Afbeelding

burkina faso

Dagje Burkina Faso gedaan laatst

Dagje Burkina Faso gedaan laatst. Waarom? Omdat de Nederlandse overheid beweert dat het daar net zo gevaarlijk zou zijn als een brandende lucifer in een dynamietfabriek.

Dus toen ik in de buurt was en hoorde dat we letterlijk 15 kilometer van de grens waren … stak ik natuurlijk de grens over. 
Bij de grenspost moesten we onze papieren laten zien aan een jonge vrouwelijke agent en een hoge mannelijke officier, en ik merkte dat Francis, mijn Ghanese chauffeur heel terughoudend deed; normaal is hij haantje de eerste die met iedereen aanpapt.

En toen begreep ik waarom. "Mag ik uw papieren zien meneer?" vroeg de vrouwelijke agente, en ik haalde mijn rijbewijs tevoorschijn. Terwijl ze het scande en mijn uitleg accepteerde dat we snel heen en weer de grens over wilden, richtte ze haar aandacht op Francis. Ik zag hem kleiner worden, maar zijn prachtige, gedurfde glimlach verdween niet. "Ik ben mijn rijbewijs vergeten in de andere auto," gaf hij toe. "Ik heb het niet bij me."

En haar gezicht werd streng, maar ik zag de ondeugende twinkeling in haar ogen; Francis niet . 'Eh eh heb je je papieren niet bij je?' vroeg ze en haar Franse accent scheen er heerlijk doorheen.

Haar mannelijke collega mengde zich in het gesprek. "U bent een gevaarlijk man, meneer. We houden u hier."

Francis begon bang te worden, maar hij wilde het niet laten merken.
"Ja, we laten uw vriend gaan, maar we moeten u hier houden totdat u de boete betaalt," zei de dame, en het bedrag dat ze noemde was in de tientallen duizenden.
Ik besloot met haar mee te doen om hem te jennen. “Hij is mijn chauffeur, maar ik kan de auto besturen. Ik ga wel.”

Ik denk dat Francis nu echt bang was, maar toen liet de vrouwelijke agent ons vertrekken. “Doe dit niet nog een keer!”

Terwijl we terugliepen naar de auto, wierp Francis me de sleutels toe. “Rijd jij dan maar,” grijnsde hij.
Dus daar was ik, op weg naar Burkina, achter het stuur van deze enorme hobbelige Nissan pick-up truck/tank.
Bij het eerste dorp over de grens dronken we een biertje bij een bar, waar een zeer vriendelijke man ons aanraadde om door te rijden naar het volgende dorp, Po.

burkina

OKAY!

Er is elke paar honderd meter een politie- of militaire controlepost. Bij de tweede werden we tot stilstand gewenkt door een man in camouflagekleding met een enorm machinegeweer.
Toen hij naar ons toe liep, begon ik hem voor te bereiden. "Ik spreek geen Frans!"
Hij grapte terug: "Alleen Frans hier. Geen Engels," en hij leunde diep in het raam van de bestuurder, bijna in mijn gezicht. 
"Waar ga je heen?" 
"Het volgende dorp." 
"Ahh Po?" en hij dumpte toen wat Franse woorden op me. 
"Bro, ik begrijp je niet.". 

Hij grijnsde de vriendelijkste grijns die ik ooit heb gezien bij een man met zo'n groot pistool over zijn schouder in wat een oorlogsgebied zou moeten zijn.
"Papieren alstublieft" en ik gaf hem mijn rijbewijs.
Hij gaf het terug aan mij en strekte zijn hand langs mij uit naar Francis. Die trok een grimas. "Ik heb mijn papieren niet bij me."

Ik verontschuldigde me voor hem, maar de militair negeerde me en ging halen en trekken met Francis.
"Dus je hebt je papieren niet. Wat is dit? Dieren hebben geen papieren. Ben je een dier? Ben je een aap?"

