Die tori van ouwe racistische vrouwen

Dus.

Mijn moeder is superchill he. Niet nu pas op haar 82ste, maar altijd al. Hoe cool drong tot me door toen ik een jaar of 16 was.


Ik zat op havo. Het was een superhete Paramaribodag, dus ik had een korte broek aan naar school, onbeschaamd voor die spillebenen die er net armzalige takjes onderuit staken.

Ik moest twee bussen pakken van en naar school; de Lijn 7 uit Rangoe naar  de stad en de Lijn 3 door naar havo II aan de Nengrekopustraat.

Ik weet niet of het nu nog zo is, maar toentertijd was het echt een gevecht om bij de eindhalte aan de dr Sophie Redmondstraat een plek in de bus te bemachtigen. Als de chauffeur stopte probeerden tientallen mensen zich tegelijkertijd te wringen door een deur van nog geen anderhalve meter breedte; en die bus had maar 24 zitplaatsen of zo.

T was survival of the fittest, al die geurtjes die tevoorschijn sprongen uit die oksels, allemaal sappig in de benauwdheid van de 2uur tropische middagzon. Wat ik allemaal niet heb moeten doorstaan om naar school te kunnen ...





Anyway, ik had een plek in de bus bemachtigd met mijn schoolboeken in een schoudertas, en zat naar buiten te kijken terwijl de Van 't Hogerhuisstraat langs me heen zoefde, maar ik niks zag want dit deed ik elke dag. Mensen stapten in en uit, terwijl ik zat te dromen over het leven dat ik nu leidt.

Werd er ineens op mijn schouder getikt. Ik keek om en recht in het gezicht van een heel oud gerimpeld vrouwtje, een flink paar tikkeltjes lichter dan ik van huidskleur. Ze knikte beschuldigend naar me toe. "Hey! Heb jij je hand in mijn tas gestopt en mijn portemonnee gepakt?" Het was aangekleed als een vraag, maar het was meer dan een beschuldiging. Het was een bevestiging. "Jij hebt je hand in mijn tas gestopt en mijn portemonnee gepakt!" dus.

Ik was verbaasd. Keek geschrokken om me heen. Iedereen keek weg. Haar huidskleur was nou eenmaal een paar tintjes lichter dan de mijne. Misschien had ik het werkelijk gedaan ...

Ik hoopte echt dat iemand er wat van zou zeggen. Zo van "please don't let me do this". Maar niemand zei er wat van. Dus toen ontvlamde ik.

Als u een paar jaren jonger was, had ik u één mapanpan klap op uw bek gegeven. Wie denkt u wel dat u bent? Waarom stelt u mij deze vraag? Er zijn genoeg andere mensen in de bus aan wie u die kaolo vraag had kunnen stellen, maar u stelt het aan mij?"


Zie je, ook toen ik een dief genoemd werd had ik nog respect: ik gebruikte de gepaste u-vorm. 


Ik was ziedend en ik zei nog een paar dingen over haar kinderen en haar man en haar moeder en haar lichaamsdelen die waarschijnlijk naar vis roken.

Totdat een man aan de linkerzij van de bus me bokte. "En nu is het genoeg," gromde die naar me. Maar ik kreeg backing van een vrouw vóór me. "Laat die jongen. Heb je dat k'ka ding gehoord dat die s'ma hem gevraagd heeft?" Ze keek me troostend warm aan zoals zwarte vrouwen kunnen en ik bedaarde.

Dat oude racistisch vrouwtje drukte op de bel en de chauffeur stopte en terwijl ze uitstapte daar bij die halte tegenover Surmac, net voor de Saramaccadoorsteek, veegde ze het speeksel dat uit mijn mond was gevlogen, van haar gezicht. Ze durfde me niet aan te kijken. Ik durf te wedden dat ze daarna nooit meer een jongen  Rangoe zomaar een dief noemde.

Toen ik thuis aankwam vertelde ik 't aan m'n moeder, een beetje schoorvoetend, want ik verwachtte dat ze mijn getier niet echt op prijs zou kunnen stellen. Maar ik gaf haar wel die hele tori, compleet met die mapanpan en die kaolo klap die ik die vrouw had gegeven als ze tien jaar jonger was geweest.

M'n moeder kwam niet bij. Ik had gelijk, maar een volgende keer hoefde ik niet niet zo te schelden zei ze. "Je bent intelligent en je hebt genoeg andere woorden om te gebruiken. Waarom al die vieze termen?"

Ik zei "ja ma".

Ik heb me nooit aan die belofte gehouden.