I am an African

Een paar verhalen van de afgelopen weken; aan het eind zal je snappen waarom ik ze vertel.

Enkele weken geleden ging ik met mijn studenten een duinwandeling doen bij het strand van Bloemendaal. Met honderd luidruchtige jonge stedelingen uit de betonnen jungle van Amsterdam Zuidoost de natuur in. Het is ieder jaar weer opzienbarend.

“Papa, wie zijn dat?” vroeg een klein wit jongetje aan zijn vader. Die legde geduldig, liberaal goedbedoelend en zonder ogenschijnlijke bijbedoelingen uit: “ja die komen uit Suriname. Daar komt de vader van Michael ook vandaan … weet je nog? Die iets verderop van ons vandaan wonen …”

Het grappige is: als ik met 100 studenten op stap ga, zijn waarschijnlijk 20 uit Suriname. De rest (80 dus), komt uit Ghana of ergens anders van het continent vandaan. Ze lijken allemaal op elkaar, klinken allemaal hetzelfde, maar scheer ze niet over één kam. Ik zuchtte hoorbaar toen ik langs de goedbedoelende papa liep. 

Niet lang geleden werd ik gevraagd om voor een conferentie bij een hogeschool mijn mening te geven over “Urban Education”. De uitgangspunten waren dat in Nederland 70 procent van de bevolking in stedelijk gebied woont, dat in 2030 de autochtone bevolking van Amsterdam maar 44 procent van de totale bevolking zal zijn en dat waar het percentage van kinderen van niet-westerse afkomst in heel Nederland rond de 10 procent ligt, dat in de grote steden 35 procent is. Die hogeschool wil dus dat er dringend wordt nagedacht over een aanpassing van het onderwijssysteem, om tegemoet te komen aan de realiteit van nu en de toekomst. Lovenswaardig, dacht ik. Deze mensen zullen snappen waar ik het over heb.

Dus ik sprak vrijelijk over de kloof tussen de ouderwets opgeleide docent die maar geen contact kan leggen met de cultuur van zijn studenten die afstammen van (en hier komt ie) mensen die zijn gestolen uit Afrika …”. Die opmerking zorgde voor alom verontwaardiging en werd als opruiend gekarakteriseerd door de hoogopgeleiden van het onderwijsinstituut. “Zo zeg je dat toch niet?”, werd er gemompeld, alsof mijn voorouders een luxe cruise geboekt hadden naar topbaantjes in de Amerika’s.

Onlangs werd me gevraagd of ik mijn hoofd kaal schoor of als ik van nature kaal ben. Ik zei dat ik me inderdaad regelmatig kaal scheer en dat ik niemand aan mijn vaders kant van de familie ken die erfelijk kaal is. De verrassende opmerking die ik terug kreeg was “maar zwarte mensen kunnen niet kaal zijn, want dat haar is toch nodig als bescherming tegen de zon in de tropen.” Je kon mijn ogen horen rollen in hun kassen. Zwarte mensen zijn dus echt een sub-soort? wilde ik vragen. Het is die instelling die maakte dat het nodig was dat in de VS zwarte mensen moesten benadrukken dat "black lives matter". (Dat hun oproep "please stop killing us" werd beantwoord met "but ... " en dat mensen gingen corrigeren met "all lives matter" voegt toe aan dit stuk, maar is een ander punt).

Laatst besloot een vriend van me, op bezoek uit zijn bubble, mijn Kwaku ervaring te verpesten door te zeuren over mijn identificatie van mezelf als Afrikaan. Of beter nog, als natie-loze, allesverdienende nakomeling van Afrikanen die gestolen zijn.

We waren aan het genieten tussen tientallen Ghanesen op het Afrikaans paviljoen van het festival en ik voelde me thuis. Ik citeerde Peter Tosh “anywhere you come from, as long as you’re a black man, you’re an African.” Mijn vriend had daar geen tijd voor. “Je bent Surinamer!” gromde hij en het lukte me maar niet om hem het verschil tussen nationalisme en identiteit duidelijk te maken.

Het is niet de eerste keer dat ik in deze discussie beland, met mensen die me het democratisch recht willen ontnemen om zelf te besluiten wat ik ben. Alsof mijn Afrikaanse afkomst iets is waar ik me voor moet schamen. Alsof de de-humanisering van mijn voorouders door slavendrijvers ook voor mij als bewijs moet gelden dat ze geen mensen waren, maar dieren waarmee ik niet wil worden geassocieerd.  

Later maakte ik er een grapje over op mijn Facebook pagina en de discussie barstte daar verder los! Daar werd ik uitgemaakt voor een balloze bange nietsnut die teveel vast zit in het verleden. Dat ik liever moet focussen op de toekomst.

Weer een les: Niet alle gesprekken dien je met een ieder te voeren.

Ik vind het maar het comfort van een murw-geslagen ezel met oogkleppen op, die capaciteit om je niet druk te maken over het verleden, wanneer in het heden alle zwarte mensen in Nederland worden weggewuifd als “die Surinamers.”

Vergeven wat er in het verleden gebeurd is kan ik, maar vergeten zal ik nooit; want wanneer je bereid bent cruciale elementen van je geschiedenis te vergeten en ook toelaat dat die vergeten worden, dan schrikken mensen van zinsnedes als “gestolen uit Afrika”. Dan worden termen als “slaaf en slavernij” goedkoop en verliezen ze hun eigenlijke, pijnlijke, verachtelijke betekenis. Dan worden ze gewoontjes.

Dan worden over jou dingen verzonnen die nergens op slaan (zoals zwarte mensen worden niet kaal), maar die later aan jouw kinderen zullen worden geleerd als “weetjes” over mensen als jij-; met veel ergere toevoegingen trouwens. Zoals “weet je dat alle Surinaamse mannen een buitenvrouw hebben?”, “weet je dat mensen zichzelf als slaaf verkochten?”, “weet je dat vroeger Sranan Tongo n.g.rtaal was?” En de mooiste: "diversiteit werkt niet" en “Suriname is een failed state”.

Telkens weer een nieuwe poging om zwarte, gekleurde mensen als minder te bestempelen.

Men zegt dat wanneer je iets vaak genoeg herhaalt, je publiek er op den duur in gaat geloven. Ik vind het triest om te zien dat deze marketingtruc met succes wordt toegepast ...  ten nadele van my people.

Daarom blijf ik hem ook toepassen; in de tegenovergestelde richting.

Ik heb een sterke band met het verleden, want het maakte me tot wie ik vandaag ben. Ik creëer mede daardoor zelf een toekomst waarin ik en mijn kinderen niet van anderen afhankelijk zijn om te horen wie we zijn.

En ik ben in goed gezelschap; ik interviewde laatst bij MART Radio dr. Lez Henry die op uitnodiging van House of Khepera de lezing “Remembering our past to safeguard our future” kwam geven.  En hij sloot ons gesprek af met “do not let anyone tell you who you are!.”

Daar laat ik het dan ook bij. 

Because i know I am African. And you probably are too.