Ik trok zijn aandacht naar mij terug met een Frans probeersel: "Comment t'appelles-tu?". 
"Dus je spreekt Frans?" 
"Un petit peu" 
En hij mompelde iets over "un petit peu, un petit peu … »
Ik herhaalde: hoe heet je. 
"S H E I K" spelde hij

Toen kwam hij weer bijna in de auto met z'n hoofd. “Heb je iets voor me? Water? Geld? Ik hou van Ghanees geld.”
Ik controleerde mijn portemonnee, maar er zaten alleen maar honderd biljetten in en één briefje van vijf. Dus ik zei dat ik hem wat zou geven wanneer ik ik terugkwam.
Hij zei “oké" en wuifde ons weg.

We ploegden verder en het was duidelijk dat Francis ervan genoot om rondgereden te worden door de persoon die hij moest rondrijden.
Toen we bij het dorp aankwamen, realiseerde ik me dat het inderdaad Po was, Amerikaans slang voor “arm”.
We reden een uurtje rond, en toen hoorden we plotseling iets klappen van buiten de auto. “Shit. Onze band is lek,” zei Francis. "En we hebben geen reserve.
Ik dacht shit, maar ik bedacht me dat het stuur zich anders gedraagt wanneer je een lekke band hebt. Dit was dat niet! 
Ik deed mijn raam open en hoorde “takk takk takk takk”. 

“Machinegeweren.”
Francis slikte, maar zijn mooie tanden verschenen snel weer in die gedurfde glimlach, toen ik hem geruststelde dat het waarschijnlijk soldaten waren die aan het oefenen waren. “Dat is geen vechten. Kijk om je heen. Niemand heeft er last van. Dit is normaal.”
“Gaan we?” vroeg ik, maar hij begreep het verkeerd. “Wil je daarheen gaan waar ze schieten? Nee!”Ik zei “nee dat bedoel ik niet. Blijven we de stad in rijden?”
Daarop zei hij "ja, tuurlijk".

Maar we besloten er niet lang te blijven.
Toen we terugreden naar de plek waar Sheik auto’s controleerde, pakte ik mijn portemonnee en haalde er een honderdje uit. Ik dacht laat ik hem die maar geven. Het is toch maar acht euro.

Maar Francis zei dapper  “Meneer Marvin, ik heb 20. Laten we hem niet zoveel geld geven.” 
Ik zei “oké, laten we hem 25 geven” en gaf Francis de vijf die ik had.

Sheik zag ons van ver aankomen en hij stond midden op de weg toen we bij hem aankwamen, met diezelfde grote ondeugende grijns van eerder. Hij was ons niet vergeten ... hij was het geld dat ik hem had beloofd niet vergeten.

Francis reikte hem de 25 vanaf de passagiersstoel.
Sheik keek ernaar, keek weer naar Francis en zei met die grote grijns “man, jij bent arm!”
Francis wilde antwoorden, maar Sheik liet hem niet toe: "Je hebt geen papieren en je bent arm. Alleen dieren leven zo. Ben je een een aap?", en hij barstte in lachen uit. "Je bent een aap, je bent een aap!"

Het was de eerste en wellicht enige keer dat ik het grappig vond dat iemand een Zwarte man een aap noemde.
Hij pakte mijn hand, schudde hem, gaf me een boks

"Blijf goedhartig Sheik," zei ik. "Au revoir"
Hij antwoordde "au revoir"
En hij wuifde ons weg. 

Ik zag hem in de achteruitkijkspiegel. Hij was nog hardop aan het lachen.
Een grappige militair in camouflagepak met een enorm wapen in wat men oorlogsgebied noemt.
Een dagje Burkina Faso.

Marvin

Marvin Hokstam

Oprichter

Marvin (HOX) Hokstam journalist, schrijver, educator, habituele dingen-op-hun-kop gooier en oprichter van AFRO Magazine.