Andere mensen zijn ook mensen

“Hey kerel.” Het was een zin van maar twee woorden, drie lettergrepen in totaal. Doorgaans is er veel, heel veel meer nodig om mij me idioot te laten voelen, maar deze zin deed het hem in een fractie van een seconde.

Ik ben de afgelopen tijd verschillende keren in discussies beland over onbewust racistische handelingen; De stoel naast je in de trein die altijd leeg blijft, de bewakers in winkels die je achtervolgen, mensen die hun tasje vastpakken wanneer ze je opmerken, onterecht voor dief worden uitgemaakt … omdat je zwart bent.

Zo vaak vanwege je huidskleur als verdachte aangemerkt worden dat je als zwarte man jezelf begint weg te cijferen ten voordele van anderen. Je gaat bijna accepteren dat je niet op sommige plaatsen thuishoort want “het is geen land van zwarte mensen”. ’s Avonds in het donker steek je de straat over zodat andere mensen zich niet oncomfortabel hoeven te voelen in jouw bijzijn. 

Geen haar op mijn hoofd die het zou overwegen iemand te beroven of te verkrachten in het donker (ook niet in het licht trouwens), maar je accepteert toch maar dat je zwarte aanwezigheid voor anderen als ongemakkelijk wordt ervaren.

Maar dat is toch jezelf beledigen? Onbewust misschien, maar ja toch?

Ik ben een zwarte man en ik ben daar trots op. Dus ik stopte met onbewust mezelf beledigen ten voordele van anderen. Waarom zou ik niet trots zijn trouwens? Alsof ik niet evenveel recht heb als een ieder om te zijn waar ik voor kies om te zijn.

Nagenoeg iedere zwarte persoon zal dit soort ervaringen kunnen delen. Racistische bejegeningen die zodanig geïnterneerd zijn dat het erbij lijkt te horen. Ik had vroeger een kennis die haar hond Kenya noemde “want het beest leek op die mensen uit Afrika toch.” En nog tal van dat soort opmerkingen waar van mij werd verwacht dat ik een minderwaardigheidspositie accepteerde. "Gedraag je naar je kleur. Ken je plek."

Niet een ieder deelt deze ervaringen, maar ze zijn er. Onderhuids. Altijd aanwezig.

Het irriteert mij altijd wanneer ze gebagatelliseerd worden. “Hoe weet jij wat die persoon dacht? Greep ze echt haar tas omdat jij in de buurt was? Denk je echt dat ze vanwege je huidskleur niet naast je gingen zitten? Ja, maar oversteken om iemand anders op zijn gemak te laten voelen is toch een aardig gebaar?”

Bullshit, denk ik dan altijd. Mijn ervaring is mijn ervaring; kan best dat die persoon het anders bedoelde dan ik het ervaar, maar als meerdere mensen dezelfde ervaring hebben –in de trein, in de supermarkt, op straat, op school, aan het werk-, dan zit er waarschijnlijk toch een enorme kern van waarheid in? A million people who say the same thing can’t all be wrong.

Neen. Als iemand zijn ervaringen deelt, ga je niet in de verdediging, maar dan luister en leer je. Ik snap dat diversiteit niet voor een ieder een gemakkelijk concept is, maar de wereld zit nou eenmaal zo in elkaar. We verschillen allemaal van elkaar en als mens moet je maar eens accepteren dat andere mensen ook mensen zijn. 

Jammer genoeg zijn we zodanig geprogrammeerd dat we denken in achterhaalde termen van superioriteit en minderwaardigheid. Ons brein is aangeleerd om onschuldige situaties in te schatten als momenten waarin we eerst moeten schieten om pas daarna aan onze overleden slachtoffers vragen te stellen. 

En dat is een multiple-way-street trouwens. Iedereen heeft iedereen leren stereotyperen en wantrouwen. Ook ik.

Vorige week bijvoorbeeld liep ik net achter een wit koppel het ziekenhuis binnen; de man duwde een kinderwagen voor zich uit. Beiden zwaar getatoeëerd en ze spraken plat Nederlands. Zij liep het ziekenhuis in en hij bleef buiten een sigaretje roken. Kaalgeschoren, strak T-shirt boven, camouflage cargo pants onder. Sjonnie, dacht ik. Sjonnie de skinhead. En ik bereidde mezelf voor op een vijandige blik die hij me misschien zou geven als ik langs hem liep. Mijn rug recht, mijn gezicht op ‘you better don’t fuck with me”. 

Idioot die ik ben.

Want tussen twee puffs door zei hij “Hey kerel!”, met een warme stem en een vriendelijke blik.

Ik knikte terug “hey man”, en lachte mezelf een beetje ongemakkelijk uit. Ik kon me eigenlijk wel voor m’n kop slaan; ik had mezelf toegestaan te stereotyperen. Idioot! Waar ik een man, een vader met een kinderwagen had moeten zien, zag ik eerst het ergste dat in me kon opkomen.

We zijn daartoe voorgeprogrammeerd en ik was met open ogen de val ingelopen. Het overgrote deel van de mensen die je zal tegenkomen, is goed in aanraking met hun intrinsieke menselijke goedheid, maar de wereld heeft ons aangeleerd niet dat als eerst te zien. In een fractie van een seconde vorige week was het me weer duidelijk geworden dat (ook) ik er niet helemaal van genezen was.

Mijn vraag blijft toch: doen anderen dat ook wanneer ze doorhebben dat ze een situatie verkeerd inschatten en een zwarte persoon onterecht stereotypeerden? Niks is namelijk irritanter dan je fouten inzien maar ze niet toegeven. Daar wordt niemand beter van.

En minder tevreden met mijn huidskleur en trots op mijn Afrikaanse afkomst word ik bijvoorbeeld op den duur niet.