECARD!

Kennedy is de advocate die Ruth verdedigt. Ze heeft het hart op de juiste plaats en is bereid zich door Ruth de witte schellen van de ogen te laten nemen. In het begin van de kennismaking uit ze echter de ongelukkige zin ‘Ik zie geen kleur’. Waarop Ruth haar uitlegt hoe het voelt als witte mensen zeggen dat ras er voor hen niet toedoet. Alsof de realiteit van achterstelling waarin een zwarte moet leven door hen ontkend wordt.

Ze beweegt hemel en aarde om Ruth ervan te overtuigen dat ‘You can’t play the race card during a trial.’ Ook al is het overduidelijk dat de reden voor een rechtszaak een racistische is, dan nog mag dat nooit benoemd worden, want dan voelt iedereen zich ongemakkelijk en schaad je je zaak en je kansen op vrijspraak door de jury.

Ondertussen doet ze haar best om zoveel mogelijk zwarte juryleden te kiezen, terwijl de officier van justitie, een zwarte vrouw, juist probeert om zwarte juryleden te weren.

Ruth neemt Kennedy een keer mee shoppen. De witte vrouw beseft achteraf dat Ruth haar wou laten voelen hoe het is als zwarte vrouw in een warenhuis. De manager blijft maar achter hun aanlopen, om te zien of Ruth niets steelt. De vrouw achter de kassa controleert Ruths pas, en bij de uitgang is zij de enige wiens tas wordt gecontroleerd. Dit is allemaal gedrag waar Kennedy nog nooit aan is blootgesteld.

Alle drie de hoofdpersonen maken belangrijke persoonlijke groei door. Ruth gaat steeds meer inzien dat haar brave gedrag om geaccepteerd te worden door wit, haar enkel schijnacceptatie heeft opgeleverd, Kennedy breekt los uit het steekspel van hypocrisie en semi-gelijkwaardigheid in de rechtszaal en neonazi Kurt maakt nog de grootste verandering mee.

Dat laatste komt een beetje lachwekkend over maar tijdens haar research sprak de schrijfster een ex-neonazi die nu getrouwd is met een joodse vrouw en werkt voor het Simon Wiesenthal Center. Om met de woorden van Obama te spreken: Change is possible. Hoopgevend!

Jodi Picoult schreef 26 internationale bestsellers, haar boeken zijn in 37 talen uitgegeven en staan regelmatig op de top tien bestsellerlijst van de Washington Post.

Ze vertelt dat ze zo’n 100 uur heeft opgenomen aan gesprekken met zwarte vrouwen die haar over hun levens vertelden en ook sprak ze uitgebreid met twee neonazis die de Movement hebben verlaten.

Het was al heel lang haar wens over racisme te schrijven, maar tot nu toe kon ze de juiste toon niet vinden. Toen ze hoorde over een skinhead die weigerde zijn zwangere vrouw te laten helpen door een zwarte verpleegkundige, vond ze eindelijk de aanleiding die haar inspireerde. Die honderd uur aan interviews, een goed inlevingsvermogen en een magische pen, deden de rest.

Racisme, zo stelt de schrijfster, is meer dan discriminatie op basis van huidskleur. “Het gaat over geinstitutionaliseerde macht, en wie er toegang heeft tot die macht. Zoals racisme nadelig uitpakt voor niet-witten en het moeilijk voor hen maakt succesvol te zijn, zo crëert het voordelen voor witte mensen waardoor het makkelijker is om succes te hebben. Het is moeilijk om die voordelenonder ogen te zien, en nog veel moeilijker om er open en eerlijk over te zijn. En daarom moest ik dit boek schrijven.”

Ik weet niet zeker of je het schrijven van dit boek een ‘small thing’ kan noemen. Het is in ieder geval ‘groots’ uitgewerkt.